Freud en de vroeg tanende hartstocht

Vorige maand, op 26 maart, overleed in een ziekenhuis in New York Reuben Fine aan de gevolgen van een beroerte. Hij was 78 jaar en een van de laatst overgebleven schakers die in de jaren voor de oorlog konden hopen wereldkampioen te worden. Van de acht deelnemers aan het Avro-toernooi van 1938, dat een uitdager van wereldkampioen Aljechin moest opleveren, leeft nu alleen Botwinnik nog.

De Amerikanen hebben geen geluk gehad met hun topspelers. Morphy en Fischer trokken zich terug op het hoogtepunt van hun loopbaan. Pillsbury stierf jong. De carrière van Fine kwam in feite ten einde in 1948, toen hij weigerde mee te doen aan het toernooi om het wereldkampioenschap. In 1951 speelde hij nog een klein toernooi in New York, daarna was het afgelopen. Hij schreef nog wel een paar schaakboeken, maar zijn beroep was psycho-analyticus.

Misschien was naar zijn eigen gevoel zijn schaakloopbaan al eerder geëindigd. Zijn schaakhartstocht, zo schreef Fine in zijn boek Lessons from my games, begon in 1929, toen hij op de twee grote New Yorkse schaakclubs al kort na zijn aantreden de bijnaam Kid gefährlich verwierf, en duurde slechts acht jaar. Daarna zou hij nog het grootste succes van zijn leven behalen: gedeeld eerste, samen met Keres, in het Avro-toernooi 1938, voor Botwinnik, Aljechin, Euwe, Reshevsky, Capablanca en Flohr. Voor het toernooi begon had Fine aan de organisatoren gevraagd of hij mocht terugkomen op zijn toezegging om mee te doen. Hij was pas 23 jaar, maar de hartstocht taande al. En schaken als beroep had hem altijd onaantrekkelijk geleken. In Europa (behalve in de Sovjet-Unie) was het al moeilijk om van schaken te leven, in Amerika was het vrijwel onmogelijk.

De overwinning in het Avro-toernooi was voor Fine het besluit van een ware triomftocht door Europa, die bijna twee jaar duurde. Hij was al een paar keer eerder in Europa geweest als lid van het Amerikaanse olympiadeteam, en in 1935/36 had hij het toernooi in Hastings gewonnen. Vandaar ging hij eerst terug naar New York om mee te doen aan het Amerikaanse kampioenschap. Dat werd gewonnen door Reshevsky en merkwaardig genoeg is Fine er ook later nooit in geslaagd om Amerikaans kampioen te worden. Toen kwamen de vurig gewenste uitnodigingen voor de grote Europese toernooien: Zandvoort en, belangrijker nog, Nottingham, het toernooi van de vijf wereldkampioenen. Fine bleef in Europa en van de dertien belangrijke toernooien die hij in die twee jaar speelde won hij er acht. Zijn thuishaven was Nederland. Hij leerde Nederlands, maakte een Nederlandse vrouw de eerste van zijn vijf echtgenotes en werd secondant van Euwe voor de match tegen Aljechin van 1937. Als Hitler er niet was geweest, schreef Fine, zou hij misschien in Nederland gebleven zijn.

Het eerste grote naoorlogse internationale toernooi was Groningen 1946. Fine was er niet bij, hij had het te druk met zijn psycho-analytische studie. Na de dood van Aljechin stelde Fine voor dat hij en Keres samen tot wereldkampioen zouden worden uitgeroepen. Dat gebeurde niet. Er werd in 1948 een toernooi georganiseerd om het wereldkampioenschap en Fine deed niet mee, hij had een examen.

Was dat echt belangrijker voor hem dan het wereldkampioenschap? Je zou er graag iets over lezen in het boekje The psychology of the chessplayer, dat Fine in 1956 schreef, maar Fine gaat niet in op wat hem bewoog toen hij zich terugtrok, net op het moment dat hij zijn grootse kans kreeg. Dat boekje maakt een beetje de indruk van een wraak op de schaakwereld. Met een zelfverzekerdheid die tegenwoordig verwondering zou wekken, wordt het Freudiaanse jargon in stelling gebracht om de schaker neer te zetten als homoseksuele vadermoordenaar, en de concrete schakers van vlees en bloed die worden behandeld komen er voor het grootste deel erg slecht af. Later schreef Fine nog een boek over de match Fischer-Spassky waarin hij zetten als Pf6-h5 en Pc3-e2 psycho-analytisch duidde als symptomen van zielsziekten. In 1975 liet hij weten dat schakers in zijn kliniek door hem persoonlijk behandeld zouden worden, wat als een uitnodiging aan Fischer beschouwd kon worden. Er meldden zich geen kandidaten.

