"DE MEEST INTERESSANTE PATIËNT BEN IK ZELF'; Sigmund Freud geanalyseerd door Han Israëls

Het geval Freud I. Scheppingsverhalen door Han Israëls 248 blz., Bert Bakker 1993, f 34,90 ISBN 90 351 1246 6

Met de hardnekkigheid van een terriër - zijn tegenstanders spreken liever van een pitbull - heeft de socioloog Han Israëls de afgelopen vijftien jaar onderzoek gedaan naar de geschiedenis van de psychoanalyse en naar de rol daarin van haar ontdekker Sigmund Freud.

Dit rechercheurswerk is hem niet door alle pyschoanalytici in dank afgenomen. Nog onlangs was in een Duits vaktijdschrift te lezen dat Israëls gedreven wordt door "Neid' en ""abgewehrte Idealisierung'', en dat achter zijn motieven een ""schmerzhaft enttauschte Liebe von infantieler Heftigkeit'' schuilgaat. Maar er is ook lof voor zijn historisch onderzoek. Zo sprak Karel van het Reve van ""een prijzenswaardig fanatisme'' en roemde hij Israëls' jachtinstinct, dat pas tevreden is gesteld, wanneer van een bepaalde onjuistheid niet alleen ""de bron, maar ook de bron van die bron en daar weer de bron van'' is ontdekt.

Deze week verschijnt Israëls nieuwste boek Het geval Freud. Dit eerste deel van een tweeluik doet een poging de jaren tussen 1884 en 1897 te reconstrueren, de periode waarin Freud een stelsel van ideeën ontwikkelde dat hij "de psychoanalyse' zou noemen. Het tweede, nog te publiceren deel beslaat de periode tussen 1897 en 1905, en zal Freuds even beroemde als mythische zelfanalyse behandelen.

Han Israëls (42): ""Toen ik in mijn studententijd voor een tentamen Das Unbehagen in der Kultur moest lezen, vond ik het mooier dan enig ander studieboek dat ik ooit had gelezen. Ik was er diep van onder de indruk, al wist ik niet precies waarom. Ik vermoed dat Freuds levensvisie, die niet bepaald optimistisch is, mij heeft aangetrokken. Ik was in die tijd nogal ongelukkig, en dat boek gaf mij het gevoel dat niet alles mijn schuld was. Dat gaf een soort troost. Pas later is tot mij doorgedrongen dat Freud veel meer een schrijver is dan een wetenschapper. Freud heeft ook wel vervelende boeken geschreven, maar als je zijn brieven leest, zie je onmiddellijk dat hier een groot stylist aan het werk is''.

Dus u bent niet aan het onderzoek begonnen met het idee dat Freud een charlatan was?

""Oh, helemaal niet. Aanvankelijk was de Freud-kenner Peter Swales mijn grote voorbeeld. Hij heeft zijn hele leven gewijd aan Freud. Altijd en overal is hij op zoek naar details in Freuds leven. Ik dacht: dat wil ik ook.''

Onderzoek begint bij de archieven. Hoe toegankelijk zijn de Freud-collecties?

""Er zijn nogal wat archieven, die je onmiddellijk een verklaring voorleggen, waarin staat dat je niets zult publiceren zonder goedkeuring van het betreffende archief. Het zijn meestal vreselijke voorwaarden, die in feite elk wetenschappelijk onderzoek onmogelijk maken. Ik teken die verklaringen ongezien. Ik wil niet eens weten wat ik onderteken, met als strategie: ik zie later wel wat er van komt. En tot dusver ben ik nog niet ter verantwoording geroepen.''

Maar veel materiaal is nog steeds niet toegankelijk?

