Geen gratie ter bestrijding cellentekort

Het pleidooi “Gratie beter dan uitbreiding van cellen” van H. de Jong en P.G. Wiewel van de vereniging voor strafrechthervorming, de Coornhert Liga, in NRC Handelsblad van 13 april, is conservatief. Het houdt immers vast aan een idee uit het verleden dat door het voortschrijden van de tijd en de ontwikkelingen van de praktijk nodig aanpassing behoeft.

De auteurs willen niet onder ogen zien dat de criminaliteit in Nederland een probleem is geworden en dat de schaarste aan celcapaciteit om een serieuze oplossing vraagt, waartoe ambtshalve gratieverlening niet gerekend kan worden.

Het verwijt klinkt dat het zoeken naar alternatieven voor vrijheidsbeneming node wordt gemist in de discussie omtrent criminaliteitsbestrijding, maar in de rest van het artikel dragen De Jong en Wiewel geen ander alternatief dan “geen-vrijheidsbeneming” aan.

Het openbaar ministerie te Amsterdam participeert al lang in talrijke projecten die gericht zijn op een alternatieve - lees: niet vrijheidsbenemende - afdoening van strafzaken. Ik mag in dit verband noemen het HALT project waarbij jeugdige vandalen en winkeldieven werk doen bij voorkeur bij de bedrijven of instellingen waar zij hun daden pleegden en het Straatjunkenproject, waarbij criminele verslaafden in het kader van een schorsing van de voorlopige hechtenis de mogelijkheid wordt geboden af te kicken.

De rechterlijke macht, waartoe het openbaar ministerie behoort, denkt dan ook net zo hard over alternatieven voor vrijheidsbeneming na als de Coornhert Liga, zo niet harder. Het verschil is alleen dat wij deze alternatieven in de praktijk moeten brengen en voor elk individu vooraf de mogelijkheden en achteraf de resultaten moeten beoordelen. Dat is gecompliceerder en vooral genuanceerder werk dan de hervormers kennelijk beseffen.

Het openbaar ministerie in Amsterdam heeft op grond van het cellentekort ook al lang besloten het keuzemoment voor vrijheidsbeneming te vervroegen, zoals als suggestie in het artikel wordt meegegeven.

Het leidt voor hele categorieën misdrijven niet meer voor aan de rechter-commissaris, maar stuurt de verdachten weg met een dagvaarding, hoewel alle gronden voor voorlopige hechtenis aanwezig zijn.

Wie zitten er dan nu nog in de cel?

Straatrovers, verkrachters, overvallers, moordenaars, drugsbazen en -handelaren. Degenen die nog niet zijn heengezonden wel te verstaan!

Wat juist tot zorg moet stemmen en waarvoor in de politiek gelukkig gehoor wordt gevonden is dat vele verdachten die zijn weggezonden hun straf nooit te weten zullen komen, laat staan ondergaan. Zij zijn zonder vaste woon- of verblijfplaats in dit land en niet meer te traceren.

Verslaafden die binnen een week soms wel twee tot drie keer aan mij worden voorgeleid voor een autokraak en mij dringend vragen om vastgehouden te worden omdat zij dat voor zichzelf beter vinden (dat komt steeds vaker voor) moet ik tegen hun zin - en de mijne - wegsturen.

Nee, kom mij niet aan met bevriezing van celcapaciteit en ambtshalve gratie. Een idee dat eenzijdig gebaseerd is op de resocialisatiegedachte maar andere belangen dan die van de verdachte en de geldigheid van strafdoelen als vergelding en beveiliging niet onderkent.

De samenleving eist terecht dat beslissingen van leden van de rechterlijke macht tot vrijheidsbeneming kunnen worden uitgevoerd. Dat dit niet mogelijk is knaagt wel degelijk aan de fundamenten van onze rechtsgemeenschap.

Criminaliteit is de laatste jaren harder en veelvuldiger geworden. Geweld, winstbejag en egoïsme in zijn vaak meest kille vorm is helaas de gemiddelde achtergrond van de crimineel die heden ten dage in Nedeland nog in voorarrest zit. En daar op grond van een rechterlijke beslissing hoort. Het is dan ook niet zozeer het strafrecht dat in de jaren negentig hervorming behoeft, alswel de mens.