EEN ONBESPROKEN KONING

Koning tussen Franco en Spanje. De eerste geautoriseerde biografie van Juan Carlos I door José Luis de Vilallonga 184 blz., geïll., De Kern 1993 (vertaald uit het Frans - Le Roi, 1993 - door A van Lamsweerde), f 32,50 ISBN 90 325 0427 4

De meest opvallende politieke eigenschap van Francisco Franco was zijn vermogen om beslissingen uit te stellen, zich van de domme te houden, langdurig te zwijgen, rivalen tegen elkaar uit te spelen, kortom: op alle paarden tegelijk te wedden. Zo herstelde hij in 1947 formeel de monarchie, maar voorlopig zonder koning. Zijn vijandige houding tegenover troonpretendent Juan de Borbon, weerhield hem er vervolgens weer niet van om een overeenkomst met hem te sluiten waarbij diens zoon Juan Carlos een jaar later naar Spanje werd gehaald om een opleiding te ontvangen tot... ja tot wat eigenlijk? Tot kort voor zijn dood bleef de dictator aarzelen over de definitieve keuze van een opvolger. Hij had verschillende prinsen tot zijn beschikking en kon ook de monarchie-zonder-koning voortzetten door het aanstellen van een regent.

De elfjarige Juan Carlos arriveerde in Spanje op de dag dat in Madrid een royalistische student werd begraven die in de gevangenis was doodgeknuppeld. Op de militaire academie moest hij af en toe op de vuist om de naam van zijn vader te verdedigen en toen hij zich bij Franco beklaagde over de propaganda die tegen Don Juan werd gemaakt, verwees de dictator met een stalen gezicht naar de vrijheid van de pers. Franco besteedde niet al te veel aandacht aan de opvoeding van Juan Carlos en betrok hem op latere leeftijd ook niet bij staatszaken. De toekomstige koning had tot op het moment van zijn troonsbestijging geen idee van wat hem te wachten stond, zo vertelt hij in het onlangs verschenen boek Koning tussen Franco en Spanje.

""Soms, als ik hem vroeg wat ik in een bepaalde situatie moest doen, antwoordde hij: Ik weet het niet, Hoogheid. In ieder geval kunt u niet doen wat ik zou doen. Als u koning bent, zullen de tijden veranderd zijn en de mensen zullen niet dezelfde zijn als nu.' Aldus geeft Juan Carlos het soort korte en cryptische conversatie weer dat hij placht te voeren met de bejaarde potentaat, die hij als "vreemd' en "kil' omschrijft maar over wie in dit boek verder geen kwaad woord valt te lezen. Integendeel. De koning maakt duidelijk dat zijn regime in deze tijd niet meer zou passen, maar neemt geen afstand van wat Franco in zijn dagen heeft gedaan.

RESPECT

Toen Juan Carlos in 1962 getrouwd was en min of meer klaar met zijn studies, vroeg hij Franco hoe hij zijn tijd nu verder diende te besteden. ""Geef de Spanjaarden de kans u te leren kennen, Hoogheid' luidde het complete advies van de generaal - en dat was achteraf bezien niet slecht bekeken. Juan Carlos vatte deze aansporing namelijk op als een vrijbrief om stage te lopen bij ministeries, maakte eindeloze tournees door het land, bezocht dorpen en steden, feesten en vergaderingen, universiteiten en ziekenhuizen en legde na verloop van tijd voorzichtig contact met politici die voor een democratische doorbraak zouden kunnen zorgen. De aanloop naar zijn koningschap had achteraf gezien meer van een moderne presidentscampagne dan van de gedachteloze erfopvolging die in geconsolideerde monarchieën als de Nederlandse gebruikelijk is.

Die campagne was ook nodig. José Luis de Vilallonga, de auteur van dit boek, gaat er terecht van uit dat Franco de monarchie niet heeft hersteld maar hersticht en dat Juan Carlos daarna persoonlijk de Spanjaarden voor dit idee heeft gewonnen. Hij citeert in dit verband premier Felipe Gonzalez, die zegt dat de bevolking nog altijd geen respect heeft voor het instituut van het koningschap maar wèl voor de persoon van de koning. Juan Carlos zal de basis voor dit respect hebben gelegd met zijn langdurige kennismakingscampagne, maar hij heeft het toch vooral verworven door na de dood van Franco in ijltempo een nieuwe grondwet te laten aannemen en door tijdens de coup van kolonel Tejero het leger duidelijk te maken dat het hem gehoorzaamheid verschuldigd was en dat hij niet aan de kant van de opstandelingen stond.

Deze beide sleutelepisodes in de recente Spaanse geschiedenis krijgen terecht veel aandacht in Koning tussen Franco en Spanje en ze leveren ook wel een paar aardige anekdotes op. Zo is het heel vermakelijk om te lezen hoe Juan Carlos de Roemeense president Ceauçescu inschakelde om er achter te komen of de Spaanse communistenleider Santiago Carrillo bereid was mee te werken aan een vreedzame overgang naar de democratie, en daarna moest zien te voorkomen dat Ceauçescu wederdiensten opeiste voor zijn bemiddeling. De wegens het historische belang van het moment door zijn vader veror-donneerde aanwezigheid van de slaperige kroonprins Felipe tijdens de nacht van de coup wordt bijna ontroerend beschreven. Maar dat is dan ook zo ongeveer alles wat er aan positiefs over dit boek kan worden gezegd.

