HET GROTE DUITSE ONGENOEGEN

So nicht! Zu einer besseren Politik in Deutschland door Rainer Barzel 240 blz., Econ Verlag 1993, f 61,60 ISBN 3 4301 8037 6

Handeln für Deutschland door Helmut Schmidt 256 blz., Rowohlt 1993, f 47,60 ISBN 3 8713 4073 1

Deutsche Irrtümer, Schönfärber und Helfershelfer der SED-Diktatur im Westen door Jens Hacker 615 blz., Ullstein 1992, f 78,- ISBN 3 5500 7207 4

Richard von Weizsäcker im Gespräch mit Gunter Hofmann und Werner A. Perger red. Gunter Hofmann en Werner A. Perger 184 blz., Eichborn Verlag 1992, f 33,60 ISBN 3 8218 1160 9

Nederlandse vertaling (van Ria van Hengel): Leven op de Grens, 163 blz., Uitgeverij Balans 1993, f 45,- ISBN 90 5018 208 9

Die Kontroverse, Weizsäckers Parteienkritik in der Diskussion red. Gunter Hofmann en Werner A. Perger 249 blz., Eichborn Verlag 1992, f 39,20 ISBN 3 8218 1162 5

Richard von Weizsäcker in der Diskussion, Die verdrossene Gesellschaft red. Hans Wallow 288 blz., Econ Verlag 1993, f 55,70 ISBN 3 4301 9470 9

Er zaten twee weken geleden drie oude heren en 500 belangstellenden in de foyer van het SPD-hoofdkwartier, het Ollenhauerhaus in Bonn. Oud-kanselier Helmut Schmidt ('74-'82), die juist drie dagen daarvoor zijn vierde pacemaker had gekregen; Rainer Barzel, de man die ooit in gedachten al kanselier was, maar er in 1972 als fractieleider van de CDU/CSU net niet in slaagde om Willy Brandt in de Bondsdag ten val te brengen, en Walter Scheel, die het tot de hoogste politieke ambten bracht die een FDP'er kan bereiken, namelijk vice-kanselier ('69-'74) en president ('74-'79).

Het heette symposium, maar soms leek het alsof we rond een bank voor gepensioneerde zeventigers in het park stonden. Lessen voor nu door een vriendelijk filter naar gisteren. Af en toe ook een tikje gecorrigeerd naar hedendaags perspectief. Mooi was het, tragisch ook enigszins, en riskant, maar net niet gênant.

Niet alle grootvaders zijn gelijk. Maar wel gaan vele grootvaders graag even zitten voor zo'n vraag: vertel nog eens van vroeger, over uw gloriejaren tussen 1966 en 1982 bijvoorbeeld, want het gaat vandaag niet best. Zoals u weet, zoals u zegt en schrijft. Met de kosten van de eenwording, de economie, de vrede, de democratie, de vooruitgang, Europa, de wereld, "de' politici, onze huidige politici, hun partijen. En die Kohl natuurlijk, altijd maar die Kohl, die partijman met zijn zeven levens die in feite allang bij u op die bank had moeten zitten. Of desnoods even verderop, apart. Want het is met de toch ook al 63-jarige Helmut Kohl als vroeger met de sigaret van Chief Whip: hij blijft op ieders lip.

STIEKEME ROKERS

Schmidt, Barzel en Scheel, drie politieke veteranen die zich kunnen laten zien zijn het. Well kept. Min of meer stiekeme rokers. In hun grote dagen hebben ze elkaar flink naar het leven gestaan. Maar de tijd heeft hen tot old boys en vrienden gemaakt. Ze plagen elkaar dus maar wat als zij aan vroegere bloedige strijd herinneren. Barzel vertelt nog eens hoe belangrijk in de vroege jaren zeventig het verzet van zijn CDU tegen Brandts Ostpolitik was geweest. Hoezeer dat ertoe had bijgedragen dat Scheel als minister van buitenlandse zaken bij het grote verdrag met Moskou zijn collega Gromyko een brief namens Bonn had geschreven waarin alsnog werd vastgelegd dat uiteindelijk alleen een verenigd, soeverein en democratisch Duitsland een akkoord over zijn definitieve grenzen zou kunnen sluiten (zoals 20 jaar later geschiedde). Scheel verhaalt hoe hij die brief in Moskou over de tafel schoof, hoe Gromyko hem ongeopend terugduwde en hoe een koerier hem daarna de volgende dag toch nog met succes aanbood bij Gromyko's ministerie. Dat waren tijden.

