"Debat nodig over gebruik groeimiddelen'

ROTTERDAM, 17 APRIL. Over het verantwoord gebruik van het groeibevorderende middel Clenbuterol bij mestrunderen moet een wetenschappelijke discussie worden gevoerd. Het illegale circuit zou vervolgens kunnen worden ontmanteld. Dat stelt Tj. Jorna, algemeen secretaris van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde. Het ministerie van WVC wil laten onderzoeken of het gebruik van zogenoemde natuurlijke groeimiddelen onder voorwaarden weer zou moeten worden toegestaan.

Uit een tussen januari en oktober gehouden onderzoek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Mileuhygiëne (RIVM) is gebleken dat een kwart van het Nederlandse rundvee met Clenbuterol is behandeld. Jorna acht “de wijze waarop er nu met het middel wordt omgesprongen volstrekt ontoelaatbaar”. Het middel wordt volgens hem “zo maar over het voer” gestrooid, waardoor schadelijke effecten bij de consument niet zijn uitgesloten. Inname van grote hoeveelheden kunnen onder meer tot hartritmestoringen leiden.

Clenbuterol is een anti-hoestmiddel dat in Nederland uitsluitend is toegestaan bij de behandeling van paarden en van kalveren gedurende de eerste veertien levensweken. Het gebruik van het middel als groeibevorderaar is sinds 1988 in de EG verboden. Volgens A. Emmerzaal van de Gezondheidsdienst voor Dieren in Zuid-Nederland is het gebruik van Clenbuterol voor mesters vooral interessant omdat het middel fungeert als "herverdeler', waardoor het karkas na slachting meer vlees en minder vet bevat, “hetgeen aansluit bij de veranderde smaak van de consument”.

In 1988 kwamen de eerste berichten over het gebruik van Clenbuterol als groeibevorderaar naar buiten. Sindsdien zijn herhaaldelijk slachtbedrijven, veeartsen en producenten tegen de lamp gelopen die betrokken waren bij het toedienen en vervaardigen van het middel in de mestkalverensector. “Tot 1991 ging een aantal veeartsen nog op deze wijze in de fout”, stelt Jorna. “Maar nu durf ik te stellen dat dergelijke praktijken bij de veeartsen vrijwel niet meer voorkomen.”

Inmiddels onderwerpt ook het overgrote deel van de mestkalverenhouders zich aan de normen van de Stichting Kwaliteitsgarantie Vleeskalverensector. Regelmatig worden bovendien leverweefsels van kalveren onderzocht op groeihormomen. In de pluimvee- en varkenssector zijn vergelijkbare regelingen getroffen. “Op een drietal missertjes na” was volgens Jorna de kalverensector in 1992 “geheel schoon”. Aan rundvee toegediend Clenbuterol is volgens Jorna dan ook uitsluitend nog afkomstig uit het illegale circuit, waarbij Argentinië, Spanje, Engeland en Zwitserland de voornaamste producenten zouden zijn.

Het lijkt erop alsof door de verscherpte controles Clenbuterol nu voornamelijk nog aan slachtrunderen wordt toegediend. In deze sector is nog geen controleregeling van kracht, zoals dat bij kalveren het geval is. Het probleem daarbij is volgens Jorna dat in de pluimvee-, varkens- en vleesrunderensector sprake is van een “geordende structuur”, in bij voorbeeld coöperaties, terwijl mestrunderbedrijven vaak op individuele basis werken, waardoor controles veel duurder uitvallen. Jorna verwacht niettemin “dat over een jaar de runderen aan de beurt zullen zijn”. Aangezien slachters precies weten wanneer ze met de inspuitingen moeten stoppen, om te voorkomen dat het middel ontdekt wordt, pleit Jorna voor controles “tijdens de boerderijfase”.

Met het toepassen van groeimiddelen is voor de mester veel geld gemoeid. Met hormonen vetgemeste kalveren leveren per stuk circa honderd gulden extra op. Jorna is een voorstander van het systeem zoals dat in de varkensmesterij wordt gehanteerd, waarbij de nadruk niet ligt op het bestraffen van overtredingen maar op het belonen van goed gedrag. Een varkenshouder die “correct vlees” aflevert krijgt zes gulden per varken meer.

Deze positieve verwijzing naar de joden was wat verrassend, omdat in de discussie over het identiteitsbewijs van orthodoxe zijde niet zelden wordt aangevoerd dat de behoedzame regering zich te veel laat leiden door de joodse lobbie in de Verenigde Staten. Er moge dan sprake zijn van een papistisch-islamitische samenzwering - als men nog dieper graaft stuit men bij de scherpslijpers onder de schriftgeleerden op de theorie dat de joden de eigenlijke aartsvijanden van de orthodoxie zijn en achter elke uitholling daarvan verscholen gaan, ook achter de door de jehova's en vrijmetselaars aangestichte uitholling.