INDONESIË

Indonesian Politics under Suharto. Order, Development and Pressure for Change door Michael R.J. Vatikiotis 220 blz., Routledge 1993, f 88,55 ISBN 0 415 08280 3

In het voorjaar van 1990 bracht ik als aankomend correspondent in Indonesië een kennismakingsbezoek aan de voorzitter van de Jakarta Foreign Correspondents Club. Doorgaans is deze onbezoldigde klus in handen van de oudstgediende in dit bonte gezelschap van welvarend persbureau-volk en armlastige free-lancers. De van Cyprus afkomstige Brit Michael Vatikiotis, bureauchef van de Far Eastern Economic Review, zat toen al drie jaar op zijn post. Hij had zojuist zijn vierde jaarvisum gekregen en dat gold destijds als een record.

Vatikiotis heeft dat record niet kunnen verbeteren. Ook zijn uitstekende contacten in de legertop vonden het na vier jaar welletjes. In 1991 werd zijn nieuwe standplaats Kuala Lumpur. Daar legde hij de laatste hand aan de zojuist verschenen studie Indonesian Politics under Suharto. "Studie' is het juiste woord, want in zijn boek toont Vatikiotis zich meer academicus dan journalist.

In acht hoofdstukken ontleedt hij de spanning tussen "orde' en "verandering' in het Indonesië van Soeharto, waarbij hij gebruik gemaakt van de vele contacten die hij opdeed als correspondent. Hij weet zijn analytische betoog voortdurend op te luisteren met sprekende citaten, maar bladerend in het notenapparaat blijken die vaker ontleend aan publikaties dan aan persoonlijke gesprekken. Het reportage-element ontbreekt geheel in dit boek en de lezer voelt zich geen moment in Indonesie.

Dat is teleurstellend voor iemand die het boek ter hand neemt in de verwachting deelgenoot te worden van Vatikiotis' Indonesische ervaringen. De auteur had toegang tot het hoogste niveau - met uitzondering van Soeharto zelf - en hij verkeerde regelmatig in de Golongan Frustrasi, de grote groep door Soeharto uitgerangeerde officieren en politici.

Indonesian Politics under Suharto - en dat is misschien wel mijn belangrijkste bezwaar - is dan ook vooral een tournee door de hoofdstedelijke elite. Dat tekent de journalistieke praktijk van menige correspondent in Jakarta. Zij slaan geen persconferentie of diplomatieke cocktail over, maar hun werkterrein blijft beperkt tot de metropool. Daar woont slechts vijf procent van de Indonesiërs en de politieke cultuur is er door-en-door Javaans.

Dat is een serieuze beperking, maar geen diskwalificatie. Vatikiotis is zeer goed thuis in de culturen en geschiedenis van Zuid-Oost Azie - zijn hoofdvak aan de universiteit - en hij beheerst de landstaal beter dan menige collega. Zijn vasthoudende graaf- en speurwerk levert een wat abstract, maar zeer genuanceerd beeld op van de complexe Indonesische politiek, die zich grotendeels afspeelt achter de schermen. Zijn studie voorziet bovendien in een leemte: er was tot dusverre geen goed overzicht voorhanden van Soeharto's Nieuwe Orde in zijn nadagen.

De kracht van Vatikiotis' werkstuk ligt in de precisie en de nuance. Zijn schets van Soeharto's Javaanse re-geerstijl rekent af met de gangbare karikatuur die hem al te zeer op een Zuidamerikaanse dictator doet lijken. En zijn trefzekere analyse van de politieke desoriëntatie in legerkringen maakt - goddank - korte metten met het gemakzuchtige etiket "militair regime'. In zijn karakteristiek van de krachten die aansturen op verandering wreekt zich echter zijn "Jakartaanse' blik. We maken kennis met jonge officieren, islamitische intellectuelen, kritische studenten en ontevreden ondernemers, maar niet met de gehele regio.

De internationale steen des aanstoots Oost-Timor krijgt een obligate behandeling, maar het veel belangrijker Sumatra en ook Oostelijk Indonesië vallen buiten het blikveld van de auteur. Wat zich daar aan frustraties - maar ook aan economisch potentieel - verzamelt, mag niet ontbreken in een uiteenzetting over de krachten der verandering.

Want één ding is zeker: de coalitie die Soeharto na 1965 wist te smeden tussen de Javaanse elite en anti-communistische elementen in de "buitengewesten' zal hem niet overleven. Vatikiotis' naspeuringen inzake de sluipende ondermijning van het paternalistische regime dat al 25 jaar Nieuwe Orde heet werpen wel een veel diffuser licht op de actuele politieke werkelijkheid in Indonesie dan de ideologische schijnwerpers van de partizanen. Het gevaar zit hem echter in de vergankelijkheid van het onderwerp. Zodra Soeharto het veld ruimt, komt dit boek waarschijnlijk niet meer van de plank. Een reden temeer om het snel aan te schaffen, want het is hoogst actueel en bovendien razend knap geschreven.