Topman Internationale Nederlanden onthult percentage; Inhoud van stroppenpot bij banken iets minder geheim

AMSTERDAM, 16 APRIL. Het grote geheim van de Nederlandse banken, de omvang van de stroppenpot, wordt steeds minder geheim. Financiën en Justitie eisen vanaf 1994 meer openheid om mogelijk in 1998 het kleed weg te trekken. Gisteren onthulde Internationale Nederlanden bij de presentatie van de cijfers zelf een tip van de sluier.

De banken koesteren de geheime voorziening voor algemene risico's uit angst dat bij stroppen de cliënten op de loop gaan. Die angst om het geheim te moeten onthullen is zo groot, dat de Internationale Nederlanden Groep gisteren vertelde te hebben afgezien van een beursnotering op Wall Street, omdat de Amerikanen openbaarmaking van de voorziening eisen.

De topman van de ING Bank, drs. G.J.A. van der Lugt, wilde echter voorkomen dat de indruk bestaat dat zijn stroppenpot het daglicht niet kan velen. Hij vertelde daarom gisteren trots dat zijn bank een hoog percentage reserveert voor de stroppenpot.

Bekend is hoeveel de banken jaarlijks in de stroppenpot stoppen. De ING trok vorig jaar 850 miljoen gulden uit voor de stroppenpot, 130 miljoen gulden meer dan de Rabo, maar 550 miljoen minder dan ABN Amro.

Dat bedrag moet worden afgezet tegen de omvang van de kredietportefeuille en dan alleen tegen dat deel van de kredietportefeuille dat niet is gegarandeerd door de Nederlandse overheid. Voor dat soort leningen hoeven de banken immers niets te reserveren.

ING Bank zegt in het afgelopen jaar 0,82 procent van de relevante kredietverlening te hebben gereserveerd voor de stroppenpot. Dat is lager dan voorheen. Enkele jaren geleden reserveerde de bank nog meer dan één procent van de relevante kredietverlening voor de stroppenpot.

Op basis van schattingen aan de hand van de net gepubliceerde jaarverslagen scoren ABN Amro en Rabo aanzienlijk lager. Zij komen uit op respectievelijk circa 0,6 procent en 0,5 procent.

Is Internationale Nederlanden voorzichtiger of loopt het concern meer risico's? “Daar kan ik niets over zeggen”, aldus Van der Lugt. De Rabo meent het laatste. Rabo-controller H.J.W. Bodewus: “Wij zitten sterk in de particuliere sector, hebben bijvoorbeeld een derde van alle Nederlandse hypotheken, zijn sterk in de agrarische sector. Je kunt statistisch zien dan daar de risico's lager zijn dan in het segment van zakelijke dienstverlening waarin ABN Amro en ING meer hebben.” ABN Amro wil niet reageren op de berekeningen.

Het geheim zou pas compleet onthuld zijn wanneer ook de onttrekkingen bekend zijn, maar daar past het bankwezen wel voor op. Van onttrekkeningen zijn geen rekensommetjes te maken. De grote stroppen, zoals in de afgelopen tijd Medicopharma, HCS en DAF zijn in kaart te brengen, maar juist de som van de kleine faillissementjes is volgens de bankiers van veel grotere invloed. De banken leven liever met enkele grote problemen dan met een serie kleine.

De Nederlandsche Bank kijkt over de schouder van de banken mee en trekt aan de bel wanneer de stroppenpot kleiner is dan één à anderhalf procent van de kredietportefeuille. Bij ING, met een kredietportefeuille van 110 miljard gulden, zal er dus zeker 1,6 miljard in de stroppenpot zitten.

Van der Lugt heeft ook een bovengrens aangegeven. Vanaf 1994 moeten de banken in het kader van de Europese wetgeving melden wanneer zij een stroppenpot hebben die groter is dan vier procent van hun kredietportefeuille. Straks is er dan geen stroppenpot meer, maar werken de banken met onderwaardering van de portefeuille. Door te schuiven met de mate van onderwaardering, kunnen de banken hun stroppen opvangen. Dat systeem gaat in 1998 misschien op de helling. Minister Kok heeft een intentie uitgesproken dat de banken dan hun stille reserves bekend maken, maar in vijf jaar kan veel gelobbyd worden om dit tegen te houden. De Nederlandsche Bank zal die lobby gezien de eerdere uitlatingen van harte ondersteunen.

Alleen banken met een stroppenpot van meer dan 4 procent zullen open moeten. ING zou dan 4,4 miljard achter de hand moeten hebben. Van der Lugt: “Zo ver zijn wij nog niet. Dat wil ik eerlijk bekennen.”