Wie durft het heden aan? De gespletenheid van pulpschrijvers in Bombay

Van het geweld en de haat die India teisteren is weinig terug te vinden in de hedendaagse Engelstalige literatuur van dit land. In de misdaadromannetjes van Ashok Banker en de pulpboekjes van de roddeljournaliste Shobha Dé schemert het huidige India wèl door, ook al proberen deze schrijvers Raymond Chandler en Jackie Collins te imiteren. Maar ook daarin spiegelen ze een Indiase realiteit. De satellietzender Star TV, die tegenwoordig van Bombay tot Calcutta te ontvangen is, confronteert miljoenen Indiërs dagelijks met MTV en soapseries als The Bold and the Beautiful.

De romans van Ashok Banker en Shoba Dé zijn alleen in India verkrijgbaar.

En toen was het beest los. Het stormde door straten en sloppen, schuimbekkend, bijtend, verblind door haat, dronken van geweld. Woonwijken, moskeeën en markten gingen in vlammen op. Zes dagen lang was de lucht boven de stad dof oranje. Door ingeslagen ramen werden brandende, in benzine gedrenkte lappen geworpen. Overal lag gebroken glas. In de sloppen waren hele enclaves binnen enkele uren met de grond gelijk gemaakt. Moslims vluchtten, werden opgejaagd, raakten gescheiden van hun familie, belandden in geïmproviseerde kampementen. Gezinnen barricadeerden hun deuren en hielden dag en nacht de wacht, gewapend met broodmessen en stukken hout. Veel van hen werden uit hun huizen gesleurd; mishandeld, verkracht, afgeslacht. De politie kwam overal te laat. “Vanaf mijn balkon kon ik de brand in de Mahim Timber Mart zien,” verklaarde Pooja Bhatt, ster uit talloze Hindi-films in het blad Movie. “Ik kan niet geloven dat het in Bombay gebeurde.”

Anderen, zoals de 28-jarige Ashok Banker, schrijver van misdaadromans, zeggen dat ze wel beter wisten. Vooral in Bombay. Juist in Bombay. Het glanzende aanzien van de stad, met de onbeschaamd hoge torenflats, haar al te nadrukkelijke wereldwijsheid, haar gala's en premières, haar geur van dure parfums en snelverdiend geld, was nooit meer dan een façade geweest, een bordkartonnen decor uit een Hindi-film, made in Bollywood. Daarachter gromde het beest. Begin januari, een maand na de verwoesting van de omstreden moskee in Ayodhya, stortten hindoes zich massaal op moslims. Er vielen meer dan zevenhonderd doden in Bombay. De stad veranderde in een spookstad, waar niemand zich s avonds meer op straat waagde. “Dit moest gebeuren en het zal weer gebeuren,” zegt Ashok. “Hier heb je dit arme, hongerige, gedesillusioneerde beest. Het zit vol haat, haat tegen alles wat hij niet is en niet heeft. Haat tegen de rijkdom, vooral. Zijn hoofd is vol van religie, maar het zijn anderen die het aan de riem houden. De politici, de zakenmensen, de intellectuelen van India, zij gebruiken de priesters en gelovigen, zij maken schaamteloos gebruik van de anti-moslim gevoelens. De chaos maakt deel uit van hun strategie.”

Ashok wist dat het beest bestond, maar nog nooit had hij het van zo dichtbij gezien. Het kleine appartement waarin hij samen met zijn vrouw en zoontje woont, ligt in Khar, een buitenwijk van Bombay. “Ik ben nog nooit zo bang geweest,” zegt hij tegen mij, met de verontschuldigende glimlach die de meeste van zijn zinnen afsluit. “'s Nachts, wanneer er een hond blafte, renden we naar het raam. Urenlang hebben we daar met ons hart in onze keel in het donker staan staren. We wisten dat het daar ergens was, dat het ieder moment onze kant op zou kunnen komen. Eén keer, toen ik hier vlakbij een woedend geschreeuw hoorde, dacht ik, dit is het, nu zijn we er geweest.”

Kolynos girl

Ashok is opgegroeid in Bombay. Het pijnlijke, bizarre verhaal van zijn leven maakt deel uit van die gespleten stad: Bombay is van hem, hij is van Bombay. Zijn moeder was een mooie vrouw, al vroeg fotomodel, tweede bij de Miss India verkiezingen en jarenlang de Kolynos girl, het meisje wier stralende lach in advertenties voor tandpasta Indiase gezinnen de witste tanden beloofde. Ze ging om met acteurs, politici, juweliers, advocaten en andere socialites, de meeste beroemd. Op haar zeventiende trouwde ze, met een man uit een zeer traditionele, conservatieve hindoefamilie. “Hij had twaalf jaar in de Verenigde Staten gewoond, waar hij rechten gestudeerd had. Zijn beste studievriend was Ted Kennedy. Hij reed in een Jaguar die hij had laten overvliegen.”