De SPD'er Schmidt, die in '82 in het Grote Rakettendebat (over SS-20's, Pershings 2 en kruisvluchtwapens) door zijn eigen partij in de steek werd gelaten en daarna ook door de FDP, zijn coalitiepartner, wilde nog wel even zeggen wat Scheels FDP eigenlijk is: een kleine, altijd op overleving bedachte en dus labiele vereniging, ""ein Waagscheisserle' (een angsthaasje op de weegschaal). Een ironisch woord van de eerste bondspresident is dat trouwens, de FDP'er Theodor Heuss.

Zo'n partij als de FDP zal nooit genoeg adem hebben om iets fundamenteels aan de noodzakelijke politieke vernieuwing bij te dragen, aldus Schmidt. Netzomin als de SPD, met haar rivaliserende, niet-economische kleinkinderen van Willy Brandt, haar Schröder (premier Nedersaksen), Scharping (Rijnland-Palts), Eichel (Hessen), Lafontaine (Saarland) en Engholm (Schmidts "vriend', premier Sleeswijk-Holstein en kanselierskandidaat). Over Engholm zegt Schmidt dezelfde week tegen Der Spiegel onder meer: ""Anders dan ik zag Willy Brandt een groep jonge mensen als zijn politieke leerlingen, die hij zijn kleinkinderen noemde. Ik waardeer Björn Engholm zeer; ik heb hem leren kennen toen hij Bondsdaglid was, ik heb hem in de regering gehaald. [...] Maar een econoom is hij niet.'

RETOUCHES

Barzel heeft net een boek geschreven. Het gaat over de fouten die gemaakt zijn, en nog gemaakt worden, annex aan de Duitse eenwording. Het is naar zijn strekking een soort anti-Kohlboek en heet veelzeggend: So nicht!. Schmidt is veelschrijver, al jaren heeft hij als een van de uitgevers van het weekblad Die Zeit, zijn bank in het park als het ware daar. Hij heeft net, op verzoek van huize Rowohlt, wéér een waarschuwend boek met grote bestsellerwaarde afgekregen: Handeln für Deutschland. De Bildzeitung, doorgaans niet zo bekoord door opvattingen van SPD'ers, heeft er voor haar miljoenenpubliek twee weken lang uittreksels uit afgedrukt. Dat boek loopt niet alleen als een trein, het is ook best de moeite waard. Dat geldt zeker voor wie (vooral) Schmidts politiek-economische analyses dan wel zijn geregelde philippica's in Die Zeit tegen de politici die na hem kwamen (met name Thatcher, Reagan, Kohl, in dit geval vooral Kohl) niet heeft gelezen.

Was de Macher Schmidt meer doener dan denker, meer econoom dan internationaal politiek strateeg? Zeker is dat de schrijver Schmidt een groot zelfbewustzijn, dito kennis en een brede internationale blik als kenmerken gemeen heeft met de gelijknamige vroegere kanselier. Hier en daar hebben zijn retrospecties de afgelopen jaren wel eens retouches gekregen. Soms zelfs wisselende retouches, dat valt onder meer op bij vergelijking van de terugblikken op zijn eigen rol als "vader' van het Navo-dubbelbesluit van 1979.

In zijn memoires wordt dat vaderschap in het eerste deel, Menschen und Mächte (1987), tamelijk halfhartig erkend. In deel 2, Die Deutschen und ihre Nachbarn (1990), tweeëneenhalf jaar na het rakettenakkoord van Reagan en Gorbatsjov, is vader terug. Nu, in zijn jongste boek, is hij onverbloemd trots: ""Gorbatsjov schrikt er niet voor terug te erkennen dat het dubbelbesluit van Carter en Schmidt én zijn latere uitvoering door Reagan en Kohl inderdaad tot het door mij sinds 1977 gewenste doel van de "dubbele 0-optie', hebben geleid, namelijk tot de volledige ontmanteling van SS-20's en Pershings 2, dus tot 0 aan beide kanten.'

