EEN LICHTE TOETS

De welwillende en onderhoudende recensie die Bastiaan Bommeljé in het Boekenbijvoegsel van 10 april wijdde aan mijn bundel "Oorlog lost nooit iets op' bevatte ook voor mij verschillende belangwekkende observaties. Twee ervan zijn echter volstrekt onjuist.

1. B. schrijft n.a.v. mijn beschouwing uit 1988 over zijn bundel "De sfinx op de rots' dat ""later bleek'' dat ik ""een groep studenten aan het werk had gezet om de fouten en foutjes op te zoeken in het betreffende boek''. Ik weet niet waar dit uit bleek, maar in ieder geval niet uit de feiten. Het is nl. niet waar en het zou ook niet waar kunnen zijn. Zij hebben in Leiden geen werkcolleges ""Fouten en foutjes zoeken bij historici' en ik zou ook geen andere manier weten om een groep studenten hiervoor aan het werk te zetten. De correcties van Bommeljés bundel heeft mij een heel weekend en een half rood potlood gekost, maar er kwam geen student aan te pas.

2. B. schrijft dat ik ""zo nu en dan uit eigener beweging (sic, W.) journalisten van bijvoorbeeld de "Haagse Post' '' uitnodigde om mijn woorden op te tekenen. Dat is niet zo. Ik heb nooit een interview gegeven aan de ""Haagse Post'', wel aan "HP/De Tijd' en dat gebeurde uiteraard op initiatief van de betreffende journalist.