Rampslachtoffers grappen makend de ambulances in

UTRECHT, 16 APRIL. “Ik zit met een lijk in de auto”, schreeuwt een bebloede vrouw van een jaar of twintig met veel gevoel voor dramatiek wanneer de deuren van de ambulance openzwaaien. Ze was zojuist getuige van een ongeluk, waarbij het giftige methylbromide is vrijgekomen. De vrouw speelt haar rol met overtuiging, andere "slachtoffers' zijn aanmerkelijk minder serieus. Zij laten zich al grappen makend door het medisch personeel afvoeren.

Onder het toeziend oog van 130 buitenlandse specialisten werd gisteren in Utrecht geoefend in de rampenbestrijding. Bedoeling van de aktie, die in samenwerking met de Wereld gezondheidsorganisatie (WHO) tot stand kwam, is het opstellen van een rampenopvangplan dat wereldwijd kan worden gebruikt.

Aan de Toulouselaan op het universiteitsterrein De Uithof is een tankwagen gebotst op een personenwagen. Uit de wagen stroomt de giftige, chemische lading. De chauffeur van de achteropkomende stadsbus is boven op zijn remmen gaan staan en heeft een kettingbotsing veroorzaakt. De oefening begint als de ramp een half uur oud is.

Sirenes loeien, politie rijdt af en aan. De brandweer is druk bezig gewonden uit auto's te halen. In het belendende schoolgebouw hebben leerlingen giftig gas ingeademd en worden door hulpverleners naar ambulances gebracht. In het inderhaast opgezette "slachtoffernest' worden de eerste ongelukkigen onderzocht.

Het is een drukte van belang aan de Toulouselaan. Zeker vijf cameraploegen rennen zenuwachtig over de plek des onheils. Achter een rood-wit lint hebben zich enige tientallen belangstellenden verzameld. Een eindje verderop staat een vrachtwagen met nieuwe slachtoffers gereed. Trots laat een man zijn slagaderlijke bloeding zien. Om het bloeden te stelpen heeft hij er een satestokje ingestoken. De wond staat in verbinding met een forse kruik onder zijn trui - goed voor vijf liter kunstbloed. De mobiele snackbar doet goede zaken. Wellicht wekt al dat bloed de eetlust op.

De gewonden bij de ramp worden gespeeld door leden van de Landelijke Organisatie tot Uitbeelding van Slachtoffers. Slachtoffer spelen gaat zomaar niet, daar moet je eerst een opleiding van twee jaar volgen, vertelt J.C Peek uit Ijsselstein. Die fraaie verwondingen maken ze zelf met brooddeeg, boetseerklei en haargel. Soms trekken ze er wel twee keer per dag op uit, een paar keer per week zijn ze zeker bezig met hun hobby.

De slachtoffers worden behandeld in het calamiteitenhospitaal onder het Academisch Ziekenhuis, dat 400 bedden beschikbaar heeft voor opvang in tijden van oorlog en andere rampspoed. In het echt werd het hospitaal gebruikt voor de behandeling van gewonden van de Faro-ramp en de explosie in de Culemburgse vuurwerkfabriek. De ergste gevallen krijgen bij binnenkomst een rood stickertje en gaan direct naar de intensive-care of de operatiekamer, vertelt een man in een groen pak met een rode baseball pet. Op de intensive-care wil een verslaggever van CNN - stropdas met Mickey Mouse-motief - dat er een reanimatie wordt nagespeeld. Overtuigend begint een specialiste op de borst van de patiënt te duwen, ondertussen van één tot vijf tellend. “Wel in het Engels tellen”, bijt de man haar toe, terwijl zijn cameraman bovenop het bed klautert.

In de doorgangsruimte van het hospitaal liggen de slachtoffers te kreunen en te kermen. “Nee, nee ik heb echt tintelende handen”, roept een meisje in rode bloes. “En ik heb ook van dat spul binnen gekregen”, terwijl ze naar haar bebloedde gezicht wijst. Er is ineens echt iets aan de hand en stilletjes wordt ze afgevoerd naar het bovengelegen Academisch Ziekenhuis voor heuse patiënten.