Na 23 jaar televisieprogramma's te hebben ...

Na 23 jaar televisieprogramma's te hebben geïnitieerd, geproduceerd en op het scherm gebracht, vertrekt Henk Suèr (60) bij de NOS. Voordat hij daar in dienst trad als Chef Informatieve Programma's was hij reportage-redacteur van het toenmalige dagblad De Tijd en eindredacteur van de televisierubriek Kenmerk. Hij publiceerde boeken over o.a. de Nederlandse toneelgeschiedenis, muziek en media. Zijn laatste werk handelt over scenario schrijven voor documentaires.

Woensdag 7 april

Mijn dagplanning is afgestemd op uur dat de limousine ons zal ophalen. Vooràf: lang uitgestelde kapper, dochter die op Schiphol arriveert, aanwijzingen voor overige gezinsleden hoe tijdig in Hilversum te komen, en tussentijdse klusjes om zenuwen op afstand te houden. Luister tape af van interview dat Radio Noord-Holland met mij maakte, probeer zonder kramp te poseren voor Het Parool. Men wil mij blijkbaar graag nog eens mijn onvrede laten uiten met de gang van zaken in de publieke omroep. Ik zoek op wanneer VPRO-radio het programma zal uitzenden dat Lida Iburg over mij heeft gemaakt op de Prix Futura in Berlijn. Maar Lida - die zelf jarenlang op mijn afdeling redacteur/producer van televisieprogramma's is geweest - laat mij herinneringen vertellen die ik als journalist aan Berlijn heb, aan mijn contacten met Enzensberger en mijn aanhouding door de Vopo's.

Ik ben niet behept met het cynisme van een gapende kikker. Heb mezelf altijd lekker gevoeld in "de beste baan van Hilversum', zodat frustratie mij misstaat. Niettemin, als de post het mediavakblad Broadcast bezorgt, vind ik dat mijn "gastcolumn' toch wel sarcastisch spreekt over de commerciële toekomst van de publieke omroep.

Het extravagante automobiel dat de NOS voor mij heeft geregeld trekt in ons buurtje aandacht van groenteman, kruidenier en hun clientèle als we naar Hilversum worden gereden. Voor het studiocomplex wachten camerateam en fotograaf. Directeur Ed van Westerloo voert het ontvangstcomité aan. Hij zal later in zijn toespraakje refereren aan onze gedeelde ervaringen in de journalistiek. Als directeur van de NOS heeft hij het met mij niet altijd gemakkelijk gehad. En ik niet met hem. Hij betitelt mij met "Monsieur Documentaire' en hoewel ik daar niet ongevoelig voor ben, hoop ik niet dat ik dit voor de rest van mijn leven moet meeslepen: mijn werk besloeg ook andere dingen.

Studio 5 is hoogst feestelijk ingericht. Bevriende muzikanten op het podium. Een oversize kop van Beethoven op wanddoek. (Liszt was misschien nóg passender geweest.) Bars met geurende drankjes. Collega's van elke dag in feestelijke kledij, en daarna die rij van honderden mensen, die vaak hartelijke, emotionele dingen tegen mij zeggen. Het wordt een denderend feest; de familie- en gezinsleden, mijn persoonlijke vrienden die ook aanwezig zijn, niemand zal zich hier vervelen. Als we vier uur later terug worden gereden, brengt een tweede auto de overdonderende lading geschenken achter ons aan.

Donderdag

Hele nacht heeft feest in mijn steeds vermoeider hoofd gewoed. Tegen de ochtend naar mijn beproefde wapen gegrepen: CD-speler met koptelefoon naast mijn bed, en Anner Bijlsma's vertolking van Bach's cellosuites. Zoveel genialiteit tussen twee dikbevriende makkers doet mij weliswaar niet in slaap vallen, maar maakt mij rustig en gelukkig. Zie nu die gezichten van Nederlandse filmers in gedachten, met de films die ze voor de televisie gemaakt hebben, en de vaak goede plannen die ze kwamen bespreken. Voor hen is het wezenlijke belang dat ik voor ze belichaamde, nu weg. Heb al die jaren in positie verkeerd dat ik voor de NOS kon beslissen welke documentaires wèl, en welke niet op de buis kwamen. Probeerde geen oogkleppen op te lopen, al zal het menige waarnemer zijn opgevallen dat muziek-onderwerpen talrijk waren. Voortaan zal ik mij in diverse baantjes en functies nog zijdelings verdienstelijk kunnen maken voor de Nederlandse filmwereld.