""Een van de belangrijkste collecties, de Freud-archives in New York, is gesticht door K. R. Eissler. Een deel is toegankelijk voor iedereen, een ander deel mag alleen met toestemming worden in gezien, en dan is er nog een derde deel dat achter slot en grendel zit, soms tot het jaar 2102. Maar dan is er ook nog de collectie van Anna Freud. Een substantieel deel daarvan is gegaan naar de Library of Congress in Washington. Dat is daar opgeslagen onder de voorwaarde dat het slechts mag worden ingezien na toestemming van een door miss Anna Freud aangewezen vertrouwenspersoon. Officieel weet niemand wie die vertrouwens-persoon is, maar in de praktijk weet iedereen dat het om Eissler gaat. Elk verzoek om inzage bij de Library of Congress is mij tot nu toe steevast geweigerd.

""Ik heb wel eens de proef op de som genomen door inzage te vragen in een brief die al eerder was gepubliceerd. Ik wilde eens één keer toestemming krijgen, om een precedent te scheppen, maar ook toen is mij de toestemming geweigerd. Daarop heb ik een brief geschreven, waarin ik gevraagd heb wat het onder deze omstandigheden voor zin heeft om een procedure in te stellen. Waarom niet gewoon gezegd: al het materiaal is geheim. Ik kreeg als antwoord dat dit nu eenmaal de regels waren, en dat er een heel enkele keer wel degelijk toestemming was gegeven. Maar eigenlijk vind ik zo'n selectief beleid nog veel kwalijker dan een beleid, waarin elk verzoek wordt afgewezen. Die selectieve toestemming leidt tot een soort zelfcensuur. De aanvragers worden onder druk gezet, want in hun achterhoofd gaat toch de overweging meespelen: als ik nou maar op de correcte manier over Freud schrijf, dan krijg ik misschien wel iets aardigs te zien. En zo gaat het ook. Er zijn heel wat onderzoekers geweest, die de analytici naar de mond praten, omdat zij weten dat anders de deuren dicht gaan.''

Peter Gay, de biograaf van Freud, heeft zich beklaagd over het beleid van Eissler.

""Ja, op een heel bittere toon. Hij schrijft dat hij niet herinnerd wil worden aan al die vleiende brieven die hij aan Eissler heeft geschreven, en dat het desondanks niets, maar dan ook helemaal niets, heeft opgeleverd. En dat, terwijl Gay toch rechtzinnig in de leer is. Maar kennelijk is hij nog niet rechtzinnig genoeg.''

In uw boek publiceert u een aantal liefdesbrieven die Freud aan zijn toenmalige verloofde en latere echtgenote heeft geschreven. Hoe bent u aan die brieven gekomen?

""Een klein deel van die brieven was al gepubliceerd door Freuds zoon Ernst, maar bovendien had de weduwe van Ernst met de hand geschreven transcripties van de brieven gemaakt. Die transcripties zijn ten slotte terecht gekomen bij een literair agent. Op diens kantoor heb ik ze gevonden. Daar lagen ze gewoon ter inzage. Eissler wist dat ze daar lagen, maar hij had de literair agent op de mouw gespeld dat de transcripties onbetrouwbaar waren. De weduwe van Ernst Freud zou oud en blind zijn geweest toen zij de brieven had overgeschreven. Ik kon gemakkelijk aantonen dat de weduwe, toen zij de afschriften had gemaakt, helemaal niet oud en gaga was. Dan plaats je wel een vraagteken bij de integriteit van Eissler.''

Wanneer bent u bij uw onderzoek naar het leven van Freud de eerste ongerijmdheden tegengekomen?

""U bedoelt hoe mijn geloofsafval tot stand is gekomen? Het is begonnen, toen ik de ziektegeschiedenis van vader en zoon Schreber wilde natrekken. Freud heeft uitvoerig over deze relatie geschreven en ik merkte dat niet zo zeer Freud als wel zijn volgelingen zeer onzorgvuldig met de feiten waren omgesprongen. Zo staat er dat Schreber sr. op een van zijn wandelingen een oude man inhaalt. De volgende auteur maakt ervan dat Schreber joggend een heer passeert, en ten slotte wordt het dat de bejaarde Schreber aan het eind van zijn leven in Midden-Europa een hardloopwedstrijd heeft gewonnen van heel wat jongere tegenstanders. Dat begon te wijzen op een systematisch gebrek aan zorgvuldigheid.''

