Bulgarije; Ruzie om een bronzen soldaat

Het monument staat in het centrum van de Bulgaarse hoofdstad Sofia, het is 36 ton zwaar en 35 meter hoog en van beton, bekroond door een twaalf meter hoog bronzen standbeeld van een heldhaftige soldaat met een kalasjnikov, en met op de zijkanten, eveneens in brons, vechtscènes uit de oorlog, met veel dappere soldaten en dankbaar volk. Sovjet-soldaten, want zij worden - werden - met dit monument geëerd.

Het monument is ook een splijtzwam, want de afrekening met het verleden voorziet in de afbraak van dit soort uiterlijke manifestaties van de vroegere Sovjet-Bulgaarse liefde, en heel veel Bulgaren willen dat torenhoge stuk socialistisch-realistische heroïek graag kwijt, maar heel veel andere Bulgaren zien liever dat het blijft staan.

De gemeenteraad van Sofia wil het kwijt, en al heel lang: al in februari vorig jaar besloot de raad het monument voor de Sovjet-bevrijders te slopen, net zoals het Lenin-standbeeld een paar honderd meter verderop, en wel “binnen een week”, het monument was een “niet-noodzakelijke installatie”. Maar helaas, in februari vorig jaar was er geen geld voor de sloop, en er waren nog zoveel Leninbeelden en communistische plaquettes en rode sterren en hamer-en-sikkel-symbolen die eerst weg moesten. Er werd een bankrekening geopend: wie nog leva over had kon dat voor de financiering van de sloop storten.

Het uitstel van toen heeft de tegenstanders van de sloop de gelegenheid gegeven zich tegen de voorgenomen “daad van vandalisme” te organiseren. En naarmate de nieuwe datum van de sloop naderbij kwam - op 1 mei moet het beeld zijn verdwenen - werden zij actiever. Er werden 36.000 handtekeningen verzameld van burgers die het momument voor het Sovjet-leger willen sparen, want, zo voerden ze aan, het gaat niet alleen om een kunstobject, het gaat ook om een symbool van de vriendschap met de Russen: de afbraak, zo vond een "Burgercomité voor de Bescherming van Monumenten', zou een lelijke “daad van vervreemding” jegens die Russen zijn.

Toen maandag daadwerkelijk een begin zou worden gemaakt met het neerhalen van de betonnen zuil bleek de organisatie van reserve-officieren veel bejaarden te hebben opgetrommeld, grijze oudstrijders die bereid waren het standbeeld met hun blote handen te verdedigen, maar ook jongeren die zich met knuppels en ijzeren staven hadden bewapend om die bronzen heldensoldaat te redden. Het kwam zelfs tot vechtpartijen waarbij gewonden vielen.

Het kwam ook tot demonstraties en tegendemonstraties, duizenden aanhangers van de (ex-communistische) Bulgaarse Socialistische Partij verzamelden zich bij het parlementsgebouw om er te worden toegesproken door BSP-leiders, die “de vernietiging van anti-fascistische monumenten” vergeleken met “de vernietiging van cultureel eigendom en de boekverbrandingen van de nazi's”. Even verderop - een tussen de groepen verdwaalde vrouw liep klappen op - kwamen de voorstanders van de sloop bijeen, om hún woordvoerders te horen roepen dat “het Rode Leger Bulgarije als veroveraar is binnengevallen en een communistische dictatuur heeft geïnstalleerd” en dat het monument “lelijk” is en trouwens “niets met Bulgaarse tradities te maken heeft”: “Geen land ter wereld heeft ooit in het centrum van de hoofdstad een monument voor zijn onderdrukkers opgericht.”

Liever anoniem bleef de vrouw die een verslaggever van radio-Sofia kwaad toevoegde dat de sloop van het monument niks te maken had met de Bulgaars-Russische vriendschap, maar alleen maar neerkwam op het afzweren van de vroegere vriendschap met “die genetisch gestoorde ouwe zakken” die vroeger op het Rode Plein in Moskou de parades plachten af te nemen.

De gemoederen liepen deze week zo hoog op dat premier Ljoeben Berov zich met een oproep tot kalmte tot de bevolking van Sofia moest wenden. Hij, of liever gezegd: zijn minister van regionale ontwikkeling en woningbouw, was het ook die uiteindelijk de zaak eventjes kon sussen: ijverige ambtenaren van dat ministerie hadden een foutje ontdekt in de beslissing van de gemeenteraad van Sofia, het orgaan dat het monument zo graag wil neerhalen: de raad had, aldus die ambtenaren, de “technische maatregelen” vergeten die tijdens de sloopwerkzaamheden ter bescherming van zowel de slopers als de gebouwen in de buurt hadden moeten worden genomen. Het sloopplan werd dus even ingevroren.

Het is een Salomonsuitstel, maar geen Salomonsafstel, en de zaak blijft spelen. Het burgercomité tegen de afbraak heeft zich inmiddels, met steun van de socialisten, de groenen en de liberalen, tot het parlement gewend: dat moet zo spoedig mogelijk een moratorium op de sloop van monumenten afkondigen en een referendum op touw zetten over de toekomst van alle monumenten ter ere van het Sovjet-leger in Bulgarije. De gemeenteraad van Sofia heeft alvast laten weten mordicus tegen zo'n referendum te zijn.

De Russen hebben niet officieel gereageerd, al heeft de Russische ambassadeur Advejev wel zuinigjes gezegd te hopen dat de Bulgaren hun conflict met een “beschaafde en wijze beslissing” zullen oplossen, en tsja, slóóp kwam hem eigenlijk niet zo beschaafd voor. Het kwam hem nog op heel heftige reprimandes van verschillende kanten te staan.

Volgende week gaat premier Berov op bezoek in Moskou. Een van de punten van gesprek wordt het lot van die bronzen soldaat, zoveel is zeker.