Bewaard heeft Schmidt in elk geval zijn woede over de ooievaar, die hem boven Hamburg en niet boven Washington liet vallen. En tien jaar te vroeg, zodat hij wèl in Hitlers Wehrmacht moest dienen en bovendien in de geschiedenis straks wellicht maar een plaats krijgt als overgangskanselier. Namelijk tussen Brandt en eenheidskanselier Kohl, de man die in '82 zijn opvolger werd en zelfs het regeer-record van Konrad Adenauer (14 jaar) nog wil overtreffen.

PIJNLIJKE WAARHEDEN

De grote angst van de Hanseaat Schmidt is dat de economische recessie in zijn land, het snel stijgende werkloosheidscijfer, de ontgoocheling over de kosten en psychologische gevolgen van de eenwording óók tot een structurele politieke crisis zullen leiden. Een crisis met gevaren voor heel Europa. Hij besluit zijn boek met een oproep aan de landgenoten. ""Wegens onze fouten en tekortkomingen na de eenwording, en wegens het conflict tussen de Bundesbank enerzijds en de sociale partners en de staat anderzijds zijn onze economie en overheidsbudgetten nogal ziek. De gelijktijdigheid van de eenwordingscrisis, de economische recessie en het asieldebat lijkt onze politici te zwaar te belasten. We staan daardoor midden in een vertrouwenscrisis aangaande het vermogen van de politieke klasse. [...] Op den duur kan alleen een kritische en oprechte geest de burgers overtuigen. [...]'

En, het lijkt zeer op de in de CDU ""almachtige' Kohl en Brandts kleinkinderen in de SPD gericht: ""Het tactische positiespel binnen de grote volkspartijen is zonder betekenis voor het algemeen belang, [...] een diepgaand openbaar debat over de toestand van het land is onmisbaar. Want wij, het volk, weten: ons land moet veranderen! Daarvoor is echter niet alleen verandering nodig bij hen die regeren maar ook bij hen die geregeerd worden'.

Pijnlijke waarheden moeten worden gezegd, offers zijn nodig, voorbeelden van de politici zelf, juist ook wat hun eigen inkomens en de subsidiëring van hun partijen uit de staatskas betreft. In dat opzicht doet het er niet toe of er na de Bondsdagverkiezingen van volgend jaar een CDU- of een SPD-kanselier komt, meent Schmidt, die zeker niet vergeten is hoe Brandts zoëven genoemde kleinkinderen hem in '82 in de steek lieten. Zijn oordeel over de SPD loopt hier en daar uit op een requisitoir: jegens de ""illusionisten' uit de studentenbeweging van 1968, wier invloed ""in mijn partij nog doorwerkt', jegens de mensen die de SPD zaken lieten doen met de ""leninisten' van de Oostduitse SED, de bedenkers van het vroegere linkse modewoord Stamokap (het staatsmonopoloïde kapitalisme). Enzovoort.

Wie overigens echt een wraakzuchtig en gedetailleerd boek over de gespleten omgang van vele Westduitse politici, wetenschappers en media met de vroegere DDR wil lezen, raadplege de zeer rijk gedocumenteerde gifpil Deutsche Irrtümer van de Regensburgse politicoloog Jens Hacker. Van Willy Brandt tot Egon Bahr en Franz Josef Strauss, van de CDU tot de Groenen, van de media tot de kerken - ieder krijgt zijn vet in deze grote posterieure ketterjacht.

TOEKOMSTANGST

Terug naar Schmidt. ""Er is tegenwoordig ook van de sociaal-democratie geen diepgaande hervorming van stijl, inhoud en structuur van het politieke bedrijf te verwachten', is zijn klacht. Ja, hij verzucht zelfs: ""Van de partijen is heden ten dage geen wezenlijke remedie te verwachten. Conclusie: alleen op kanselier Kohl komt het vandaag aan; maar omdat hij zich tot de verkiezingsdag in 1994 geheel moet wijden aan het eenwordingsproces, kan men niet verwachten dat hij zich ook nog met kracht richt op andere taken, die zijn blijven liggen.'

