Macht arbeiders taant in post-revolutionair Mexico

Politieke en economische liberalisering grijpt in tal van landen om zich heen. Leidt dat ook tot meer vrijheid voor de vakbeweging? Eerste deel van een serie.

MEXICO-STAD, 17 APRIL. Hij is even oud als deze eeuw. En het zou niet echt verbazen als hij de volgende ook nog haalt. Want Fidel Velázquez is niet weg te denken uit de Mexicaanse vakbeweging en uit de post-revolutionaire politiek van het land. Don Fidel een dinosaurus? Zeker. Maar dan wel eentje van het soort dat weigert uit te sterven.

Op de eind vorige maand gehouden zestiende nationale assemblee van Mexico's al 64 jaar regerende Institutionele Revolutionaire Partij (PRI) trok de 93-jarige vakbondstitaan Velázquez weer alle aandacht. Geen wonder. Hij staat al decennia aan het hoofd van een arbeidersmacht van ruim 5,5 miljoen mensen en is geenszins van plan die macht op te geven. De Confederación de Trabajadores Mexicanos (Mexicaanse arbeidersconfederatie, CTM), Don Fidel dus, is één van de belangrijkste pilaren van wat ook wel het Mexicaanse "systeem' wordt genoemd. In de afgelopen tientallen jaren is de CTM onder het gezag van Don Fidel een stalen garantie geweest voor de steun van de grote Mexicaanse arbeidersmassa aan de PRI, hoewel de CTM nog geen derde van de werknemers in Mexico vertegenwoordigt.

“De Mexicaanse geschiedenis kan zonder Fidel Velázquez niet worden begrepen”, zei oud-president José Lopez Portillo eens. López liet in 1981 dan ook Don Fidel de aankondiging doen dat hij Miguel de la Madrid had aangewezen tot diens opvolger als presidentskandidaat van de PRI en dus als de volgende president van Mexico. Velázquez zelf hanteert als axioma: “In de politiek bestaan geen verplichtingen, alleen maar discipline”.

Fidel Velázquez werd in 1900 geboren als de zoon van een arme familie en werkte als melkman voordat hij zich in het vakbondswezen stortte. Hij was één van de vijf oprichters van de CTM in 1936 en in 1941 had hij de leiding ervan overgenomen; een positie die hij tot op de dag van vandaag heeft. In zijn lange carrière als vakbondsbaas heeft Velázquez negen presidenten zien komen en gaan. Kenmerkend is de schijnbaar onvoorwaardelijke steun van de CTM met z'n ruim elfduizend aangesloten bonden aan de verschillende presidenten. In de relaties werknemers-werkgevers-overheid is er tot op zekere hoogte sprake van een soort drie-eenheid die Mexico alle kenmerken verleent van een corporatieve staat.

Met een dergelijke vakcentrale en een dergelijke vakbondsbaas is het voor de Mexicaanse presidenten in de afgelopen decennia niet al te moeilijk geweest een klimaat van sociale rust te scheppen. In ruil voor politieke invloed zag Velázquez er geen been in de belangen te ondermijnen van de werknemers die hij vertegenwoordigt. In tijden van grote economische crisis of hoge inflatie sloot de CTM akkoorden af waarbij de stijging van de lonen in ruime mate inferieur was aan die van de prijzen. De Mexicaanse bonden, naast de CTM vooral ook de bond van oliewerkers en de onderwijsbond, konden gedurende lange tijd ongehinderd aan hun eigen, zonder uitzondering corrupte, imperiums werken. De CTM beheerst het nationale huisvestingsfonds Infonavit en heeft de beschikking over een grote hoeveelheid onroerend goed, een vloot van voertuigen en miljoenen dollars.

