LEVENSVERHAAL

Een levensbeschrijving is nog geen levensverhaal. De beschrijving is slechts het ruwe materiaal, een opeenvolging van toevallige feiten.

Het is de schrijver die aan ogenschijnlijk onbeduidende voorvallen betekenis geeft, van kleine wensen grote verlangens maakt en willekeurige gebeurtenissen in een dramatische verwikkeling verandert. In de opsomming van incidenten en wederwaardigheden zoekt de schrijver een samenhang, een logica, een "thema'. Als hij dat thema niet vindt, is het levensverhaal mislukt, wat wil zeggen dat de schrijver heeft gefaald. Er zijn geen saaie levens, alleen saaie schrijvers.

In een tijdschrift voor buitenlanders kwam ik een levensbeschrijving tegen van een vrouw die werd gepresenteerd als een "model-allochtoon'. Het ging om een moslim-meisje dat in Nederland politie-agente was geworden. Ze was geïntegreerd en aangepast, maar ze had haar identiteit weten te bewaren. Ze vocht dapper tegen de criminaliteit, maar vastte tijdens de ramadan. Ze had een goede relatie met haar collega's, maar at uitsluitend ritueel geslacht vlees. De lastige vragen kwamen in het stuk niet aan de orde, bijvoorbeeld hoe je boeven vangt met een lege maag, of hoe je vrienden maakt als je nooit eens met ze uit eten kunt gaan. Maar vooral was ik nieuwsgierig naar de reden waarom een moslim-meisje in Nederland politie-agente wilde worden.

Ze bleek zeer geroutineerd in het opdreunen van haar levenservaringen, bleek tijdens ons gesprek, alsof ze dagelijks interviews afstond, wat waarschijnlijk ook het geval was. Een moslim-meisje in politiedienst heeft een hoog curiositeitsgehalte. Haar stelling was dat er eigenlijk geen verschil hoefde te bestaan tussen religieuze en wettelijke voorschriften; beide moest je naleven. Akkoord, maar lukte dat ook? Hoe was het met collega's, werd ze geaccepteerd of alleen geduld, gestimuleerd of juist geminacht? De antwoorden waren niet spectaculair. Sommige collega's waren aardig, andere minder.

Ik kwam niet veel verder dan wat ik al over haar gelezen had. Niet dat ze niet openhartig was, integendeel, ze was bereid alle vragen te beantwoorden die ik maar kon bedenken. Maar wat ik ook bedacht, we kwamen niet bij de dingen die ik echt spannend vond: innerlijke worstelingen, tweestrijd, moeilijke en liefst verkeerde keuzes, tegenwerkingen en belemmeringen, morele twijfels.

Ook de rest van haar levensloop was keurig: ze had moeiteloos haar middelbare school afgerond en wilde aanvankelijk medicijnen studeren. Maar ze werd twee keer uitgeloot. Toen trouwde ze en kreeg ze twee kinderen. Haar man vond het niet nodig dat ze verder studeerde. Na vijf jaar verliet ze hem. Omdat ze geen bijstandsmoeder wilde worden, solliciteerde ze bij de politie.

Een onberispelijk mens, een beetje braaf misschien, en net op het moment waarop ik dat bedacht zei ze: ""Ik ben wel afgrijselijk braaf, vind je niet?''

Ja, wacht eens, het was mijn taak om het thema te verzinnen. Ik was de schrijver, ik moest haar levens-

Ia, wacht eens, het was mijn taak om het thema te verzinnen. Ik was de schrijver, ik moest haar levensverhaal in één woord samenvatten, en dat woord was "braafheid'. Maar nu ze er zelf mee kwam werd ik argwanend. Ik kreeg het gevoel dat ze van haar leven zelf al een mooi afgerond verhaal had gemaakt. Ik kreeg een kant en klare maaltijd, terwijl ik alleen de rouwe ingrediënten had gewild.

Het werd een machtsstrijd over wie het thema van haar leven zou bepalen. Met "braafheid' was ik ineens niet meer tevreden. Dus probeerde ik het opnieuw: ze had gezegd dat ze een gehoorzaam moslim-meisje was dat op de middelbare school alleen de lange jurken droeg die haar moeder voor haar kocht; had ze daar ooit tegen geprotesteerd? Neen, het leek haar wel makkelijk zo, ze had toch geen verstand van mode.