In India trouw je echter niet met een man, maar met een familie. Ashoks moeder moest bij de ouders van haar man wonen en zich gedragen als een goede traditionele huisvrouw. Na zes maanden ging ze er, zwanger van Ashok, vandoor. “Ze kon niet met hem leven, maar de scheiding ervoer ze als een vreselijke schande.”

Een tweede huwelijk volgde, nog rampzaliger dan het eerste. Ashoks stiefvader was een acteur in Hindi-films. Hij dronk, schold en sloeg, ging met de verkeerde mensen om. “Ze vochten en vochten. De politie moest er meestal bijgehaald worden. Mijn echte vader kidnapte me en plaatste me op een kostschool, de Deolali-Barnes Boarding School. Mijn vader vergat of weigerde het schoolgeld te betalen. Dus werd ik op een gegeven moment bij de weeskinderen gestopt. Ze dachten eenvoudigweg dat ik in de steek gelaten was, zoals zoveel kinderen daar. Ikzelf ook, trouwens. Toen mijn moeder me uiteindelijk vond, lag ik zo'n beetje dood te gaan aan geelzucht.”

Kinderziel

De rest, zegt Ashok, is een goedkoop romannetje. Zijn moeder raakte op een feestje in slecht gezelschap. Een groepje mannen stopte iets in haar drankje, verkrachtte haar een voor een, iemand nam foto's. Ashoks stiefvader moest betalen, of anders. “En dit waren geen onderwereldfiguren, maar keurig getrouwde zakenmannen. Ik was elf, twaalf jaar, maar ik wist wat er aan de hand was. Ik keek toe. Het betekende het einde van mijn moeder.”

Glamour, geld, seks, geweld, een verscheurde kinderziel; het scenario van een doorsnee Hindi-film. Ashok Banker kan zijn verleden nu vertellen als verhaal. “Ik heb dat alles achter me gelaten, hoewel ik me ook nu niet normaal voel. Er schuilt nog steeds iemand in mij die het liefst met een baseballknuppel mensen op straat de hersens zou willen inslaan.” Hij glimlacht opnieuw tegen me, alsof hij het theatrale karakter van zijn bekentenissen wil ontkrachten. Begin dit jaar, tijdens de rellen, beleefde hij zijn twijfelachtige doorbraak: de Indiase uitgeverij Rupa publiceerde tegelijkertijd drie misdaadromans van hem. “Die heb ik elk in vijf dagen geschreven, enkel en alleen voor het geld. Ik zag een kans om eindelijk iets gepubliceerd te krijgen. Ik weet dat ze niet goed zijn, ook niet als misdaadromans.”

Geleende wereldwijsheid

Ashok Bankers romans zijn dunne boekjes, vol geïmiteerd Engels-Amerikaans en met flodderige intriges; vreemde cocktails van karikaturaal geweld en geleende, hard-boiled wereldwijsheid, waar nog een antieke plot aan is toegevoegd. Het is alsof Agatha Christie, Raymond Chandler èn Mickey Spillane tegelijkertijd in Bombay neergezet zijn. Wat verbaast is dat de obsessies van Ashok Banker er toch zo schrijnend in zichtbaar worden. In één van de drie boeken, The Iron Bra, rekent een vrouw die de naam van Ashoks moeder draagt af met de complete mafia van Bombay, maar niet voordat ze een aantal bloedige vernederingen heeft ondergaan. In een tweedimensionale scène worden haar handen en voeten vastgespijkerd door onderwereldbazen, nadat de geplande gang-rape is afgelast wegens haar maandelijkse "onreinheid'.

Zoals zoveel mensen kan ook Ashok Banker de werkelijkheid van Bombay alleen via Engeland en Amerika zien. De meeste van zijn veertig onuitgegeven manuscripten zijn derivaten van de Angelsaksische romans en video's die de wanden van zijn kamer bedekken. Ashok zegt tegen me dat hij vastbesloten is een taal te vinden voor de Indiase werkelijkheid; zijn eerste "echte' roman verschijnt dit voorjaar. Hij houdt van het werk van Stephen King, maar om angst en geweld in India te beschrijven heb je geen weerwolven nodig; je hoeft alleen maar om je heen te kijken.

