Hun toneelcarrière begon in de jaren twintig

Gespeelde levens, zondagmiddag, Ned.1, 17.05-17.35u.

Loudi Nijhoff, Joekie Broedelet en Mary Dresselhuys zijn alle drie in het eerste decennium van deze eeuw geboren, begonnen hun toneelcarrière in de jaren twintig en kunnen daarover dus honderduit vertellen. De één met meer vermakelijke details dan de ander, maar allen omspannen ze 75 jaar toneelgeschiedenis waarvan weinig levende getuigen meer over zijn. Hen in een tv-drieluik aan het woord te laten, zoals vanaf zondag gebeurt in de Avro-serie Gespeelde levens, is ongezien een goed idee.

Wat spijtig dus, dat de uitwerking - door Nienke Meeter en Margje de Koning - te wensen overlaat. Ze kozen ervoor via de drie gesprekspartners een chronologisch verhaal over het Nederlandse toneel op te bouwen, waarin over ieder scharnierpunt op zijn minst één zin moest worden gezegd. Ook bijvoorbeeld over de Actie Tomaat, waarin geen van de drie op welke manier dan ook betrokken was. Het resultaat kan niet anders dan langs de oppervlakte scheren en een brokkelige geschiedschrijving opleveren, die bij vlagen zonder voorkennis zelfs lastig te volgen is. Zo heeft Mary Dresselhuys het opeens over de mensen die ze allemaal “samen met Cees” te eten moest geven, zonder dat is vermeld hoe Cees Laseur en zij op eigen kracht een in komedies gespecialiseerd gezelschap begonnen.

Men zou eigenlijk van alle drie afzonderlijk het levensverhaal willen horen: van de vinnige, sardonische en soms wat verbitterd klinkende Loudi Nijhoff, van de beminnelijke Joekie Broedelet en van de aartsvertelster Mary Dresselhys die - in tegenstelling tot haar collega's - nog middenin haar carrière staat. Vooral hun herinneringen aan de vooroorlogse jaren doen naar meer verlangen. “Hier waren 't allemaal houten klazen,” zegt Nijhoff, te summier verklarend waarom ze eerst in Duitsland ging werken. “Een fabriek met hardwerkende mensen” noemt Broedelet het milieu waarin ze belandde. En hoe nuttig was het, demonstreert Mary Dresselhuys met vermakelijk resultaat, om tijdens de toneelopleiding ook “de bekkenschommeling” op het lesrooster te hebben gehad.

Het is een vreugde die drie aan het woord te horen, dat moet gezegd. Maar de formule, waarin de uitspraken door elkaar werden gesneden om de chronologie te handhaven, zit uiteindelijk veel van dat genot in de weg - hoe goed er ook door de maaksters naar is geluisterd en door de camera naar is gekeken.