In uw boek gaat u vooral in op Freuds eigen onzorgvuldigheid tegenover de feiten. Zo beschrijft u de onwetenschappelijke manier waarop hij een experiment met cocaïne uitvoert.

""In 1884 vond Freud cocaïne een prachtig middel, omdat hij er zelf erg gelukkig van werd. Maar hij merkte ook dat het soms op anderen niet zo'n gunstige uitwerking had. Toen wilde Freud objectief bewijzen dat cocaïne een organisme versterkend middel was. Hij dacht dat te bewijzen door de eenduidige maat van de spierkracht. Je meet de spierkracht door met de hand een gewicht in te drukken, dan neem je wat cocaïne, en vervolgens meet je opnieuw de spierkracht. Dat is een empirisch experiment, erg wetenschappelijk, niets op aan te merken.

""Freud wist zeker dat de spierkracht zou toenemen na cocaïnegebruik, alleen dat bleek niet uit het experiment met zijn proefpersonen. Dus besloot Freud dat het aan zijn proefpersonen lag, die zoals hij concludeert "geen gelijkmatige' reacties vertoonden. De resultaten van de proefpersonen zinden hem niet, het leverde hem niet wat hij verwachtte, en toen heeft Freud zichzelf als proefpersoon genomen. En zie, hij kreeg er precies uit wat hij wilde. Dat is natuurlijk een methode, die aan alle kanten rammelt, volstrekt onwetenschappelijk.''

En dan is er de kwestie van Ernst Fleischl.

""Fleischl was een door Freud bewonderde leermeester. Bij een infectie met lijkengif was Fleischls duim zo gaan zweren, dat die geamputeerd moest worden. Om de pijn te verzachten had Fleischl morfine genomen en daaraan was hij verslaafd geraakt. Wanhopig probeerde Fleischl van zijn verslaving af te komen, en Freud opperde toen het idee om dat te proberen met behulp van cocaïne. In een Amerikaans tijdschrift had Freud gelezen dat cocaïne op die manier werkzaam was.

""Daarna heeft Freud de ongelukkige Fleischl behandeld. In zijn eerste publikatie schrijft Freud dat de behandeling in tien dagen was voltooid. De patiënt was inderdaad van de morfine af en kon nu ook met de cocaïne stoppen. Maar in werkelijkheid was daar niets van waar, zoals uit Freuds verlovingsbrieven blijkt. Na tien dagen deed Fleischl, volledig verslaafd aan de cocaïne, de deur niet meer open. Freud en zijn vrienden vonden Fleischl, liggend op de grond, half bewusteloos en kronkelend van de pijn.

""Kort na dit incident is Fleischl opnieuw geopereerd. Hij nam weer zo veel cocaïne, dat de fabrikant met een briefje informeerde waarvoor die gigantische hoeveelheden cocaïne toch nodig waren. Na een paar maanden was Fleischl zwaar verslaafd, en dat is toch heel wat anders dan wat Freud beweerde. Freud heeft zijn opschepperij over de gevolgde methode een paar maal herhaald. Zelfs twee jaar na het incident met Fleischl heeft hij nog publiekelijk geschreven dat hij de eerste was die een morfineverslaving succesvol met cocaïne had bestreden.''

Nog een geval: Anna O.

""Dat is een heel ingewikkelde kwestie. Anna O. was een achttienjarig meisje, dat leed aan een hardnekkige hoest. Zij werd behandeld door Joseph Breuer, een oudere vriend van Freud, min of meer zijn beschermheer. Tijdens de behandeling begon ze allerlei soorten vreemd gedrag te vertonen. Zij raakte verlamd aan een arm, kende haar moedertaal niet meer en sprak alleen nog maar Engels. Min of meer toevallig heeft Breuer een praattherapie ontwikkeld, tijdens welke de meeste symptomen weer verdwenen.

