Ruins of Time

Mensen zien wat ze willen zien. In het Cultureel Supplement van 9 april 1993 ventileert Willem Jan Otten zijn door ergernis aangewakkerde razernij over het ballet Ruins of Time van Wayne Eagling, de opvolger van Rudi van Dantzig. De ex Royal Ballet danser was zo aanmatigend zijn dansers te laten dansen alsof zij dood zijn gegaan, "(Want daar kwam het toch op neer)'. Daar kwam het helemaal niet op neer.

Otten, toch gespecialiseerd in waarneming, liet zich misleiden door de muziekkeuze, de aankleding en de belichting, want in Ruins of Time werd niet het dansersbestaan na de dood, maar juist voor de dood getoond. Een even groot misverstand is de stelling dat een choreografie zich eerst als een blauwdruk, partituur, scenario in het hoofd van de choreograaf bevindt, dat de dansers vervolgens instuderen. Ruins of Time werd op en met de dansers gemaakt, zichtbaar en algemeen bekend onder grote tijdsdruk. Zoals drama en literatuur de art of memory vertegenwoordigen, is dans een art of destiny. Simpel gezegd: dans wordt en is nooit. Dans op het toneel biedt mensen de mogelijkheid hun keuzes te reduceren en selecteren, op basis van wat fysiek haalbaar en ideematig geschikt is voor datgene waarvoor juist geen blauwdruk bestaat. Zij betreden gebieden waar woorden niet kunnen reiken, waarom anders dansen? Daarom wordt "de dood' over de hele wereld ook dansend voorgesteld.

In hun pleidooi voor schoonheid weten dansers op aarde maar al te goed dat hun kunst even weerloos tegen het leven is als een bloem. Daarom liet Eagling ook Shakespeare's sonnet nr. 65 in hetzelfde programmaboekje afdrukken.

Met zijn stelling dat dansers niet mogen, want niet kunnen dansen alsof zij dood zijn gegaan stopt Otten bovendien de hele romantisch-klassieke balleterfenis in de ban: een verbod op alle witte actes. Ruins of Time is geenszins een grijs uitgeslagen "ballet blanc': veeleer een beschouwing over de ogenschijnlijke zinloosheid om in een wereld met aids te dansen dat je leeft. Berusting is nodig, maar geen reden om zoiets onvoorstelbaars als het hiernamaals in beeld te brengen. Hij laat juist zien dat hij dit laatste ook niet kan. Wel roept hij tot slot op tot de noodzaak van het memoreren van voorgangers, die aan "this rage' te gronde gingen. Eagling deed derhalve precies wat Otten hem verweet dat hij niet deed: in zijn onherstelbare treurnis blikt hij omhoog en ziet de portretten van gestorvenen, Nureyevs lotgenoten, in een kerkraam verschijnen. Onder hun toeziend oog geeft een achterover hellende Clint Farha toe aan Nathalie Caris, zijn ongenaakbare danspartner wier krachten hij heeft gemeten. Eagling wordt veel toegedicht en zijn dansers van alles in de voeten geschoven. In de speurtocht naar zijn ergernis ontging het Otten dat dit ballet over het wezen van balletkunst ging, over het ten dode gedoemde lichaam als vluchtig eigendom der scheppende en uitvoerende dansers. Het dansbedrijf is te vergelijken met een meeslepende rivier. Zolang nieuwe dansers geboren worden, rollen ouderen in de orkestbak. Otten had zich de moeite moeten besparen om Eagling bij voorbaat met diens voorganger Van Dantzig te verwarren.