Met de vele gewone schaakboeken die Fine schreef, heeft hij de schaakwereld meer plezier gedaan dan met zijn psycho-schaakboeken. Over Chess marches on, dat vlak na de oorlog verscheen, schreef Euwe in het voorwoord bij de Nederlandse vertaling (Schaak verovert de wereld!) dat ""de auteur onzen nieuwshonger stilt op een manier, die slechts te vergelijken is met den pakkettenregen uit geallieerde vliegtuigen op ons uitgehongerde land. (...) Ik heb Chess marches on gelezen, neen, verslonden.''

De volgende partij, uit het Avro-toernooi, noemt Fine zelf ""de beste partij uit mijn loopbaan''. Dat is typerend voor hem. Hij heeft partijen gespeeld die opwindender en oogstrelender waren, maar de waarden die hij in het schaken het hoogst achtte waren helderheid, precisie en consequentie.

Wit Fine - zwart Flohr

1. e2-e4 e7-e6 2. d2-d4 d7-d5 3. Pb1-c3 Lf8-b4 Op deze zet, toegepast tegen Fine, rustte in het Avro-toernooi geen zegen. Botwinnik en Capablanca deden het ook, en verloren eveneens vanuit de opening. 4. e4-e5 c7-c5 5. Lc1-d2 Pg8-e7 6. Pg1-f3 Pe7-f5 Fine doet in zijn aantekeningen alsof deze zet de enige oorzaak van zwarts nederlaag is, wat me overdreven lijkt. 7. d4xc5 Lb4xc5 8. Lf1-d3 Pf5-h4 9. 0-0 Pb8-c6 10. Tf1-e1 h7-h6 11. Pc3-a4 Lc5-f8 Hier bijvoorbeeld lijkt 11...Pxf3+ 12. Dxf3 Ld4 13. Dg3 Dc7 nog wel speelbaar voor zwart. 12. Ta1-c1 Lc8-d7 13. Pf3xh4 Dd8xh4 14. c2-c4 d5xc4 15. Tc1xc4 Dh4-d8 16. Dd1-h5 Pc6-e7 17. Tc4-d4 g7-g6 18. Dh5-f3 Dd8-c7 19. Pa4-c3 Pe7-f5 20. Pc3-b5 Dc7-b6

Zie diagram 1.

21. Td4xd7 Ke8xd7 22. g2-g4 Pf5-h4 23. Df3xf7+ Lf8-e7 24. Ld2-b4 Ta8-e8 25. Lb4xe7 Te8xe7 26. Df7-f6 a7-a6 27. Te1-d1 a6xb5 28. Ld3-e4+ Zwart gaf op.

Het volgende fraaie fragment is ook uit het Avro-toernooi.

Zie diagram 2.

Wit Capablanca - zwart Fine.

Zwart lijkt er slecht aan toe te zijn, maar redt zich met een diep berekende combinatie. 15...Ta8-c8 Nu faalt 16. Txb7 op 16...Pxb4, met winnende aanval voor zwart, en 16. g4, om de dame naar een slecht veld te jagen, wordt weerlegd door 16...Pe5. 16. Dc2-b2 Tf8-d8 17. Td7xb7 Pc6-e5 18. Lf1-e2 Na 18. Pd4 volgt 18...Dg6, met dreigingen als 19...De4, 19...Pd3+ of zelfs 19...Txd4. 18...Pe5xf3+ 19. Le2xf3 Dh5-e5 De pointe van de combinatie. Wit moet nemen. Na 20. Db1 Dc3+ zou zwart in de aanval winnen. 20. Db2xe5 Tc8-c1+ 21. Lf3-d1 Wit moet het stuk teruggeven, anders heeft zwart eeuwig schaak. 21...Tc1xd1+ 22. Ke1-e2 Td1-d2+ 23. Ke2-f3 f6xe5 24. Tb7xa7 e5-e4+ 25. Kf3-g3 Td2-a2 26. Ta7-a6 Td8-d2 en met zijn actieve torens kon zwart het eindspel remise houden.