DRIE JAREN DIE DE WERELD VERANDERDEN

Op het hoogste niveau. Bush, Gorbatsjov en het einde van de Koude Oorlog door M. Beschloss en S. Talbott 560 blz., Becht 1993 (At the Highest Levels 1993), vert. Jan Bertrams, Astrid van Hoek en Peter v.d. Kaaij), f 55,- ISBN 90 230 0792 1

In 1989 bracht Boris Jeltsin zijn allereerste bezoek aan Washington. Toen het vliegtuig dat hem terugbracht naar Moskou zich had losgemaakt van de grond, kon een medewerker van het Witte Huis niet nalaten een résumé van de gebeurtenis te geven. ""De belangrijkste Amerikaan die Jeltsin heeft ontmoet op deze reis is Jack Daniels geweest', liet hij zich ontvallen. Nee, de ontvangst was niet bepaald hartelijk geweest en de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, James A. Baker, vond Jeltsin zelfs een "flake'.

Dit is een van de anekdotes die men kan aantreffen in Op het hoogste niveau, de onlangs verschenen vertaling van At the Highest Levels. The Inside Story of the End of the Cold War, dat in de Verenigde Staten nogal wat stof heeft doen opwaaien. De auteurs Michael R. Beschloss en Strobe Talbott zijn beiden afkomstig uit de journalistiek. Beschloss werkte bij US News and World Report en Talbott bij Time als "editor at large'. Beschloss heeft eerder een uitstekende studie geschreven over de U-2, het Amerikaanse spionagevliegtuig dat op 1 mei 1960 boven de Sovjet-Unie werd neergeschoten. Ook zijn The Crisis Years. Kennedy and Khrushev uit 1991 kreeg goede kritieken. Talbott schreef veel over ontwapenings- en wapenbeheersingsvraagstukken, zoals de klassiekers Endgame (over het SALT II akkoord) en Deadly Gambits (over het falende beleid onder Reagan inzake ontwapening). Verder kreeg zijn biografie over Paul Nitze (The Master of the Game) terecht lof. Recent benoemde president Clinton Talbott tot "ambassador at large' en speciaal adviseur van Warren Christopher voor de Russische republieken.

Hun nieuwe studie bestrijkt de fascinerende jaren tussen 1989-1991 waarin de politieke situatie in Europa zich grondig wijzigde. Centraal staat de relatie tussen Bush en Gorbatsjov en hun beider adviseurs, de ministers van Buitenlandse Zaken, James Baker en Eduard A. Sjevardnadze. Die worden uitvoerig gevolgd op hun reizen, bij de topconferenties en tijdens hun besprekingen. De stijl van het boek suggereert dat de auteurs bij alle gesprekken aanwezig waren en vlijtig aantekeningen hebben gemaakt. Een onterechte suggestie van ""access journalism', want veel van het geschrevene is speculatieve reconstructie.

NEGATIEVE UITSPRAKEN

Aanvankelijk verliep de relatie tussen alle hoofdrolspelers nogal stroef omdat Bush in de verkiezingscampagne regelmatig zeer negatieve uitspraken over de Sovjet-Unie had gemaakt. Eenmaal president probeerde hij snel (onder andere via een missie van Kissinger) Moskou gerust te stellen maar concrete stappen nam hij aanvankelijk niet. Beschloss en Talbott menen dat Bush en Baker te lang hebben gewacht om een helpende hand uit te steken naar de steeds verder in de problemen rakende Gorbatsjov. In feite voltrekt zich op dit moment een soortgelijk proces. Clinton doet veel beloftes aan Jeltsin maar komt eigenlijk niet met een grootscheeps hulpprogramma.

In Moskou was vooral Sjevardnadze de drijvende kracht achter de détente. Hij adivseerde Gorbatsjov politieke risico's te lopen en verder op te schuiven richting ontspanning dan die oorspronkelijk van plan was. En deze koers werd volgehouden ondanks aanhoudende Amerikaanse twijfels.

In tegenstelling tot John Sununu (Chef Staf van het Witte Huis) en Robert Gates (directeur van de CIA), doorzag Baker - volgens de auteurs - als één van de weinigen welke grote veranderingen zich op het punt stonden te voltrekken in de Sovjet-Unie en Oost-Europa. Hij was het die het Witte Huis langzaam om kreeg. Uit begrip voor de interne problemen in het wankelende wereldrijk, gaven Bush en Baker Moskou de vrije hand in de Baltische staten, schrijven Beschloss en Talbott. Dit is weliswaar een onthulling maar geen schokkende want de lauwe Amerikaanse reactie op het gewapende ingrijpen der Sovjets in 1991 maakte al duidelijk dat men op die lijn zat.

