Democratie gekeurd in de ex-Sovjet-Unie

Minister Kooijmans van buitenlandse zaken bezocht deze week vijf staten van de voormalige Sovjet-Unie. In de Baltische landen werd hij bijna letterlijk aan de borst gedrukt, uit angst voor een nieuwe Russische interventie. In Moskou las hij vice- president Roetskoj de les.

VILNIUS, 17 APRIL. De minister van defensie van Letland probeert met een brede lach en een welwillende houding zo tegemoetkomend als mogelijk te zijn tegenover de Nederlandse minister van buitenlandse zaken met zijn gevolg. Van Nederlandse kaas had hij tot nu toe veel gehoord, zei hij, maar dat Nederlanders al in de zestiende eeuw zulke fantastische landkaarten maakten, dat had hij nooit geweten voordat hij samen met minister Kooijmans in het oorlogsmuseum van de hoofdstad Riga een expositie van Nederlandse cartografie opende.

Met een opvallende, bijna gretige vriendelijkheid en voorkomendheid werd de Nederlandse minister de afgelopen week in Letland en in de andere twee Baltische staten, Estland en Litouwen, ontvangen, evenals in de hoofdstad van Wit-Rusland, Minsk. Een grote angst voor een herhaalde bezetting door de Russische troepen, in het bijzonder in de drie Baltische staten, leidt ertoe dat elke Westerse bewindsman die zich in deze contreien laat zien bijna letterlijk aan de borst worden gedrukt.

Als een bemiddelaar tussen Moskou en deze voordien onvrijwillige leden van de grote Sovjet-familie trok Kooijmans in vijf dagen door vijf landen: rapportcijfers uitdelend over de situatie van de rechten van de mens in de Baltische landen, economische en technische hulp toezeggend, in Moskou aandringend op een opvoering van de druk op de Servische leider Milosevic in Belgrado.

Die Westerse aandacht in de nieuwe onafhankelijke landen draagt ertoe bij dat de eigen, nog instabiele identiteit wordt opgepoetst en de hoop wordt vergroot dat er wellicht echt een toekomst mogelijk is zonder een nieuwe annexatie door de Russen en zonder de status van satelliet van Moskou. Kooijmans werd dan ook in alle vier de landen van minister naar minister gevoerd. Regeringsleiders, staatshoofden, parlementsleden, allemaal wilden ze met hem voor de camera. In deze staten is het bezoek van een Westerse minister voorpaginanieuws.

Nu de 25-e april nadert, de dag van het referendum in Moskou over de persoon en de politiek van president Jeltsin, groeit het onbehagen en wordt de nervositeit groter. De Letse minister van buitenlandse zaken, prof. Georgs Andrejevs, een man met een Westerse habitus en een ingebakken ironisch trekje om de mond, liet zich donderdag in Riga na afloop van zijn gesprekken met minister Kooijmans zeer sceptisch uit over de toekomst. “Natuurlijk zal Boris Jeltsin het verliezen. Als het al niet de 25-e april is dan stapje voor stapje daarna”, zei hij.

“Hoe het dan verder voor ons gaat? Ach, de Russen kunnen niet accepteren dat wij onafhankelijk zijn met twee, drie ijsvrije havens. Wat kun je daar nou tegen doen? Niets toch. Doordat we geen Koeweit heten en geen olie hebben, hoeven we niet op militaire hulp van de supermachten of van West-Europa te rekenen.” Zijn Estse collega Trivimi Velliste zegt tegen de Nederlandse gasten dat met de huidige onzekerheden in Moskou de kans groot is dat “opnieuw Russische nationalisten en chauvinisten de macht in handen nemen en het oude Russische rijk in ere herstellen”. Op dit moment zijn er nog zeven- tot achtduizend Russische militairen in het land, grotendeels officieren. “Ze hoeven slechts hun soldaten de grens over te sturen en ze hebben het hele land weer in hun greep”, aldus Velliste op gelaten toon.

Ten slotte de Litouwse minister van buitenlandse zaken, prof. Povilas Gylys, ook al een man die spreekt met een ondertoon van ironie. Eerst zegt hij dat zijn positie tegenover de verdere ontwikkelingen in Rusland die van “sceptisch optimisme” is. Maar dan besluit hij het niet bij dit officiële standpunt te laten: “Een slecht scenario is nog steeds mogelijk hier: instabiliteit, militaire acties en de terugkeer van een autoritair regime.”

