Contingenties

Met ingehouden adem heb ik van de televisieserie Een schitterend ongeluk de aflevering gevolgd die gewijd was aan de natuurkundige Freeman Dyson. "Buitenaards' noemt Wim Kayzer hem in de boekversie, iemand die in Cambridge geparachuteerd was door ""wezens met een andere intelligentie''; hij was ook inderdaad heel zonderling, en daarbij op een ingehouden manier niet op zijn gemak, alsof hij zich ook van zijn kant afvroeg waar hij in geparachuteerd was. Maar wanneer zo iemand dan een speciale band blijkt te hebben met een bepaald kinderboek waar je zelf mee bent opgegroeid, is hij opeens niet ontoegankelijk meer, dan wordt het integendeel of je hem persoonlijk kende. Dysons lievelingsboek was The Magic City van E. Nesbit, een boek dat ik nog steeds van tijd tot tijd herlees; het is de fantastische geschiedenis van een jongen die met alles wat toevallig beschikbaar is een speelgoedstad bouwt en dan op een gegeven moment ontdekt dat hij zich in die stad bevindt.

Hij is terechtgekomen in een magische wereld waarin alles wat hij ooit gebouwd heeft werkelijk bestaat, en daarom kent hij er ook de geheimen van. Er komen ook meisjes in het verhaal voor: Lucy, de prinses die hij moet veroveren (met veel gemor: hij is nog niet op de leeftijd om belangstelling te hebben voor het veroveren van prinsessen), en zijn oudere zusje Helen, die in het bedenken van die magische werelden ook een zeker aandeel heeft gehad. Wat het meest fascinereert in het boek is de geheimzinnige vertrouwdheid die hij voelt wanneer hij voor de dingen komt te staan die hij zelf gebouwd heeft en die tot leven zijn gekomen; hij moet een aantal taken vervullen, waarvan de meeste bestaan uit het herstellen van fouten in zijn oorspronkelijke ontwerp, alvorens koning van zijn eigen wereld te kunnen worden.

Maar er is nog iets waardoor ik met Dyson affiniteit voelde en dat was zijn verhaal over zijn oom Freeman (naar wie hij genoemd is). Deze oom Freeman was zijn moeders broer; hij sneuvelde in de Eerste Wereldoorlog. Tussen broer en zuster had altijd een zeer nauwe band bestaan en toen de broer sneuvelde was de zuster ""al zevenendertig en zou waarschijnlijk nooit getrouwd zijn als Freeman niet was gedood'', aldus Dyson in het boek.

Maar hij werd wel gedood en zijn zuster kwam in aanraking met Freemans beste vriend. Zij vonden elkaar in hun rouw om hem; een jaar later trouwden ze en zo kwam Freeman Dyson in de wereld.

Het belangrijke is hier niet de geschiedenis van de ouders maar die van de kinderen, die in de ongebruikelijke situatie zijn dat ze precies weten aan welk toeval hun geboorte te danken is. Wanneer je het door de ogen van de ouders bekijkt is het een tragedie, maar voor de kinderen is die tragedie de reden van hun bestaan. Het had zo gemakkelijk ook niet kunnen gebeuren: Dyson vertelde dat zijn oom Freeman heel lang was, hij stak zijn hoofd boven de loopgraaf uit en werd geraakt door een Duitse kogel. Dat maakt het verhaal natuurlijk nog opmerkelijker en zijn dood nog toevalliger: als hij een paar centimeters korter was geweest zou de kogel over hem heen zijn gegaan.

Het is de "contingency', de onvoorzienbare factor, waar ook Stephen Jay Gould over spreekt, zoals het mysterieuze uitsterven van de dinosaurussen, zonder welke geen van ons nu zou bestaan. Gould zei dat sommige mensen moeite hebben met die gedachte, maar hijzelf vond haar stimulerend. Dyson zei hetzelfde: ""Dat is de hele schoonheid van het leven: verrassing.''

Ook in mijn eigen voorgeschiedenis is een oom Freeman, hoewel ik nooit zo onbevangen over hem heb kunnen spreken als Dyson over de zijne, misschien doordat ik niet weet hoe ik hem moet benoemen. Hij was mijn moeders eerste echtgenoot; ook hij sneuvelde, in 1942; na zijn dood trouwde mijn moeder naar bijbelse traditie met zijn broer, die mijn vader zou worden.