De groeiende toenadering tussen Gorbatsjov en Bush culmineerde in de top op Malta in 1998. Daarna werd het evenwel steeds duidelijker dat het Sovjet-imperium begon te desintegreren. De Baltische staten eisten onafhankelijkheid en er ontstond gewapende strijd tussen Armenië en Azerbajdzjan. De druk van zowel de conservatieven als van Jeltsin op Gorbatsjov nam toe, ook al door de Duitse hereniging.

OPPOSITIE

Veel aandacht wordt in dit boek geschonken aan Gorbatsjovs bezoek aan Washington in mei 1990, en de auteurs illustreren met mooie sfeerbeelden hoezeer Gorbatsjovs macht toen al sterk tanende was. Sjevardnadze weigerde om opdrachten uit te voeren en militaire adviseurs negeerden gewoon instructies. De Sovjet-leider leek zijn greep op het apparaat te verliezen, zeker toen Jeltsin als president van de Russische Federatie uit de communistische partij stapte en oppositie ging voeren.

De Golfoorlog en de pogingen tot het formuleren van een gemeenschappelijk Amerikaans-Sovjet beleid worden uiteraard ook breed uitgemeten in Op het hoogste niveau. Vooral de interne conflicten in Moskou staan hierbij in de schijnwerpers. De discussie in het Kremlin concentreerde zich op het dilemma: Saddam straffen of pogen de band met de cliëntstaat te handhaven. Sjevardnadze en Gorbatsjov kozen voor het eerste en schoven hierdoor nog meer op in "westelijke' richting. Die steun had wel een voorbehoud: pas als Washington akkoord ging met een Midden-Oostenkonferentie, stemde Moskou in met het gebruik van militair geweld tegen Irak via de Verenigde Naties. Zulks geschiedde.

Desalniettemin brokkelde Gorbatsjovs positie steeds verder af. Sjevardnadze verdween van het politieke toneel en de crises in de Baltische staten en Irak begonnen door lelijk elkaar te lopen. Sovjet-troepen sloegen toe in Vilnius en Bush kwam direkt onder vuur te liggen van de Republikeinse rechtervleugel. De Golfoorlog zorgde op zijn beurt weer voor grote druk op Gorbatsjov van de kant van de hardliners die een voormalige cliëntstaat in puin geschoten zagen. De verwikkelingen die dit met zich bracht, weten de auteurs knap voor het voetlicht te brengen.

Tijdens Bushs laatste bezoek aan Moskou in juli 1991 klaagde Gorbatsjov nogmaals over de magere politieke en financiële steun. Maar Bush deed geen verdere beloftes. Opmerkelijk is trouwens de beschrijving van zijn ontmoeting met Jeltsin die de Amerikaanse president tot diens grote ergernis gewoon zeven minuten op de gang liet wachten. Jeltsin gedroeg zich daarna herhaaldelijk als een onbeschofte boer.

Wat betreft de coup in Rusland in augustus 1991 geven Beschloss en Talbott een onthullende schets hoe de diverse frakties binnen het Amerikaanse staatsapparaat reageerden. Zo berichtte de CIA op basis van foto's gemaakt door spionagesatellieten al snel dat de coupplegers op militair gebied verder niets in stelling hadden gebracht. Bush besloot evenwel alle opties open te houden en kwam niet met een sterke veroordeling ondanks de oproep van Jeltsin om Gorbatsjov te steunen. In Washington stelde men simpel vast dat zijn politieke rol was uitgespeeld alhoewel er woede heerste over Jeltsins publieke vernedering van Gorbatsjov.

Op het hoogste niveau beschrijft drie intrigerende jaren. Het boek is soepel en vol tempo geschreven alhoewel de stijl (door vele letterlijke citaten) wel voortdurend gekenmerkt wordt door de zogenaamde "he said, she said'-aanpak. Wat echter een diepgravende beschrijving van een ingrijpend proces had kunnen worden, is uitgedraaid op een boek vol met anekdotes, magere analyses en weinig echt opzienbarende onthullingen. Bovendien concentreren de auteurs zich bijna geheel op de top van het "foreign policy establishment'. Er wordt nauwelijks aandacht geschonken aan de interne Amerikaanse binnenlandse politiek, de machtsstrijd op het Witte Huis tussen Sununu en Brent Scowcroft, de neergang van de macht van het Russische militaire apparaat, de gevechten in de lagere politieke echelons, de invloed van de wereldeconomie en de rol van de bondgenoten, om enkele in het oog springende elementen uit de politiek-historische context te noemen.

De Noorse politicoloog Lundestad heeft eens gesteld: ""Het is gemakkelijker de dramatische veranderingen in het klimaat tussen het Westen en het Oosten te beschrijven dan te verklaren.' Een treffender typering voor dit boek kan niet gevonden worden.