De oliewerkersbond, destijds onder leiding van Joaqun 'La Quina' Hernández Galicia, maakte het helemaal bont. De bond was een soort staat binnen de staat geworden, compleet met eigen leger. Aanzienlijke delen van de winst van het staatsoliebedrijf Pemex verdwenen in de kas van de oliewerkersbond in ruil voor arbeidsrust. De bond had steevast recht op twee procent van alle contracten die Pemex afsloot en had verder totale zeggenschap over het personeelsbeleid, met uitzondering van het topkader. De bond bezat eigen boormaatschappijen, olietankers, supermarkten en hotels.

Met het aantreden van president Carlos Salinas de Gortari in 1989 werd abrupt een einde gemaakt aan de imperiums van "La Quina' en diens collega van de onderwijsbond, Carlos Jonguitud Barrios. De baas van de oliewerkers zit al jaren in de gevangenis wegens de dood van twee federale agenten die om het leven kwamen toen de politie een actie ondernam tegen een tot fort omgebouwde boerderij van de oliewerkers en op een spervuur van kogels werd onthaald. Jonguitud werd met minder geweld uit zijn post gezet en opgevolgd door de Salinas beter gezinde Elba Esther Gordillo.

De CTM van Don Fidel is tot nu toe ontsnapt aan de maatschappelijke vernieuwingsdrift van de huidige Mexicaanse president. Waarnemers schrijven dat vooral toe aan de kameleontische eigenschappen van de oude vakbondsbaas. Want hoewel de CTM het absoluut niet eens is met de stelling van de regering dat het met Mexico de goede kant uitgaat, en zij terecht wijst op de sterk achtergebleven loonontwikkeling, blijven grootschalige acties van de Mexicaanse werknemers uit. In een speciale analyse van de machtige Mexicaanse bond schreef het dagblad El Financiero vorig jaar dat Velázquez “een manier van samenleven heeft gevonden met het 'salinisme', omdat hij weet dat een confrontatie nu gelijk staat aan zelfmoord”.

Grote stakingen komen niet voor in Mexico, hooguit bij afzonderlijke bedrijven waar een bedrijfsgebonden vakbond opereert. Maar de macht van de arbeider lijkt tanende in het post-revolutionaire Mexico. Een langdurige staking vorig jaar zomer bij de Volkswagen-fabriek in Puebla leidde uiteindelijk tot het op Amerikaanse wijze ontslaan van alle werknemers en het terughuren van een deel van hen tegen nieuwe voorwaarden. De Mexicaanse regering zag zich niet genoodzaakt in te grijpen uit angst voor het verlies van de Duitse multinational voor de Mexicaanse economie.

Maar ook de technocraat Salinas kan op zijn beurt niet zonder de CTM van Fidel Velázquez. Hoewel de werkelijke inflatiecijfers in Mexico hoger zijn dan de officieel gehanteerde, is de tendens van een dalende inflatie ontegenzeggelijk. Dat is mede te danken aan het jaarlijks vernieuwde Pact voor de Stabiliteit en Economische Groei dat werkgevers, werknemers en overheid afsluiten. Voor Salinas zijn stabiliteit en groei onmisbaar geweest bij de totstandkoming van de gezamenlijke Noordamerikaanse markt tussen de VS, Canada en Mexico, oftwel Nafta.

Maar het is juist Nafta dat de grote onbekende is in de economische en politieke toekomst van Mexico. Voor de Mexicaanse vakbeweging is er vooralsnog geen reden tot klagen, in tegenstelling tot de Amerikaanse tegenhanger AFL/CIO. Naar verwachting zal Nafta op korte termijn leiden tot een grote hoeveelheid nieuwe arbeidsplaatsen in Mexico, met name waar het gaat om lager geschoold werk. Arbeidsplaatsen, zo vrezen de Amerikaanse bonden, die ten koste gaan van de werkgelegenheid in de VS en Canada, waar de lonen doorgaans een factor tien hoger zijn dan in Mexico. Toch kan verdere integratie met de noorderburen ook grote sociale en politieke gevolgen krijgen in Mexico. Openheid, doorzichtigheid van bestuur, democratie, zijn de trefwoorden hierbij. De nadagen van revolutionare dinosaurussen als Fidel Velázquez lijken definitief aangebroken.