Mijn oom was in feite een van degenen die Kayzer verkiest aan te duiden als "the boys in the Lancasters' - piloot van een bommenwerper; hij had deelgenomen aan een serie bombardementsvluchten over Duitsland en dit zou zijn laatste vlucht zijn geweest. Dit waren de bombardementsvluchten waar Dyson mee te maken had in het Bomber Command; de verliezen waren schrikbarend en mijn oom was een van degenen wier leven Dyson moest trachten te sparen.

Maar hij was alleen maar mijn oom met terugwerkende kracht; toen hij nog leefde was hij het nog niet en als hij was blijven leven zou hij het niet zijn geworden: dan zou hij mijn vader zijn geweest, en ik iemand anders.

Ieder bestaan berust uiteraard op een reeks toevallen: dat je ouders elkaar überhaupt ontmoet hebben, het feit dat zij dit kind en niet een ander hebben gekregen. Maar in dit geval is het of je er getuige van bent, alsof je even een blik wordt gegund op dat ene toeval dat het allemaal anders liet gebeuren - oom Freeman die net iets te lang was, het vliegtuig van mijn oom dat net op die vlucht werd neergeschoten en niet op de volgende, toen hij met verlof zou zijn geweest - dat maakt dat je erover blijft puzzelen.

Maar dat puzzelen is zinloos, aangezien ik het nu eenmaal ben die er is - net als Freeman Dyson - en het is heel moeilijk zich voor te stellen dat je iemand anders zou zijn geweest. Ik weet niet meer wanneer het gebeurde, maar er was een moment in mijn jeugd dat ik bedacht dat het meest beslissende en meest geruststellende aspect ervan was dat ik het nooit geweten zou hebben als ik iemand anders was. Als het niet zo was gelopen, zouden mijn moeders kinderen, na ontdekt te hebben hoe klein de overlevingskansen van zo'n Lancaster-bemanning waren - of na Freeman Dyson op de televisie te hebben gezien - zo nu en dan eens gedacht hebben wat een geluk het was dat hun vader het overleefd had: en dat zou dan het enige spoor van mij in het heelal zijn geweest.

Een van de opgaven waar Dyson mee belast was toen hij bij het Bomber Command werkte, was het beperken van de verliezen bij die bombardementsvluchten. In 1943 - te laat voor mijn oom - introduceerden ze iets dat Window heette, ""stroken zilverpapier die je vanuit je bommenwerper uitgooit en die radar-echo's veroorzaken'', zoals Dyson het omschrijft. Dit klinkt nogal omslachtig, maar het werkte: de eerste keer dat ze het gebruikten werden de verliezen met driekwart verminderd. In de televisieserie scheen Kayzer veel meer geïnteresseerd te zijn in de verliezen van de Duitsers op de grond, maar ook de vliegtuigbemanningen waren onschuldige slachtoffers van deze krankzinnige strategie.

In een dergelijke context lijkt het wat frivool om je af te vragen wat er gebeurde met die strookjes zilverpapier, maar bij toeval kwam ik daar onlangs iets over tegen. Christabel Bielenberg is een Ierse, getrouwd met een Duitser, en zij bracht de oorlog in Duitsland door; zij heeft haar belevenissen beschreven in The Past is Myself (Corgi, 1984). En daar was het, midden in een beschrijving van Kerstmis 1944: een kerstboom ""gedecoreerd met het zilverpapier waar de velden mee bezaaid waren nadat de geallieerde bommenwerpers over ons heen gebromd waren, op weg naar München of Augsburg. Er werd gezegd dat ze dienden om radioverbindingen in de war te sturen. Misschien deden ze dat ook, maar in elk geval kwamen ze goed te pas voor Kerstmis.''

We wonder, ever wonder, why we find us here. Deze regel uit het gedicht "Nature's Questioning" van Thomas Hardy was het motto van de discussie waarmee Een schitterend ongeluk besloot; een vraag die misschien beter geïllustreerd werd door de geschiedenis van Uncle Freeman dan door de discussie zelf. Toeval en coïncidenties: de romans van Hardy zitten er vol mee en soms, zoals in Tess of the d'Urbervilles, laat hij de hele handeling erop berusten, totdat Tess geen keus meer heeft en zich moet buigen onder het Noodlot.

Bij het lezen van Hardy's gedicht is het moeilijk niet te denken aan die stroken zilverpapier, hangend aan een Duitse kerstboom:

Has some Vast Imbecility,

Mighty to build and blend,

But impotent to tend,

Framed us in jest, and left us now

to hazardry?

(...)

Meanwhile the winds, and rains,

And Earth's old glooms and pains

Are still the same, and Life and Death

are neighbours nigh.