Een goed jaar geleden zat ik in een Italiaans restaurant in Hamburg met de diplomatiek redacteur van Die Zeit. Hij maakte zich, niet als mens maar als gespecialiseerd journalist, zorgen over het einde van de Koude Oorlog en de onverwachte zelfmoord van de Sovjet-Unie. Rocketry als thema leek, tenminste voor de lezers, immers voorbij. Zoals Oost-West als thema van inhoud zou veranderen. Namelijk van het tellen van divisies, tanks en raketten naar het tellen van vluchtelingen, het bijhouden van structurele economische misère en regionaal-nationalistisch geweld.

Maar, zei hij, de nieuwe "eigen' thema's zijn er ook al. Nu de Westelijke wereld bijvoorbeeld ineens een samenbindend vijandbeeld kwijt is, zal het onvermogen van de eigen politieke stelsels meer aandacht krijgen. En moeten krijgen, want we gaan naar politieke structuurcrises in onze landen en de belangstelling daarvoor zal groot zijn.

Die prognose klopte, van Italië tot Japan, van Nederland tot Spanje en van de VS tot Duitsland, waar de woorden Einheit en Politikverdrossenheit iets met elkaar te maken hebben gekregen. In de inmiddels na de eenwording gerezen katerstemming is "de politiek', "de partijpolitiek' vooral, hèt grote kristallisatiepunt voor onlust, toekomstangst en onzekerheid geworden. De kritiek van bondspresident Richard von Weizsäcker op de zelfaangemeten, ook maatschappelijke almacht van de politieke partijen, hun zelf-georganiseerde financiering uit de algemene middelen, hun ten diepste nogal ondemocratische besluitvorming in zeer kleine kaders, dateert in feite al van ruim tien jaar geleden.

Maar pas nu, herhaald in de sfeer van vandaag, en nu zij ook functioneert als een uithaal naar de partij-tacticus Kohl, krijgt zijn vorig jaar in deze krant (4 juli '92) besproken strenge kritiek veel bredere aandacht. Meer nog: nu is een tot boek geworden interview dat twee Zeit-redacteuren hem begin vorig jaar daarover afnamen, allang een bestseller geworden (Leven op de grens). Een soort politieke Bergrede die al twee reactieboeken in haar klinkend kielzog heeft meegezogen (Die Kontroverse en Richard von Weizsäcker in der Diskussion).

ZELFKWELLING

In het laatste boek wordt in de bijdrage "Politikverdrossenheit als Volkssport' cynisch het genoegen beschreven dat de Duitsers, met hun boekverkopers en hun media, óók beleven aan hun nieuwe Grote Ongenoegen. En aan hun ""Weizsäcker-Syndrom als de subliemste uitdrukking van maatschappelijke zelfkwelling'. De auteur, de Berlijnse publicist Reinhard Mohr, weet er wel raad mee: ""Graag herkent de kleine man zich in de grote man die die lui "daarboven' er flink van langs geeft. En graag vertoont die grote man zich aan de kleinen als geestverwant in het protest tegen de boze wereld en het smerige politieke bedrijf, waaraan hij kort geleden zelf nog deelnam. Als de kleine Duitse man zijn geloof in profane autoriteiten als kanselier, ministers, staatssecretarissen en parlementariërs eenmaal heeft verloren, zal hij gaan zoeken naar een heel andere, eerder metafysische autoriteit, die houvast en oriëntatie biedt.' Nou, liever niet, dat was al eens voorgekomen, denkt de lezer.

Touché? Of overdrijft Mohr, is hij unfair jegens de president? Dat is ook voor Nederlanders iets om over na te denken. Heeft hun verering van Weizsäcker niet óók te maken met afkeer van de "gewone' Duitse politici en hun alledaagse sores? En moeten Duitslands buren het in Europa niet vooral van die gewone politici hebben? Vandaag van de Kohls, gisteren van de Schmidts dus. De zondag is een mooie dag, maar er is er per week maar één en de Bondsdag is dan dicht.