Huiskamer bedwelmend als een bloemenwinkel. Ben uren bezig met uitzoeken wat ik van wie heb gekregen. Ontdek dat per ongeluk ook de attentie is teruggekomen die ik voor Jan Vrijman heb uitgezocht omdat hij mij op de receptie toesprak. Beter dan ik het ooit heb gezegd, keerde hij zich tegen geestloze, gemakzuchtige programma's waarmee de publieke omroep probeert te concurreren. Heeft het duur betaalde "Hilversum' dan geen andere verantwoordelijkheden meer? Cultuur en informatie zo goed mogelijk brengen, is niet elitair. Hartstochtelijk bepleitte Jan terugkeer en vernieuwing van de vormingsidealen van vroeger. Velen betuigden Vrijman hun instemming. Maar Marcel van Dam was er niet bij. Ik bel Jan om aan te kondigen dat ik het verdwaalde pakje kom langsbrengen.

's Avonds diner bij Vertigo, als geschenk van de vrouwen die nu al vijf jaar het Internationaal Documentair Festival runnen, en met wie ik gelukkig contact houd, o.a. door de workshop scenarioschrijven die ik komende maanden geef. De meestal in buitenland verblijvende zoon en dochter eten mee. Zeggen door zo'n feest beter de inhoud van het werk van hun vader te hebben begrepen. Alleen daarom al dankbaar dat ik mij over mijn aarzelingen over openbaar afscheid heb heengezet.

Vrijdag

De toespraak die ook Erik Jurgens op de receptie heeft gehouden, wordt doorgenomen als gezamenlijke vrienden komen binnenvallen. Als oud-voorzitter van de NOS gaf hij blijk van opvattingen (""Bestuurders zijn nergens goed voor'') die hij zich tijdens zijn bewind niet kon veroorloven. Maar ook toen toonde hij vaak zijn verbondenheid met de inhoudelijke kant van het programma, terwijl de regenten van het omroepbestel hem het functioneren niet eenvoudig maakten. Luidop zegt hij nu dat publieke taak van de omroep schandelijk veronachtzaamd wordt door het vastklampen aan het clubbelang, wat die omroepbaronnen doen. Hij is jammer genoeg niet de media-woordvoerder van de politieke partij die hij nu in de Tweede Kamer vertegenwoordigt.

Ik haal mijn fiets voor de dag en rijd de frisse wind in, trap mij buiten adem en besluit onderweg dat het tijd is in mijn bescheiden voorraadje naar een glorieuze wijn voor vanavond te zoeken. Terug tref ik bij de post weer mooie brieven aan. Vreemd eigenlijk dat de meest lovende woorden vaak afkomstig zijn van degenen die voldoende kwaliteit hadden om ook zonder mij hun weg te vinden. Kan niet ontkennen dat zulke blijken van wat dan ook mij aangenaam strelen.

Zaterdag

Al dertig jaar - als ik tenminste niet op een festival of een filmbeurs in het buitenland zat - tijg ik op dit uur van de week naar het Amsterdamse Bos voor de hijgende eredienst aan het lijf, als altijd samen met vriend die ik vanaf onze schooljaren op het St. Ignatius College ken. Hij is huisarts. Inmiddels loopt er nog een andere huisarts mee, zodat mij niets kan gebeuren. Soms, als ze over enge ziektes praten, versnel ik de pas zodanig dat ze geen adem meer hebben. Thuis stort ik mij op mijn Bösendorfer om de vingers enige techniek te verschaffen. Op afscheidsreceptie was mij een verrassing bereid die met pianopassie te maken heeft. Halverwege werd een grote concertvleugel studio binnengereden. En daarachter stapte met brede grijns de jonge virtuoos Wibi Soerjabi, die mij uit vijftien nummers liet kiezen wat ik wilde horen. Koos de 2e Hongaarse Rhapsodie van Liszt; alleen hij en enkele andere dierbaren weten welke jeugdherinnering daar voor mij aan verbonden is. Zelf had ik vagelijk gedacht dat de verrassing meer in de sfeer van de jazz zou liggen, in verband met de serie "De geschiedenis van de jazz in Nederland' waarover ik ter afsluiting van mijn televisiebestaan met intense voldoening de eindredactie heb gevoerd. Begin belastingformulier in te vullen, nog niet eerder tijd voor gevonden.

