De Hatta-avond van de Nederlandse ambassade

JAKARTA, 17 APRIL. De Nederlandse ambassade organiseert een "Hatta-avond'. Een historische aanleiding in de vorm van een verjaardag of andere mijlpaal is er niet; het programma is opgebouwd rond een première. De Molukker Des Alwi heeft zijn documentaire over het leven van Muhammad Hatta af en die wordt vertoond in de theaterzaal van het Erasmushuis.

De vindingrijke ondernemer Alwi is een kleinzoon van de Arabische patriarch van Banda en geldt als de ongekroonde koning van het eiland. Des Alwi raakte als kind bevriend met de nationalist Hatta, toen die door de Nederlanders voor zes jaar naar Banda werd verbannen.

Hatta is, wat je noemt, een "goed onderwerp'. Soekarno en hij staan als para proklamator, uitroepers van de onafhankelijkheid, onbetwist aan de top van het nationale pantheon, maar om beiden hangt nog steeds een aantrekkelijke zweem van controverse. Bung Karno werd door Soeharto aan de kant gezet en Bung Hatta hield het in 1956 zelf voor gezien: hij nam ontslag als vice-president uit onvrede met Soekarno's autoritaire politiek. Daarmee kwam niet alleen een einde aan het bondgenootschap tussen de twee founding fathers; met de Sumatraan Hatta verdween ook een belangrijke schakel tussen Java en de "buitengewesten', tussen nationalisme en democratie.

De zaal zit stampvol, niet met Hollandse expatriates, maar met Indonesiërs. Eregasten zijn mevrouw Rahmi Hatta, weduwe van de staatsman, en enkele familieden. De inleiding van ambassadeur Van Roijen bevat aardige associaties: Hatta studeerde in de jaren twintig in Rotterdam en maakte toen kennis met Europese denkbeelden over de toekomst van de koloniën.

Van Roijen - zijn vader legde in 1949 samen met Mohamad Roem de grondslag voor de machtsoverdracht - :“Verwerving van een nationale identiteit vereist meer dan soevereiniteit alleen. Andere culturele en economische systemen blijven een uitdaging vormen, en daar moeten we een positief antwoord op geven.” De goede verstaander heeft maar een half woord nodig: Indonesiërs krijgen van hogerhand regelmatig de vermaning om "zichzelf' te blijven en zich niet af te geven met "buitenlandse' liberale denkbeelden. Toch waren het mensen als Hatta die het Westerse ideeëngoed introduceerden in de nationale beweging.

De film is geen meesterwerk en de episode Banda is wat uitgesponnen - Alwi drijft ginds een hotel - maar hij zit vol interessante journaalfragmenten uit de bezettingstijd. Onder de jongeren klinkt gegiechel als een nationalistische delegatie potsierlijk diepe buigingen maakt voor een Japanse militair. Bij het zien van uitgeteerde moeders met kinderen fluistert een jonge kijker: “Het lijkt Somalië wel.” Zulke beelden worden hier niet vaak vertoond; Japan is immers Indonesiës belangrijkste donor. We zien Bung Hatta zijn stem uitbrengen bij de verkiezingen van 1955, de eerste en voorlopig laatste met zo'n lange lijst partijen. Alwi neemt geen risico's: de overgang tussen Hatta's ontslag in 1956 en zijn overlijden in 1980 is wel erg abrupt.

De leemtes in Alwi's collage worden echter ruimschoots goedgemaakt door een andere première in de belendende foyer. Daar wordt op gloednieuwe "wide-screens' van een Nederlandse electronicagigant non-stop "Indonesia Merdeka' vertoond, de VPRO-ducumentaire uit 1976 van Rudolf Kiers, voor de gelegenheid voorzien van ondertiteling in het Indonesisch. De gasten vergapen zich aan openhartige interviews met Hatta zelf en met de - dan al uitgerangeerde - generaals Simatupang en Nasution. De laatste is ook uitgenodigd, maar laat zich wegens ziekte vertegenwoordigen door zijn vrouw. De kans dat deze Soeharto-criticus zou komen opdagen is voor de staatstelevisie TVRI reden om het te laten afweten, maar de commerciële zender RCTI laat zijn camera volop draaien.

Laatste vraag van Kiers: “Is er veel van de revolutie terechtgekomen, vindt U?” Hatta: “Heel veel: we zijn onafhankelijk geworden. Maar bij de opbouw hebben we moeilijkheden ondervonden. Soekarno heeft zich een beetje veel ingelaten met de communisten. Een en ander is uitgemond in een militair regime en dat had niet zo hoeven zijn.” De slotmuziek zet in en de feestgangers kijken elkaar veelbetekenend aan.