Hans van Manen toont weer zijn kunstenaarschap

Gezelschap: Nederlands Dans Theater. Première Fantasá. Choreografie: Hans van Manen, muziek: Johann Sebastiaan Bach, decor en costuums: Keso Dekker, licht: Joop Caboort. Overige programma-onderdelen: Andante (Van Manen/Mozart), Dreamtime (Kylián/Takemitsu) en On the move (Van Manen/Prokofjev). Gezien: 15/4. AT & T-Danstheater, Den Haag. Daar nog te zien 22, 23, 24, 29/4 en 1, 4, 5 en 6/5. Verder 17, 18 en 30/4 Amsterdam, 21/4 Utrecht, 27/4 Arnhem, 28/4 Eindhoven en 7 en 8/5 Rotterdam.

Een nieuw ballet van Hans van Manen betekent dat je al bij voorbaat verzekerd kunt zijn van een hoog choreografisch niveau, van een uiterst muzikale benadering van de gekozen compositie, van subtiel geraffineerde bewegingen, van helderheid in structuur en van een grote soberheid en onalledaagse schoonheid. Zijn jongste creatie Fantasá heeft dat ook inderdaad weer allemaal, evenals de vormgeving in toneelbeeld en kostumering van Keso Dekker, die er in zijn gestileerde eenvoud weer perfect bij aansluit.

Die voorspelbaarheid draagt een gevaar in zich, want vooral de doorgewinterde dansganger wil toch vaak allereerst verrast worden, of met iets nieuws worden geconfronteerd. Provocerende nieuwe wegen slaat Van Manen op dit moment niet echt in. Ik vind dat echter geen enkel bezwaar, omdat wat Van Manen te zeggen heeft een tijdloze niet op extremen gebaseerde kracht heeft en hij als geen ander de essentie van gevoelens en relaties tussen mensen weet bloot te leggen. Hij maakt het onzichtbare zichtbaar en ik word daar meer door geraakt dan door menige veel realistischer en explosievere eigentijdse bewegingsuiting.

Fantasá heeft een bepaalde binding met Van Manens meesterwerk Adagio Hammerklavier. Ten eerste door de speciale uitvoeringskeuze van de gebruikte muziek: Bach's Koraalvoorspel Ich ruf zu dir, Preludium in A mineur en koraalbewerking Nun kommt der Heiden Heiland gespeeld door Alfred Brendel. Voor Adagio Hammerklavier koos Van Manen ook expliciet voor één interpretatie, die van Christof Eschenbach. Verder heeft ook Fantasá drie paren die zich ieder in separate duetten onderscheiden in het karakter van hun onderlinge verhouding, terwijl er tegelijkertijd een verbondenheid tussen de zes mensen zichtbaar wordt. Soms zijn er zelfs letterlijke citaten uit Hammerklavier verwerkt. Toch is de totale sfeer anders. Adagio was één vloeiende stroom van lyrische melancholie terwijl Fantasá een schrijnende ondertoon heeft in de scherp gebogen armen, de voorzichtig sensuele heupbewegingen, de ineengevouwen lichamen, de soms bijna koele afstandelijkheid of de berustende, genegen hoofden. Fantasá is het werk van een gerijpt man, die weet wat het leven te bieden heeft en zich niet verliest in irreële illusies. Die een balans nastreeft tussen positieve en negatieve elementen. Verrassend wat nieuwe bewegingsvondsten betreft is Fantasá niet. De waarde ervan ligt op een ander niveau, in hoe het verworvene wordt gebruikt en hoe accenten worden aangebracht, in het evenwicht tussen expressiviteit en vorm, tussen beweging en muziek. Daarin bewijst Van Manen voor de zoveelste keer zijn groot kunstenaarschap.