“Wie durft het heden aan? Het geweld, de verscheurdheid, de pijn? Veel Indiase auteurs die in het Engels schrijven selecteren een mooi literair thema en laten hun romans in een onschuldige, half-realistische wereld spelen, zoals R.K. Narayan, of in een andere tijd, zoals Amitav Ghosh en Vikram Seth. Goede schrijvers, stuk voor stuk. Maar het beeld van India dat Vikram Seth schildert in A Suitable Boy is zoals buitenlanders dat graag zien: kleurrijk, exotisch, traditioneel, cultureel, geromantiseerd. Het zegt niets over mijn India. Ik wil absoluut niet beweren dat de journalistiek de nieuwe literatuur zou moeten zijn, maar van wat je hier dagelijks in de kranten leest, vind je niets terug in romans. Ik voel me, zoals zoveel mensen hier, gespleten, een soort zeemeerman zou je kunnen zeggen, half westers, half Indiaas.”

Misschien juist omdat de huidige Engelstalige Indiase literatuur zich zo nadrukkelijk aan het heden lijkt te willen onttrekken, bloeit tegenwoordig de Engelstalige pulp in India. De drie boekjes van Ashok Banker krijgen buitensporig veel aandacht in de pers, maar hij wordt nog altijd ruimschoots overschaduwd door de absolute koningin van het genre: Shoba Dé.

Bollywood

Shoba Dé is een fenomeen dat onlosmakelijk met Bombay verbonden lijkt. Twintig jaar geleden bouwde ze na haar studie psychologie een onverbiddelijke reputatie op als roddeljournaliste, met als doelwit de kringen waarin de moeder van Ashok Banker zich bewoog. In door haar opgerichte bladen als Stardust, Society en Celebrity ontwikkelde ze gedurende de jaren zeventig een soort patois, keihard Amerikaans doorspekt met Hindi-woorden, waarin vrijwel ieder woord een valse bijklank kreeg. Het was een stijl die voorgoed een einde maakte aan de formele, discrete toon van de Indiase journalistiek. Binnen de kortste keren stond ze bekend als The Queen Bitch of Bollywood.

Tegenwoordig is Shoba Dé een schrijfster van bestsellers over dezelfde wereld. Met haar debuut Socialite Evenings, gepubliceerd door Penguin India, joeg ze de hele literaire goegemeente op de kast, niet alleen omdat ze iedere beschaafde literaire conventie negeerde, maar ook wegens de cynische seks waarmee ze haar verhaal over het leven van de rijken opfleurde. In het boek waaide de geest van Bombay: Dé's personages deden niets wat niet berekenend was. De schrijfster bediende zich bovendien niet van het ingehouden, zorgvuldige Engels van de meeste Engelstalige Indiase schrijvers, maar van een gelikt pseudo-Amerikaans, met dank aan Jackie Collins. Een verontwaardigde criticus noemde Socialite Evenings het produkt van een chimpansee met een schrijfmachine.

De kritieken op de romans die volgden - Starry Nights (over een jong meisje dat carrière in de verdorven filmwereld maakt), Sisters (over twee jonge meisjes in de zakenwereld) en Strange Obsession (over een jong meisje dat in Bombay fotomodel wordt) - zijn even vernietigend geweest, met dezelfde mengeling van dédain en ontzetting. Indiërs die ik spreek, in Delhi, Calcutta en Bombay, walgen van haar vulgaire reputatie - van Indiase schrijvers wordt nog altijd een soort nationaal verantwoordelijksheidgevoel geëist, zeker ten opzichte van de buitenwereld - maar iedereen blijkt wel één roman van haar gelezen te hebben.

Tijdens mijn verblijf in Bombay kom ik Shoba Dé overal tegen; in de boekwinkels van de hotels, in het frivole maandblad Society, waarin ze Bali als vakantie-eiland de grond inschrijft, in het mannenmodeblad Gentleman, waarin ze de Indiase man op een bitchy toon van kledingadviezen voorziet: "A man over 20 can only resemble retired race horse if he sports a ponytail (...) Smell isn't sexy. (...) Fat men shouldn't wear baggies. They should lose weight.' De dag vóór ik haar ga opzoeken, laat ik mijn haar knippen en mijn kleren wassen en stomen.