""In 1895 hebben Breuer en Freud samen Studien über Hysterie gepubliceerd, waarin het geval van Anna O. staat beschreven. Later heeft Freud dit geval als het begin van de psychoanalyse gemarkeerd, waaraan hij een enkele maal uitdrukkelijk toevoegt dat de patiënt na een spectaculaire behandeling volledig zou zijn genezen. Alweer! Breuer zelf is wat subtieler en schrijft zoiets als: de patiënt had nog een lange reis nodig, voordat zij definitief genezen was, maar zij verheugt zich nu in een volmaakte gezondheid.''

En later bleek dat zij helemaal niet genezen was.

""Nadien moest Anna O. nog vele malen worden opgenomen, dat heeft de historicus Hirschmüller aan de hand van de oorspronkelijke documenten ontdekt, maar je kunt het eigenlijk al vinden bij Freuds biograaf, Ernest Jones. Jones is een enorme goedprater, maar ondertussen wijst hij erop dat Freud in een van zijn verlovingsbrieven schrijft te hopen dat Anna O. door een spoedige dood uit haar lijden zal worden verlost. Kortom, Freud wist dondersgoed dat het met Anna O. niet zo mooi was afgelopen, zoals het in Studien über Hysterie wordt voorgesteld.''

Waarom heeft Freud dat gedaan?

""Van Freud verbaast het mij niet zo. Vergelijkbaar gedrag kom je bij hem steeds tegen. Freud wilde carrière maken, professor worden. Dat doel bereik je nu eenmaal eerder met successen dan met mislukkingen. Het verbaast mij meer dat Breuer er aan heeft meegedaan. Hij heeft nota bene het hoofdstuk over Anna O. geschreven. Ik heb geen flauw idee waarom hij zich daartoe heeft geleend. In de Freud-Archives bevindt zich een document, dat pas in het jaar 2102 wordt vrijgegeven. Dat is een brief van Breuer aan ene H. H. Meyer. Misschien gaat het over deze kwestie, ik weet het niet, maar het zou kunnen.''

Als Freud wist dat Anna O. niet genezen was, moet die wetenschap hem toch als een molensteen om de nek hebben gehangen.

""Dat was ook zo. Aanvankelijk hadden Freud en Breuer geclaimd dat zij met hun methode patiënten konden genezen, maar in de praktijk bleek dat meer hoop dan werkelijkheid. Na een paar jaar zag Freud zich toen genoodzaakt een nieuwe theorie te bedenken. Later, toen Freud terugkeek op het begin van de psychoanalyse, moest hij uitleggen waarom hij zijn vroege ideeën had verlaten. Hij voelde ook wel dat hier een probleem lag, want hij kon toch moeilijk vertellen dat hij zich had laten voorstaan op successen, die nooit waren behaald. Om zijn zwenking te verklaren, begon hij zijn vroegere ideeën primitiever en dommer voor te stellen dan zij in werkelijkheid waren geweest.

""Zo beweerde hij dat hij tijdens het geval van Anna O. nog te weinig had beseft hoe belangrijk de seksualiteit was. Om recht te doen aan de factor seksualiteit had hij zijn oude theorie moeten bijstellen. Maar hij deed iets meer, iets dat misschien typisch is voor Freud. Hij beschuldigde Breuer ervan dat die wel degelijk zou hebben geweten hoe belangrijk seksualiteit voor Anna O. was geweest. Hij suggereerde dat er tussen Breuer en Anna O. een seksuele spanning was ontstaan. Breuer zou er stiekem over zijn geweest, het geheim hebben gehouden. Maar Freud wist precies hoe het zat, zoals uit allerlei brieven blijkt. De leugen waarmee hij zijn oud-collega Breuer zwart maakte, had hij nodig om zijn eigen naïeveteit aan te tonen.''

