CNV opponeert tegen metaal-CAO

UTRECHT, 17 APRIL. De landelijke kadergroep van de Industrie- en voedingsbond CNV heeft gisteren besloten nog geen akkoord te geven aan het onlangs bereikte onderhandelingsresultaat voor een nieuwe CAO in de metaal- en elektrotechnische industrie.

Weliswaar steunt een meerderheid van de bondsleden in het land het resultaat, maar er zijn nog te veel onduidelijkheden in de uitwerking van de WAO-afspraken, aldus onderhandelaar P. Swart van de CNV-bond.

De bond heeft al zijn leden in het land inmiddels geraadpleegd. Van hen bleek 70 procent het onderhandelingsresultaat te steunen. Een “niet erg overtuigende” meerderheid, aldus Swart. Bovendien bleken er op de ledenvergaderingen nog de nodige vragen te zijn, met name over de afgesproken WAO-reparatie. Die vragen zijn niet te beantwoorden zolang een werkgroep van werkgevers en werknemers de CAO-afspraken nog aan het uitwerken is, vindt het CNV. Vanwege de krappe steun in het land èn gezien die onduidelijkheden, besloot de landelijke kadergroep nog niet zijn fiat te geven.

Wat de bonden ook steekt, is de opstelling van de werkgeversorganisatie FME. Die zou er inmiddels van uitgaan dat individuele bedrijven in een eventuele eigen WAO-regeling, waarbij ze dus individueel een verzekeringsmaatschappij in de arm nemen en hun werknemers een aanvullende polis aanbieden, niet tot zeventig procent hoeven aan te vullen.

Dat is tegen de CAO-afspraken van 1 april jongstleden, vinden alle vakorganisaties. Een bedrijf mag afwijken van de WAO-reparatie op bedrijfstakniveau door een eigen regeling, maar moet dan wel voldoen aan dezelfde normen, waarvan de belangrijkste is: aanvulling van de WAO-uitkering tot 70 procent. Om dit punt hebben de vakorganisaties VHP Metalektro en de Unie BLHP al eerder voorbehoud gemaakt bij het CAO-resultaat en zich tegen de uitleg van de FME gekeerd.