Ontploft

De boktor zat in een stoel voor zijn raam en zuchtte. Hij was moe en wilde juist een uurtje gaan slapen, toen er op zijn deur werd geklopt.

"Wie is daar?' vroeg hij.

"Ik,' zei een stem. "De krekel.' De deur ging open, maar er kwam niets zichtbaars binnen.

"Waar bent u?' vroeg de boktor.

"Ik ben alleen maar de stem van de krekel,' zei de stem. "De rest komt zo.'

De boktor zuchtte diep. Werk, dacht hij.

Even later kringelde de geur van de krekel door de open deur naar binnen, terwijl de wind zijn voelsprieten, kaken en lijf op het vloerkleed blies.

Kort daarna werd het plotseling onrustig in de kamer. Het waren de gedachten van de krekel, die een voor een naar binnen vlogen.

"Ik ben ontploft,' zei de stem.

"Wel ja,' zei de boktor.

"Kunt u mij maken?'

"Zeker,' zuchtte de boktor. Hij stond uit zijn stoel op en ging aan het werk.

Even later zat de krekel weer in elkaar. Hij fronste zijn wenkbrauwen, trok zijn knieën tegen zijn kin en liet zijn jas even wapperen. Alles werkte.

Hij bedankte de boktor. Maar toch stapte hij somber de deur uit, want zijn vrolijke gedachten had de boktor ongemerkt achtergehouden. Die kan ik vandaag best gebruiken, dacht hij.

Toen de krekel uit het gezicht verdwenen was klom hij op zijn tafel en met die gedachten in zijn hoofd maakte hij een klein dansje en riep "Oho', wat hij nog nooit had geroepen en zover hij wist ook nog nooit door iemand had horen roepen.

Toen ging hij een uurtje slapen, in de stoel voor zijn raam.