Harde mond

Shoba Dé woont in Zuid-Bombay, de sjiekste enclave van de stad, samen met haar man Dilip, een van de belangrijkste tycoons van Bombay, en hun zes kinderen. Op Cuffe Parade heerst een opvallende rust. Appartementen in hoge flats kijken uit over een verstilde Arabische Zee. Het nieuwe World Trade Centre glanst helwit op in het zonlicht. Dé zelf past volmaakt in deze omgeving: ze is een indrukwekkend mooie vrouw met een ovaal, regelmatig gezicht, een wonder van persoonlijke verzorging, met een mooie, harde mond. Vandaag is Holi, het feest van de kleuren, waarop Indiërs elkaar mogen bekogelen met water en gekleurd poeder en tijdens mijn bezoek komt er af en toe een mooi besmeurd kind het smetteloze appartement inlopen.

Dé zelf is afkomstig uit een aartsconservatieve familie van Brahmanen. “Hoewel we zeer vrij zijn opgevoed, ben ik toch een rebel geweest. Over mijn boeken durf ik niet echt met mijn vader te praten, ik weet niet eens of hij ze wel allemaal gelezen heeft. Maar ik weet dat hij toen Socialite Evenings verscheen, dat toch mijn netste boek is, aan mijn moeder vroeg: "Hoe kan mijn meisje zoveel over mannen en seks weten?' Maar hij en mijn echtgenoot staan achter me. Ik word voortdurend neergesabeld in de pers. Dat laat me betrekkelijk koud, maar alleen omdat ik hun steun heb.”

Haar wereld is microscopisch klein, dat weet Dé zelf ook wel, maar hij is echt; ze schrijft over een kant van India, van Bombay vooral, die niet veel mensen kennen, zelfs in India niet. Veel van haar lezers denken dat ze de wereld van Jackie Collins eenvoudigweg naar Bombay heeft getransponeerd, maar Dé houdt vol dat ze alles wat ze beschrijft - machtspelletjes, snelle seks, ranzige decadentie - zelf gezien heeft.

Gewaagd

“Het is de enige wereld die ik goed genoeg ken om erover te schrijven. Natuurlijk zou men zich gerustgesteld voelen wanneer ik over onderdrukking van de armen, schulden vanwege te hoge bruidschatten of weduwverbranding zou schrijven. Daarmee houd je de ongevaarlijke mythe van het tijdloze, goede India met haar zwoegende massa's in stand. Van schrijfsters wordt hier verwacht dat ze lelijk en arm zijn. En een roman moet een boodschap voor de wereld hebben. Ikzelf, als columniste en schrijfster, doorbreek twee taboes voor vrouwen hier: seks en satire. Ik weet ook wel dat het niet om wereldliteratuur gaat, het zijn snelle, gewaagde romans over een klein segment van de Indiase samenleving.”

Het is een vreemde, misschien wel typisch Indiase rebellie, die opstandigheid van Shoba Dé. Haar ideeën dwingen haar tot verzet tegen de traditionele Indiase samenleving, maar net als bij Ashok Banker is het resultaat grotendeels imitatie van Amerikaanse voorbeelden. Het lijkt een voorbeeld van het beruchte Indiase talent voor culturele mimicry, waarover V.S. Naipaul in zijn reisboek An Area of Darkness heeft geschreven; de onmacht van India om zichzelf te zien blijft zo verborgen. Hoewel het moderne India nadrukkelijk aanwezig is in Dé's boeken, doen deze toch vooral geleend aan. Maar ook daarin spiegelen ze misschien een Indiase realiteit. De satellietzender Star TV, die tegenwoordig van Bombay tot Calcutta te ontvangen is, confronteert miljoenen Indiërs dagelijks met MTV, Santa Barbara en The Bold and the Beautiful. Zulke programma's, zegt Dé, dienen niet alleen als geestelijk slaapmiddel, maar hebben ook een sociale functie.

De boeken van Dé hebben dat zeker. Hoe ongeloofwaardig haar verhalen ook aandoen, ze verschaffen veel van haar lezers een voorbeeld. “Zo hard-core zijn ze niet, ze gaan eerder over seksuele gevoelens van vrouwen, maar dat wordt hier gezien als morele verdorvenheid,” zegt ze met exquise walging in haar stem. “Mannen leven hier voor het merendeel nog in de Middeleeuwen, terwijl de vrouwen uit de middenklasse zich razendsnel ontwikkeld hebben. Zoals altijd, is de belangrijkste reden een economische: ze werken tegenwoordig. Indiase vrouwen zijn zoveel interessanter, levendiger, meer ontwikkeld dan de gemiddelde man, die zich wanhopig vastklampt aan zijn feodale opvoeding. Daarom zijn de meeste mannen in mijn boeken zulke schoften.