Zondag

Eerste Paasdag: Drukke dag in familiekring, inclusief eieren zoeken in de tuin en champagne drinken bij mijn moeder die 92 wordt. Tussendoor wonderbaarlijke ontknoping van de klassieker Parijs-Roubaix op televisie aanschouwd. Wilde als jongetje wielrenner worden, maar mijn moeder zei dat ze "die vieze sport' niks voor me vond. Nou ja, we hebben het beiden overleefd. Avonduren nu eens niet verdaan met telefoneren, maar een boek gepakt. Herinner mij Kees Fens, die schreef dat de schrijvers van het Hollands Dagboek zelden boeken lazen, althans daar weinig melding van maakten. Ben volstrekt in ban van Joseph Conrad's Lord Jim, en herken in die gepekelde taal over oosterse havens en weemoedige blikken van zwervende zeebonken oude, magistrale reportages van Haye Thomas, met wie ik ooit op dezelfde dag bij het dagblad De Tijd begon. We hebben elkaar sindsdien altijd vastgehouden, ondanks zijn eigen zwervende bestaan. Overigens lijd ik aan de kwaal doorgaans zo'n boek of drie tegelijkertijd te lezen. De voorstelling die ik van mijn toekomst heb, geeft mij niet direct het vertrouwen dat in mijn leesfrequentie meer duur en discipline komt.

Maandag

""Voor je Dagboek mag je vandaag wel iets interessants ondernemen,'' merkt mijn vrouw bij het ontbijt op. Realiseer mij de verleiding die ook de televisiecamera teweeg pleegt te brengen en mensen plotseling doet acteren. De camera grijpt in het normale leven diep in. Het sterkste staaltje dat ik meemaakte was met een rabbijn. Hij was bereid te verklaren dat "de Drie van Breda' - daar waren weer eens heftige discussies over - naar zijn persoonlijke mening moesten worden vrijgelaten: een in de joodse gemeenschap afwijkend standpunt. In voorgesprek bij hem thuis onderbouwde hij zijn mening. 's Avonds in de live uitzending zei hij precies het tegenovergestelde. Hij was net zo verbijsterd als ik. Ik zou pas jaren daarna in Philip Roth's Het Contraleven verheldering en begrip vinden voor het onvoorspelbare gedrag in zaken die met slachtoffers van holocaust samenhangen.

Stel echtgenote voor naar Kröller-Müller-museum op Hoge Veluwe te rijden, wat dank zij opwindende opera-muziek op autoradio prettige rit wordt. Valt mij in museum op dat je relatief veel a.s. moeders ziet die ostentatief hun dikke buik naar uitgestalde kunstwerken lijken te wenden. Wat een aandoenlijk bijgeloof! Zou jonge generatie straks in groter getal voor kwaliteit op televisie kiezen?

Dinsdag 13 april

Toch weer naar kantoor in Hilversum, om vliegtickets te halen voor Cannes. Op de MIP (de grootste supermarkt voor televisie- en videoprogramma's) zal ik komende dagen mijn opvolgers introduceren en afscheid nemen van goede bekenden. Ging nooit voor mijn lol naar dit gekkenhuis aan de Rivièra, uitgezonderd de bovenverdiepingen waar onder de vlag van EuroAim kleine, onafhankelijke filmers hun tenten opslaan. Daar vond ik de betere, met hart en ziel gemaakte films. Heb altijd gevonden dat televisie voor die films het natuurlijke podium is, want bioscoop biedt tegenwoordig slechts de status van het grote doek en de lege zaal. Eén gewone documentaire op het kleine scherm bereikt gemakkelijk aantal kijkers, waarvoor succesvolle hoogleraar méér dan veertig jaar college moet geven (merkte ooit wijlen prof. De Froe op).

Zei dus dat ik geenszins gefrustreerd bij de NOS vertrek, en mij gretig op het wachtende schrijverswerk stort. Toch zal ik een beetje pijn voelen. De pijn van een zendeling zonder kerk. Heb mogen aanschouwen, zowel in Cannes als elders, hoeveel boeiende en WAARachtige films, zeker op het terrein van de documentaires, er in de wereld gemaakt worden - en hoe weinig daarvan het scherm in Nederland bereiken. In Hilversum wreef men mij ritueel de kijkcijfers onder de neus (ook half miljoen kijkers is niet genoeg voor de gewenste "brede programmering'), waaruit zou blijken dat "het publiek' niet genteresseerd is en slechts zijn vermaak in flauwekul zoekt. Maar "het publiek' weet niet eens wat het onthouden wordt, bedwelmd als het is door baronnen van 't Gooi. Waarom is televisie niet in handen van programmamakers?

Op de afdeling lekker napraten met de collega's, de nagekomen brieven lezen. Vergeefs probeer ik nog afspraken te maken om enkele losse eindjes te knopen. Neem videocassette mee om thuis nog eens te genieten van Johan van der Keuken's nieuwste film "Bewogen Koper'.

Stel al schrijvend vast dat dagboek-vorm, die ook in documentaire nog wel eens gebruikt wordt, compositorische noodoplossing is voor verhaal zonder dramatische ontwikkeling. Het is niet anders.