EUTHANASIE

In NRC Handelsblad van 3 april beschrijft Beatrijs Ritsema twee beschadigde pasgeborenen: een mongool met een darmafsluiting bij wie, op verzoek van de ouders euthanasie werd toegepast, en een pasgeborene zonder ledematen bij wie, ondanks het verzoek van de ouders, géén euthanasie werd toegepast.

De beslissing niet te opereren bij het kind met het syndroom van Down, was een beslissing in overeenstemming met ouders en artsen. Maar was het in het belang van het kind? Vele mongooltjes leiden een gelukkig leven. De beslissing die genomen werd, is te rechtvaardigen en behoeft hier geen discussie.

Anders is het als er geen overeenstemming is; als ouders en artsen van mening verschillen. Ouders zien geen menswaardig leven voor een ernstig lichamelijk mismaakt kind. Niet omdat ze te lui zijn om voor hun kind te zorgen, maar omdat ze het leven en het geluk van hun kind voor ogen hebben. De artsen zien geen kans om een passieve beslissing te nemen, zoals bij het mongooltje. Ze moeten tot actie komen, maar er wordt beslist niet actief te zijn. Ook nu is een passieve beslissing genomen: niets doen. De menselijke tragedie is voor beide ouderparen groot en voor één van de twee kinderen. Mensen die bewust en herhaaldelijk een menselijk verzoek doen om hulp voor een kind, moeten worden geholpen.

De Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde heeft het rapport uitgebracht: "Doen of laten? Grenzen van het medisch handelen in de neonatologie' (1992), waarin met grote voorzichtigheid soortgelijke problematiek als de twee beschreven pasgeborenen wordt besproken. Bij het kind zonder ledematen had men de ouders moeten wijzen op de mogelijkheid ook elders hulp te kunnen vragen.