Haags videofestival laat de nieuwste snufjes zien

World Wide Video Festival, Spui 189 en 187; opening 19 april 20.30 uur, diverse presentaties; Noordeinde 140, installaties; Archief, Casuariestraat 16, installaties; t/m 25 april, inl. en programmakrant: 070-3644805. Catalogus 20 gulden (CJP 15 gulden)

DEN HAAG, 17 APRIL. In een splinternieuw onderkomen aan het Haagse Spui opent maandagavond het World Wide Video Centre - het vroegere Kijkhuis - zijn elfde internationale videofestival met een overdadig zevendaags programma. Doel is het signaleren van de meest recente ontwikkelingen op het gebied van de elektronische mediakunst. In totaal zullen zo'n tweehonderd produkties te zien zijn: videotapes, installaties, performances en retrospectieven van bekende videokunstenaars. Verder worden er lezingen gehouden en openbare interviews en is er op 21 april een dag waarop leerlingen van academies hun werk vertonen.

Het Video Centre, dat van de nieuwste snufjes op elektronicagebied is voorzien, vormt samen met het aangrenzende Theater aan het Spui het kloppend hart van het World Wide Video Festival. De bezoeker kan verder terecht in twee andere lokaties op loopafstand: het voormalige Kijkhuis aan het Noordeinde en het vroegere archief van Buitenlandse Zaken aan de Casuariestraat.

Directeur Tom van Vliet heeft dit jaar voor het festival ruim 80 recente videotapes geselecteerd van kunstenaars uit landen over de hele wereld. Daarvoor bekeken hij en zijn medewerkers tussen de 1500 en 2000 banden. Criterium was volgens hem kwaliteit, een goede keuze van het onderwerp en overtuigingskracht. “Er wordt de laatste jaren vrij veel driedimensionaal werk gemaakt”, vertelt hij. “En er is een sterke ontwikkeling van de computertechniek, die men integreert met de videotechniek. De laatste tijd zie ik vrij veel kunstenaars die het menselijk lichaam als onderwerp nemen. Vooral het portret is erg in opkomst.”

Op het festival zijn zes installaties te zien van bekende videokunstenaars, onder wie Marie Delier, David Rokeby en Marina Abramovic. De expositiezaal van het gebouw aan het Spui krijgt een grote opstelling, Silk Stockings, opgebouwd uit onder andere zeventien monitoren en een grootscherm. Silk Stockings is speciaal voor de gelegenheid ontworpen door de kunstenaar Francesc Torres, een tot Amerikaan genaturaliseerde Catalaan, die op het festival een lezing zal geven en van wie tevens een retrospectief wordt getoond. Zijn installatie is bedoeld als commentaar op de teloorgang van het communisme en blijft ook na het festival, tot en met 6 juni, te zien in het Video Centre.

De nieuwe huisvesting aan het Spui is een ontwerp van de architect Herman Herzberger. Het is onderdeel van een complex waarvan ook 80 woningen deel uitmaken. Het videocentrum is licht en ruim met veel ramen en doorkijken. De vloer van de expositieruimte is speciaal voor het Video Centre ontworpen en is bedekt met tegels die allemaal kunnen worden opgelicht. Eronder is ruimte voor het ingewikkelde kabelnet, dat nodig is om alle vormen van deze zich snel ontwikkelende kunstsoort te kunnen tonen. Een primeur is het zogenoemde priva-lite, een nieuw soort glas dat van transparant naar diffuus kan worden omgeschakeld en dan dient als projectiescherm. Daarop kunnen van binnenuit beelden worden geprojecteerd, die buiten op straat te zien zijn. Het is aangebracht in een zaaltje op de eerste verdieping aan de kant van het Spui, zodat de voorbijgangers kunnen meegenieten.

Het aangrenzende Theater aan het Spui is binnendoor te bereiken. In een van de twee zalen van het theater worden tapes gedraaid, in de andere kan men op aanvraag tapes naar keuze laten draaien. “Het mooie van het medium video is dat je het kunt opzetten en opnieuw bekijken wanneer je wilt”, zegt Van Vliet.

Op het festival wordt ook videomateriaal getoond dat niet direct onder de noemer kunst valt, maar een politieke of ideologische lading heeft. Zo hebben enkele Amerikaanse kunstenaars een speciaal programma samengesteld uit ideële spots over onderwerpen als racisme, abortus en milieuvraagstukken.

Het videofestival is een jaarlijkse ontmoetingsplaats voor kunstenaars, producenten, distributeurs en conservatoren. Van de deelnemende kunstenaars worden er 45 verwacht. De mediakunst wordt vooral beoefend in landen waar de technologie ver is ontwikkeld: West-Europa, Noord- en Zuid-Amerika, Japan, Australië en een aantal Oosteuropese landen. Vorig jaar, toen het zich op tien lokaties afspeelde, werden 15.000 plaatsen verkocht. Van Vliet hoopt nu met de nieuwe centrale behuizing, het beperkte aantal lokaties en een gevarieerd programma een nog breder publiek te bereiken.

De videokunst is altijd een beetje een ondergeschoven kindje gebleven in de beeldende kunst-wereld. Het is een dure kunstvorm, waarvoor nauwelijks een particuliere markt bestaat. Het conserveren is kostbaar, banden moeten om de zoveel tijd worden overgeschreven op nieuw materiaal. Afnemers zijn voornamelijk musea, bibliotheken, artotheken en de omroepen. Het Video Centre in Den Haag heeft een collectie van 2500 produkties. Slechts enkele musea bezitten een collectie videokunst, of houden regelmatig exposities, zoals het Zentrum für Kunst und Medium in Karlsruhe, het Centre Pompidou in Parijs of het Instituut voor moderne kunst IVAM in Valencia. Alleen de nieuwste museumgebouwen hebben een speciale ruimte voor mediakunst. Wel worden de laatste tijd steeds meer installaties vertoond. Zij passen beter dan videotapes in de context van de meeste musea. Van Vliet: “De infrastructuur van de musea is niet op mediakunst afgestemd, omdat meeste zijn gebouwd in een tijd dat er nog geen satellieten en kabelsystemen waren. Met de opkomst van de bioscopen kreeg je auditoria die uitgerust waren met filmprojectoren. In de beginjaren van de mediakunst waren de meeste kunstenaars van oorsprong schilder of beeldhouwer, maar inmiddels is er een generatie kunstenaars gekomen die is opgegroeid met de computer en de video. Op de kunstacademies wordt op dit gebied steeds meer gedaan. Maar de musea komen wat mogelijkheden betreft altijd enigszins achter de ontwikkelingen aan. Een grote doorbraak is de Documenta geweest, waar een aantal installaties stonden. Toen is videokunst door publiek en critici opgemerkt en geprezen als een interessante kunstvorm”.