Natuurlijk hebben de Baltische ministers er belang bij de situatie zo dreigend mogelijk voor te stellen tegenover het Westen, in de hoop dat dit de druk op Moskou zo groot mogelijk zal houden. Minister Kooijmans deed vrijwillig wat van hem werd gevraagd op de tweede dag van zijn reis, in Moskou. Tegenover Nederlandse journalisten, op de zojuist volledig gerenoveerde en sterk uitgebreide Nederlandse ambassade, herhaalde hij wat hij tegen zijn Russische collega Aleksandr Kozyrev en tegenover vice-president Roetskoj had gezegd. “Het meest zorgwekkende vind ik hier dat er tegenstellingen worden gecreëerd die alle hervormingen op losse schroeven stellen. Met onverdraagzaamheid en gescheld op elkaar slepen ze zich van incident naar incident. Dat kan noch voor Rusland noch voor de wereld goed zijn, heb ik tegen Roetskoj gezegd.”

Wat hij had geprobeerd, zei Kooijmans, was de autoriteiten die in Rusland op dit moment nog aan de macht zijn aan te spreken op hun verantwoordelijkheid tegenover de burgers van het land. “In een democratie gaat het erom dat de dingen voor de burger beter gaan. Daarbij is het erg belangrijk dat vanuit het Westen wordt duidelijk gemaakt dat het ons niet om de persoon van Jeltsin gaat, maar dat de hervormingen doorgaan. Op dit moment zet Jeltsin zich daar sterk voor in en dus steunen we op dat punt Jeltsin. Maar dat wil niet zeggen dat het Westen automatisch instemt met alles wat Jeltsin doet.

Tegelijkertijd probeerde Kooijmans de Russen te winnen voor een harder optreden in Joegoslavië tegen de Servische leider Milosevic. Op aandringen van Moskou is een resolutie daarover in de Veiligheidsraad opgehouden. Het argument dat minister Kozyrev daarover tegenover Kooijmans gebruikte, was dat deze resolutie “de laatste kogel in het arsenaal was”. Daarna kon men alleen nog militair ingrijpen, aldus de Russische minister, en daartoe was geen land echt bereid. Laten we eens kijken of we de leider van de Bosnische Serviërs, Karadzic, er nog toe kunnen brengen het plan-Vance/Owen plan te tekenen, zei hij. De minister is bang dat bij nog langer wachten dit hele bouwwerk in elkaar stort en er volledig opnieuw onderhandeld moet worden.

Wat er in Joegoslavië gebeurt en hoe het Westen daarop reageert, is een interessante "testcase', zei de Letse minister van buitenlandse zaken, Andrejevs. “Wij hebben een grote minderheid van 35 procent Russen in het land, waarmee we in principe in vrede kunnen leven. Maar nu al begint Moskou zich te beklagen over wat zij schendingen van de rechten van de mens in Estland en Letland noemen. Daarmee bedoelen ze de positie van de Russen hier. De Russen in ons land worden opgestookt.”

Op een vraag over ditzelfde thema door een Russische journalist in Estland antwoordde minister Kooijmans dat er met de rechten van de mens niets aan de hand is, zolang elke Rus de Estse nationaliteit kan krijgen. “De zaak is hier naar internationale standaarden in orde”, zei hij. Men moet in het Westen eens ophouden alleen naar Rusland te kijken, kreeg de minister in elk van de vier niet-Russische hoofdsteden te horen.

Voormalig held van het verzet en oud-parlementspresident Vytautas Landsbergis weet op zijn werkkamer in het parlement van Litouwen precies wat daarvan de oorzaak is: de misleidende illusies van voormalig Sovjet-president Michail Gorbatsjov. “Wij hebben niets tegen die miljardenhulp die Moskou nu weer krijgt van de G-7, als daaraan maar de absolute voorwaarde wordt gesteld dat de democratisering wordt voortgezet”, zegt Landsbergis, terwijl hij een sarcastisch lachje laat horen.