HUIVER

Vilallonga, die als een adellijke Henk van der Meyden een abominabele stijl hanteert en zichzelf ook voortdurend hinderlijk op de voorgrond schuift, heeft de gelegenheid gekregen om urenlang met Juan Carlos te praten. Hij heeft de uitspraken van de koning niet gebruikt als bouwstenen voor een degelijk geschiedverhaal, maar ze evenmin als ruw materiaal willen presenteren. Het resultaat is een hybride geval dat door de Nederlandse uitgever wordt geannonceerd als ""de eerste geautoriseerde biografie van Juan Carlos I', maar dat niet is. Geen biografie, omdat het verhaal daarvoor teveel gaten en fouten vertoont. En niet geautoriseerd, omdat dit eenvoudigweg door het Spaanse koninklijk huis wordt ontkend.

Op alle cruciale momenten in de carrière van de koning blijft het boek in gebreke en biedt het minder en minder accurate informatie dan bijvoorbeeld het vorig jaar verschenen El piloto del cambio van de Britse historicus Charles T. Powell. Komt de verhouding tot Franco niet goed uit de verf, de moeilijke relatie met zijn vader wordt vrijwel geheel toegedekt. Juan Carlos stelt het voor alsof hij in juli 1969 van de ene op de andere minuut moest beslissen of hij zich tot opvolger zou laten aanwijzen. In werkelijkheid had hij daar natuurlijk een half mensenleven over kunnen nadenken. In 1966 verzekerde hij nog in de buitenlandse pers dat hij ""nooit en te nimmer' de kroon zou aanvaarden zolang zijn vader nog in leven was. Maar in januari 1969 deelde hij tot woede en verdriet van Don Juan het staatspersagentschap mee dat hij nu bereid was ""Spanje te dienen in de functie waar het land het meest bij gebaat is.'

Het zou nog tot 1977 duren voor Juan de Borbon zijn aanspraken opgaf op de troon die zijn zoon in 1975 daadwerkelijk had bestegen. Volgens de tegenwoordig door het hof gepropageerde interpretatie van deze houding zou Don Juan zich hierdoor als het ware in reserve hebben gehouden voor het geval zijn zoon zou mislukken. Dat idee is ongeloofwaardig. Juan Carlos maakt in bedekte termen iets duidelijk van de verwijdering die jarenlang tussen vader en zoon heeft bestaan en zijn schuldgevoel daarover. ""Soms huiver ik bij de gedachte aan wat deze man heeft moeten doormaken', zegt de vorst.

Andere dramatische momenten uit het leven van Juan Carlos, zoals het ongeluk waarbij hij zijn broertje Alfonso doodschoot, komen helemaal niet aan de orde in dit boek, terwijl de - naar verluidt grote - invloed van zijn echtgenote op zijn politieke opvattingen en de rol van bijvoorbeeld overgangspremier Alfonso Suarez sterk onderbelicht blijven. De Nederlandse vertaling strooit extra roet in het eten doordat zij zonder enige kennis van zaken is gemaakt. Namen worden voortdurend verhaspeld ("Araña', "Tierro Galvan') of verkeerd begrepen ("Acorazada' is geen naam maar een adjectief dat "gepantserd' betekent) en de toelichtingen op Spaanse begrippen stichten meer verwarring dan duidelijkheid ("Gallego' betekent "Galiciër' en niet "Gallisch', Dolores Ibarruri was wel iets meer dan een "raadgeefster van de communistische partij'). Er is duidelijk uit het Frans vertaald. Daarom heet Valencia "Valence', de Falange "Falanx'.

OP DE VLAKTE

In de Spaanse editie zijn veel feitelijke onjuistheden gecorrigeerd, maar het is tekenend voor de gevoelige positie van de koning dat het Spaanse publiek nog minder interessante beschrijvingen en uitspraken van Juan Carlos krijgt voorgelegd dan de lezers elders in Europa. Niet alleen rookt het staatshoofd minder sigaren in de Spaanse tekst, vooral waar het de coup-poging van kolonel Tejero betreft houdt de koning zich bijzonder op de vlakte. Hele pagina's tekst die in de Nederlandse vertaling uit de mond van de koning komen, neemt in Spanje de auteur voor zijn rekening. In de Nederlandse (en Franse) uitgave maakt de koning duidelijk dat hij weet welke civiele autoriteiten bij het complot betrokken waren maar in Spanje zwijgt hij hierover. Buiten de landsgrenzen bevestigt Juan Carlos ook graag dat hij zich "verraden' voelt door zijn vertrouweling generaal Armada, het brein achter de opstand, maar in Spanje geeft hij op een vraag hiernaar geen antwoord. Let wel: Armada is wegens hoogverraad tot dertig jaar gevangenisstraf veroordeeld, maar als het staatshoofd zich al te enthousiast achter dit vonnis zou plaatsen verspeelt hij zijn goede relaties met het leger.

Juan Carlos heeft zich in de afgelopen vijfentwintig jaar meer dan één van zijn Europese collega's als politicus gedragen. Hij kon dat echter alleen maar doen door het handhaven van een schijn van onpartijdigheid. Het is die omstandigheid die het hem onmogelijk maakt om werkelijk openhartig te zijn en medewerking te verlenen aan een betrouwbaar boek over zijn persoon. De "autorisatie' waarop de uitgever zich ten onrechte beroept is bedoeld als verkoopargument. Verstandige lezers zouden kunnen weten dat het eerder een diskwalificatie is. Een goede biografie van een constitutioneel monarch is per definitie ongeautoriseerd.