Miyazawa was bieder in het Witte Huis, Clinton de vrager

WASHINGTON, 16 APRIL. De Japanse premier Kiichi Miyazawa had zichtbaar plezier tijdens de persconferentie met president Clinton in het Witte Huis. Hij was als een beminnelijk, wijs schoolhoofd, dat wel gewend is aan de kwajongensstreken van zijn leerlingen.

Miyazawa moest hard lachen om de vraag die werd gesteld naar aanleiding van een bedenkelijk grapje van Clinton. “Als de Japanners ja zeggen, bedoelen ze nee”, had Clinton zich begin deze maand volgens officiële Russische notulen tegen president Boris Jeltsin laten ontvallen. Gisteren wist de Amerikaanse president zich er nog enigszins uit te redden. Hij memoreerde dat Miyazawa hem had gezegd dat het hem deed denken aan het Amerikaanse liedje: Yes, we have no banana's.

Miyazawa had reden tot opgeruimdheid. Hij was in dit samenzijn de bieder, Clinton de vrager. Clinton wil het groeiende handelstekort met Japan van inmiddels 49 miljard dollar verminderen. “Het is niet de een of andere statistiek. Het is prioriteit nummer één”, zo adverteerde de Amerikaanse auto-industrie deze week in de krant.

Miyazawa wil er wel over meepraten. Heel diplomatiek sprak hij gisteren zelfs Engels tijdens de persconferentie, wat bijvoorbeeld Duitse regeringsleiders allang niet meer doen in Washington. Miyazawa's regering heeft drie dagen eerder een stimuleringsplan van 13,2 biljoen yen (211 miljard gulden) aangenomen. Dit was een vurige wens van Amerika. In het verleden hebben dergelijke economische injecties het handelstekort verminderd. Maar genoeg is het niet volgens Clinton. “Het is een stap in de goede richting”, zei hij gisteren maar “de Japanse markt moet meer open zijn”, voegde hij daaraan toe.

Japan heeft ook 1,8 miljard dollar hulp aan Rusland toegezegd. Maar ook daar is Amerika niet tevreden mee. Veel geld wordt besteed aan kredieten voor het kopen van Japanse produkten. Clinton zou willen dat Japan meer directe hulp aan Rusland geeft. Miyazawa wil over al deze zaken wel meepraten maar hij is ook maar premier in een consensussamenleving, en geen president.

Eén ding is zeker voor Clinton. Hij wil de Amerikaanse relatie met Japan anders aanpakken dan zijn voorgangers. Die hebben al jarenlang onderhandelingen gevoerd om het structurele handelstekort met Amerika te verminderen. Het heeft weinig resultaat opgeleverd. “Structurele” afspraken werden vaak niet uitgevoerd. Japanse delegatieleden konden zo vriendelijk ja zeggen, omdat de toezeggingen zo algemeen waren. Het meest vernederend was de “instorting van een handelsreiziger” in Tokyo, vorig jaar. President Bush kwam toen met topmensen uit de auto-industrie naar Japan om handelsconcessies af te smeken. Tot overmaat van ramp zakte hij tijdens een staatsdiner in elkaar.

Binnen de Clinton-regering bestaat er nog geen consensus over een nieuw beleid tegenover de grootste Aziatische economische macht. De uitlatingen zijn tegenstrijdig, omdat er twee stromingen bestaan. Beide laten van zich horen, soms op opruiende, soms op sussende toon.

Functionarissen van het ministerie van financiën zijn vrijhandelsgezind en voelen voor een macro-economische aanpak, zoals stimulering in Japan en verhoging van de koers van de yen. Andere functionarissen, van het ministerie van handel en uit het bureau van handelsvertegenwoordiger Mickey Kantor, willen meer het hoofd bieden aan bedreigingen voor Amerikaanse hoogtechnologische bedrijfstakken door “agressief unilateralisme”. Zij hebben een belangrijke exponent in de voorzitter van de raad van economische adviseurs van het Witte Huis, Laura Tyson. Meetbare resultaten willen ze zien. Een typisch voorbeeld daarvan is de onder Bush gemaakte afspraak om 20 procent van de Japanse chipsmarkt in handen te hebben. Het was de enige afspraak van Bush van dat type, maar handelsvertegenwoordiger Mickey Kantor wil er meer maken.

Zoals gebruikelijk sprak Clinton zich gisteren niet duidelijk uit en at hij van beide walletjes. Hij sprak tegelijkertijd over macro-economische maatregelen en over “structurele” afspraken in bepaalde sectoren, zoals supercomputers of auto-onderdelen, met duidelijke streefcijfers over marktaandelen. Handelsexpert Clyde Prestowitz deed al een voorstel om het aandeel van Amerikaanse onderdelen voor in Amerika geproduceerde Japanse auto's te verhogen van 40 tot 80 procent.

Miyazawa probeert dit soort concrete afspraken af te houden. De Japanse "briefers' (ambtenaren die het Japanse standpunt uitleggen) in Washington waren donderdagavond uiterst bitter over de herhaalde Amerikaanse aanvallen op het begrotingstekort, en heel wat minder mild dan Miyazawa. “Wij hadden in de jaren vijftig en zestig grote tekorten met de hele wereld en toen klaagden we niet”, zei er een.

Nu Amerika en Japan na de Koude Oorlog dus minder gemeenschappelijke strategische belangen hebben, kan de onderlinge relatie door handelsgeschillen dus geheel ontwricht raken. Het was dus heel verstandig van Clinton dat hij een overeenkomst tekende met Miyazawa om twee keer per jaar bijeen te komen, inclusief de jaarlijkse vergadering van de staatshoofden van de Groep van Zeven rijkste landen. Hij sprak zelfs over een “nieuwe samenwerking” om het Amerikaanse handelstekort met Japan te verminderen. Deze opmerkingen van Clinton houden zowel een dreiging in als een belofte.