CREATIVITEIT

Het economiekatern van 31 maart verwijst met pictogrammen en bijschrift naar een onderzoek van het CBS over vrijetijdsactiviteiten van mannen en vrouwen in verschillende leeftijdscategorieën in Nederland.

Het geheel roept vooral vragen op. "Jonge vrouwen ontplooien vaker culturele activiteiten dan hun mannelijke leeftijdgenoten', zo wordt gesteld. Dat blijkt echter niet uit de pictogrammen, tenzij je "cultuur' heel beperkt definieert zodat dans/disco en toneel-, film- en concertbezoek er wel onder vallen, maar schilderen, tekenen, tuinieren, vissen, spelletjes, hobby's niet. Ook moet "jong' dan ophouden bij 24 jaar. Zelfs als de tweede groep activiteiten wel onder cultuur valt is de definitie nog te beperkt.

Dat vrouwen tweemaal zo creatief zijn als mannen slaat nergens op. Ten eerste omdat de meeste andere genoemde activiteiten misschien wel meer inventiviteit en creativiteit vergen dan het nu bedoelde handwerken, tekenen en knutselen. Ten tweede omdat veel vrouwen dergelijke bezigheden beginnen bij gebrek aan betaald werk, vaak (zie pictogram) in de periode na de geboorte van de eigen kinderen tot enige tijd na de geboorte van kleinkinderen. Het lijkt me niet toevallig dat de verschillen tussen de seksen in zogenaamde creativiteit maar liefst verdubbelen in de leeftijdscategorie van 25 t/m 35 jaar en daarna ruwweg constant blijven tot de pensioengerechtigde leeftijd. Ten derde omdat vrouwen gemiddeld nog steeds minder ontplooiingsmogelijkheden hebben dan mannen. Hoe is dat te rijmen met meer creatieve activiteiten? Omdat er veel soorten en definities van creativiteit bestaan, is er geen absolute maatstaf waarmee creativiteit gemeten kan worden.