Vrijdag 16; Twee festivals

In juni zullen in Nederland twee internationale literatuurfestivals plaatsvinden, zo werd deze week bekend.

In Rotterdam begint op 14 juni de 24ste aflevering van Poetry International. Drie dagen later, wanneer Poetry amper op de helft is, opent minister d'Ancona in Den Haag het Crossing Border Festival, een evenement voor literatuur en muziek. Beide festivals hebben een keur aan interessante namen op hun programma. In Rotterdam worden onder anderen Joseph Brodsky, Homero Aridjis en Seamus Heaney verwacht. In Den Haag rekent men op de snel opkomende Engelse schrijver Rupert Thomson, de Liverpool-dichter Adrian Henri en de jazz & poetry-ster Ted Joans.

De vraag is niet of er in Nederland wel plaats is voor twee internationale literatuurfestivals - zolang er een publiek voor is, kunnen er niet genoeg festivals zijn. De vraag is of het nodig is om de enige twee festivals die Nederland dit jaar heeft precies in dezelfde week te houden.

Volgens de organisatoren van het Crossing Border Festival is de gelijktijdigheid van beide festivals geen enkel bezwaar. Hun festival richt zich op een heel andere doelgroep dan Poetry. En ook hun programma zou hemelsbreed van het Rotterdamse verschillen. Naast het vertrouwde po√ęziepubliek probeert men ook jongeren en allochtonen te bereiken door toevoeging van jazz, pop en rap.

Maar deze verschillen zijn voor een groot deel schijn. Ook in Rotterdam staan elk jaar naast de grote buitenlandse dichters, dichters uit de populaire en de tegencultuur op het programma. Vier van de Haagse gasten van dit jaar droegen in voorafgaande jaren zelfs al op Poetry voor.

De eerste verantwoordelijke voor het samenvallen van de twee festivals is het ministerie van WVC. Dat geeft aan beide festivals subsidie. Poetry International krijgt dit jaar van het rijk 2 ton, terwijl aan het Crossing Border Festival 35.000 gulden is toegewezen. Wat had er meer voor de hand gelegen om aan dit laatste festival de voorwaarde te stellen ten minste een weekje later te beginnen dan Poetry?

Het ministerie van WVC weet net als ieder ander dat Poetry International over het algemeen vrij matig wordt bezocht. Er zijn avonden dat de foyer van de Doelen goed gevuld is, maar het komt ook voor dat het publiek het massaal laat afweten.

Het wegblijven van het publiek in Rotterdam ligt niet alleen aan het publiek. Ook aan de opzet van Poetry mankeert het nodige. Het festival heeft door de jaren heen de neiging gehad om sterk naar binnen gekeerd te opereren. Je krijgt soms de indruk dat het publiek in Rotterdam meer als een hinderlijke bijkomstigheid wordt gezien dan als een bestaansvoorwaarde. Maar het zou zuiverder zijn geweest als de minister van WVC deze tekorten tijdig en openlijk had gesignaleerd. Dan had ze nu niet naar Den Haag hoeven gaan om daar demonstratief een soort tegenfestival te openen.