Is het een vorm van bewust bedrog geweest bij Freud?

""Dat weet ik niet zeker. Als het bewust bedrog is geweest, dan kun je spreken van fraude. Maar er kan ook sprake zijn van zelfbedrog. Ik kan mij voorstellen dat Freud, telkens als de zaken anders liepen dan hij had gehoopt, geen oog meer had voor de werkelijkheid. Sommige getalenteerde mensen zijn niet alleen in staat anderen te bedriegen, maar ook zichzelf, zodanig dat zij zelf in hun bedrog gaan geloven.

""Karel van het Reve heeft wel eens gezegd dat je Freud beter zou kunnen begrijpen, wanneer je je in de zaak-Weinreb verdiept. Er zijn inderdaad parallellen. Er is natuurlijk wel een verschil in de mate van leugenachtigheid - die is bij Weinreb veel indrukwekkender - maar je ziet ook bij Freud een heel bouwwerk, waarbij het ene verzinsel op het andere wordt gestapeld.''

Omstreeks 1900 is Freud in een diepe geestelijke crisis geraakt.

""Ik vermoed dat die crisis voor een beslissende wending in Freuds denken heeft gezorgd. Daarvoor was hij altijd diep teleurgesteld als een behandeling mislukte. Na de crisis heeft Freud mislukkingen niet meer als successen voorgesteld. Het geval-Dora bijvoorbeeld is een verslag van een evidente mislukking. Freud kon daar nu eerlijk voor uitkomen, omdat hij zijn standpunt principieel had gewijzigd. Na de crisis moet hij tot de conclusie zijn gekomen, dat een mislukte behandeling geen bewijs was tegen zijn theorie. Het bewees alleen maar dat wij te maken hadden met een domme patiënt, die niet wilde meewerken. Dat is een hele mooie wending. Bij Dora kan Freud analytisch precies verklaren waarom het misging.

""Maar dat betekent ook dat de psychoanalyse na Freuds crisis een stuk onwetenschappelijker is geworden. Voor de crisis loog Freud wel over de resultaten, maar in principe waren zijn ideeën nog falsificeerbaar. Daarna niet meer. Dat is ook heel begrijpelijk. Je wilt toch niet je hele leven permanent met mislukkingen worden geconfronteerd. Ieder mens wil ook wel eens succes hebben. En dan is Freuds oplossing, dat een mislukking niet meer pleit tegen de theorie, de mooiste die er is.''

Heeft Freuds beroemde zelfanalyse hem geholpen bij het overwinnen van die crisis?

""Die crisis is iets heel schimmigs, iets mythisch. Wij weten er weinig van en het is zelfs nog de vraag of die zelfanalyse ook daadwerkelijk is gebeurd. Wij moeten aannemen dat Freud diep in zichzelf is gaan wroeten. Het weinige dat wij weten, komt uit brieven aan Fliess. Daar schrijft Freud ongeveer: de meest interessante patiënt die ik op dit ogenblik in behandeling heb, ben ik zelf. Er staan ook zinnetjes in als: vandaag heb ik de liefde voor de moeder en de haat jegens de vader ook bij mijzelf gevonden. Ik geloof, zegt Freud erbij in dezelfde zin, dat dit een universeel fenomeen is. Hij vindt iets bij zichzelf en concludeert onmiddellijk dat het universeel is. Dat is bijzonder fraai, maar niet erg wetenschappelijk.