Hoe zat het met vriendjes, met de verliefdheid? Daar dacht ze op de middelbare school nog niet aan. Wanneer raakte ze dan verliefd? Op haar twintigste. Op wie? Ik had het kunnen weten: op de man met wie ze trouwde. Hoe stonden haar ouders tegenover het huwelijk? Die wilden ontzettend graag dat ze met hem trouwde, en toen begon ze ook iets voor hem te voelen.

Misschien moest ik het via de echtscheiding proberen: dat was niet erg braaf. Neen, inderdaad. Het was het meest opstandige wat ze ooit gedaan had. Haar man had een eigen zaak, maar zij deed het werk terwijl hij met een Mercedes rondreed. En toen ze hoorde dat hij elders nog een vrouw had, liep ze weg. Hij was niet bijster knap, nee. Hij had een lui oog. Eigenlijk was hij ronduit lelijk. Haar scheiding hield ze een half jaar lang geheim, om de ruzies met haar ouders te vermijden. Tot zover de opstandigheid.

Zo kabbelde het gesprek voort. Wat ze een traumatische gebeurtenis vond? Dat haar tasje werd gestolen. Wat haar idee was van ware romantiek? Een harmonische relatie. Wat het ondeugendste was wat ze ooit had gedaan? Eén keer was ze met iemand naar bed geweest, zonder verdere plannen met hem te hebben. Na haar echtscheiding, wel te verstaan. Er viel absoluut niets op haar aan te merken, bevestigde ze. ""Het is alsof je me dat verwijt'', voegde ze er aan toe. Ik voelde me betrapt en vertrok.

Of ze had haar verhaal al van te voren geformuleerd, en moest ik het beeld dat ze van zichzelf had gevormd maar accepteren; of haar leven was inderdaad uniek in z'n saaiheid en was het mijn schuld niet dat het verhaal dreigde te mislukken. Ze was gewoon braaf en inschikkelijk, zowel naar buiten als jegens haar familie. Haar ouders wilden dat ze lelijke jurken droeg, ze droeg ze. Ze wilden dat ze met een lelijke jongen trouwde, ze trouwde. Hij wilde niet dat ze studeerde, ze bleef thuis. Maar ik bleef zitten met die kwestie van dat vreemde en gevaarlijke werk dat ze deed. Haar familie had het in het begin wel raar gevonden dat ze in een politie-uniform rondliep, maar ze waren ook trots. Het was een zeer eerzaam beroep.

Was dat voor haar misschien het aantrekkelijke van dit vak: dat ze directe gehoorzaamheid verschuldigd was aan het wettelijke gezag? Werd haar braafheid als het ware formeel gelegitimeerd, waardoor niemand ter wereld ooit nog iets op haar aan te merken zou hebben? Natuurlijk, dat zou het thema kunnen zijn, het was niet zozeer braafheid, alswel datgene wat daaraan vooraf ging: angst. Niet in de zin van bangigheid, maar van een overgevoeligheid voor sociale controle, een overmatige vrees om overtredingen te begaan en gezichtsverlies te lijden.

Mensen die in een schaamte-cultuur leven en de afkeuring door de gemeenschap uiterst serieus nemen, worden voortreffelijke politie-agenten - daarom alleen al moeten meer allochtonen in de politiedienst. Moderne mensen zijn eigenzinnig en streven persoonlijke doelen na, ongeacht wat mensen ervan zullen zeggen. Maar mensen die hechten aan traditie, aan eer, aan schaamte en aan de instemming van God en gemeenschap, zijn veel geschikter voor politionele activiteiten.

Ook in haar eigen levensloop loste deze benadering iets op: het feit dat ze direct na haar echtscheiding tot de politiedienst toetrad, zou kunnen wijzen op de drang om een moment van ongehoorzaamheid en schande te compenseren met een daad van eer en rechtschapenheid. Als ik het zo bekeek, had ik toch een begin van een verhaal. Met een thema dat ik mooi zelf had bedacht.