“Toen Starry Nights als feuilleton in het zuiden van India verscheen, kreeg ik allerlei smerige brieven van mannen, met tekeningen en zo. Er zat zelfs een gebruikt condoom bij. Strange Obsession gaat over een lesbische relatie. De meeste mensen in India krijgen dat woord niet eens over hun lippen. Socialite Evenings, waarin een vrouw wegloopt bij haar man, maakte ook veel los. Dat je kunt weggaan bij een man, zonder eerst mishandeld, verwaarloosd en vernederd te zijn, maar gewoon omdat je vindt dat je een leeg leven leidt, is schokkend voor veel Indiase vrouwen.”

Shoba Dé lijkt de personificatie van het rijke, stralende, cosmopolitische gezicht van Bombay. Ik vraag haar of de rellen haar verrast hebben, hier in haar grote appartement hoog boven de stad. “Niet echt, nee. Maar met godsdienst had het niet veel te maken, dat was maar een aanleiding. De stad barst uit zijn voegen, dat is het. Er is niet genoeg werk, er zijn niet genoeg huizen, mensen kunnen niet meer in hun levensonderhoud voorzien. Het is de corruptie van de politici, die aan de leiband van de onderwereld lopen. Deze stad is een pressure-cooker. Vroeg of laat moest het deksel eraf vliegen. En het zal weer gebeuren. Hier in Zuid-Bombay merkte ik er niet veel van, je leeft hier in een cocon. Pas toen de rellen hiernaartoe kwamen en er in deze buurt twee mensen vermoord werden, werd Zuid-Bombay wakker. Tot dan toe kon het niemand wat schelen wat er in de rest van de stad gebeurde. Toen waren er plotseling al die demonstraties van bezorgde burgers, die naar buiten kwamen in hun merkkleding, na eerst een stel wodka-tonics in hun clubs achterovergeslagen te hebben. Heel fascinerend om te zien. Dames die waarschijnlijk nooit verder dan hun kapper en schoonheidssalon waren geweest, voelden zich plotseling bedreigd en ontwikkelden uit lijfsbehoud een-twee-drie een sociaal geweten. Al die bijeenkomsten voor de vrede, kleine selecte gezelschappen, waar deze socialites met hun dure kleren en zonnebrillen, badend in de Paloma Picasso, jammerden over verdraagzaamheid en zorg voor de stad, terwijl de politie de massa buiten de deur moest houden. Zo hypocriet allemaal.

“Vlak na de rellen was er een overdadig feest in het Taj Mahal hotel. Daar was een vrouw die minstens vier glazen Dom Pérignon op had, maar toen het diner werd aangekondigd, verklaarde ze hysterisch dat haar geweten haar niet toestond om te eten, zolang er mensen honger leden in haar stad. Andere vrouwen begonnen toen ineens te huilen op de schouder van hun echtgenoot. Dat was sociaal correct. Het was zo'n absurd gezicht.”

Bloembollen

Haar echtgenoot Dilip komt binnen. Hij is een donkere man, vriendelijk en praatgraag, die gespeend lijkt van het agressieve dédain dat zoveel Indiase zakenmannen typeert. Staand aan de huisbar schenkt hij me bier in, terwijl hij mij uitvoerig van zijn nieuwste zakenproject vertelt: een Indiaas-Nederlands plan om hier, in Bombay, bloemen te kweken die langer dan een maand in een vaas kunnen blijven staan. Sommige wel zes weken. We gaan op het balkon staan dat uitkijkt op de baai en Dé wijst me aan waar de Hollandse bloembollen gekweekt zullen worden. Hij vertelt me dat hij oorspronkelijk uit Calcutta komt, waar het slecht zakendoen is, met de communisten in de regering. Ik vraag wat hij vindt van de politici daar, die dreigen met afscheiding wanneer de hindoefundamentalisten die de moskee hebben afgebroken in India aan de macht komen. Dilip Dé haalt goedmoedig zijn schouders op. “Weet je wat het probleem is met zulke mensen? Ze geloven niet in globalization.” Hij wijst opzij naar het World Trade Centre, dat blakert in de middaghitte. “Alles groeit naar elkaar toe. Alles gaat op elkaar lijken. Als je daar niet aan mee wilt doen, oké. Geen probleem. Maar alleen red je het nooit.”