""Door de analytici wordt die zelfanalyse altijd beschouwd als een briljante en geniale prestatie van Freud. Ik zie dat anders. Freud is aan de zelfanalyse begonnen op het moment dat hij met zijn onderzoek en met de behandeling van zijn patiënten helemaal was vastgelopen. Met die zelfanalyse heeft hij als het ware in het groot herhaald wat hij ook in dat spierkrachtonderzoek heeft gedaan. Bij zichzelf vond hij wat hij bij zijn proefpersonen maar niet kon vinden. Met zichzelf als proefpersoon vond Freud iemand die meegaander was, die bereid was de resultaten te produceren die hij zelf verwachtte. Freud ontdekte bij zichzelf het Oedipus-complex, omdat hij het Oedipus-complex wilde ontdekken.

""Ik neem aan dat er wel iets van een zelfanalyse heeft plaats gevonden, maar ik geloof ook dat het belang ervan door de volgelingen enorm wordt overdreven. Een van de psychoanalytische stellingen is dat je de psychoanalytische methode alleen maar kunt leren, als je zelf bij een analyticus in de leer gaat. Je kunt het niet uit een boekje leren. Je kunt het alleen maar leren door zelf in behandeling te gaan bij iemand, die het vak al kent.

""Als dat zo is, rijst logischerwijs de vraag hoe de eerste analyticus het heeft geleerd? Dat kan alleen maar iemand zijn, die zo geniaal was dat hij het zichzelf heeft geleerd. Die aanname dwingt tot de mythe van een scheppingsverhaal, en inderdaad heeft Eissler wel eens gezegd dat Freuds zelfanalyse iets "bovennatuurlijks' was, iets dat als het ware tegen de natuurwetten inging.''

Was Freud een charlatan?

""Dat hangt er vanaf of je de psychoanalyse beschouwt als een wetenschap, of meer als religieuze sekte. Freud is voortdurend in conflict geweest met zijn volgelingen. Wanneer het tot een breuk kwam, bepaalde Freud of zijn tegenstanders nog wel tot de psychoanalyse behoorden. Dat is een principieel verschil met alle andere wetenschappen. Wetenschap gaat over een bepaald object. Als een socioloog de grootst mogelijke onzin over de maatschappij beweert, dan wordt hij weliswaar door zijn collega's als een domme socioloog beschouwd, maar hij blijft een socioloog. Terwijl een analyticus die iets beweerde dat in strijd was met Freuds ideëen, door Freud zelf buiten de psychoanalyse werd geplaatst. In die zin is Freud als een charlatan te beschouwen.

""Aan de andere kant heeft de psychoanalyse ook iets bewonderenswaardigs voortgebracht. De psychoanalyse is een systeem, dat in principe nooit gebruik zal maken van dwang of fysiek geweld. Het hele idee dat je mensen door middel van de ratio, door het gebruik van woorden, kunt overtuigen en genezen, beschouw ik als een van de grote verworvenheden. In die zin is Freud zeker geen charlatan geweest.''

Wat zou je Freud willen vragen als hij nog leefde?

""Oh...ik denk niet dat ik bij hem langs zou gaan. Ik heb hem, geloof ik, niets te vragen. Het zou niets opleveren. Freud is een studieobject. Daar moet je afstand van houden, het moet vreemd blijven. Wat ik doe, heb ik ook wel eens politioneel onderzoek genoemd. Je zoekt niet alleen uit hoe het historisch is gegaan, maar je probeert ook verbanden te leggen, zoals een rechercheur die een misdaad probeert op te lossen. Dat is een houding, waarbij je bijna automatisch wantrouwend tegenover het object van studie komt te staan.''

Maar Maigret ondervroeg wel degelijk de verdachte, als hij een zaak wilde onderzoeken.

""Maar ik behoor niet tot de wetenschappelijke politie, die het recht op huiszoeking kan eisen. Ik kan alleen maar bij het huis van Freud aanbellen met het gevoel dat er iets niet klopt. Dat is niet de manier om bij iemand binnen te komen. Het zou netter zijn om hem eerst enkele van mijn publikaties toe te sturen. Maar Freud zou weinig belangstelling hebben voor mijn werk, zoals hij nu eenmaal weinig belangstelling had voor de feiten.''