Ondernemers: overheidsbeleid voor bedrijven faalt

ROTTERDAM, 16 APRIL. Ruim 80 procent van de Nederlandse ondernemers is gekant tegen overheidssteun aan bedrijven in nood, zoals de afgelopen maanden is verstrekt aan vliegtuigbouwer Fokker en truckfabrikant Daf. Van de ondernemers in de financiële wereld vindt zelfs meer dan negentig procent dat het ministerie van economische zaken niet met geld over de brug mag komen.

Dat blijkt uit een enquête onder 519 directeuren van bedrijven werkzaam in diverse sectoren van de economie, variërend van de tuinbouw tot de metaal, die is gemaakt door het enquêtebureau InterView en het adviesbureau Communication Corp.

“Sommige ondernemers vinden dat de overheid helemaal niets moet doen, maar de meeste zijn van mening dat de overheid randvoorwaarden moet scheppen om de concurrentiekracht van Nederland te vergroten”, zegt directeur P. van Mechelen van het adviesbureau.

De ondernemers, die 50 vragen beantwoordden over het industriebeleid en de rol van de overheid, vinden dat de Nederlandse overheid er in de afgelopen jaren niet in is geslaagd de omstandigheden waar bedrijven onder moeten werken te verbeteren. Op een schaal van een tot tien, krijgt de overheid van de directies het rapportcijfer 4,5. ,

,Dit is een opmerkelijk resultaat gezien het feit dat de overheid het nu al jaren, sinds de RSV-enquête, als haar belangrijkste taak ziet de randvoorwaarden voor het bedrijfsleven te verbeteren”, concluderen de onderzoekers. Van Mechelen: “Zelfs als je de extreme tuinders, die het met milieuregels, verplaatsingen en arbeidsproblemen zwaar voor de kiezen krijgen, eruit laat, blijf het oordeel erg negatief”.

De belangrijkste klachten zijn: “De belastingen blijven te hoog, de milieuwetgeving deugt niet, de arbeids- en sociale wetgeving zijn nodeloos ingewikkeld en het vergunningenstelsel is te bureaucratisch”. Van Mechelen: “Het meest storen ondernemers zich aan de te hoge lonen. Men wil lagere lonen en maakt daarbij geen onderscheid tussen lagere loonkosten, die de overheid minder inkomsten oplevert, en loonmatiging, waarvoor de werknemers inleveren”. Ook het milieubeleid levert veel ergernis door de onduidelijke regels, de hoge kosten, de gebrekkige afstemming tussen de verschillende overheden en de concurrentievervalsing als Nederland te veel voorop loopt.

Het slechte imago van de overheid bij de ondernemers is volgens de onderzoekers niet alleen het gevolg van een "mode'. Van Mechelen: “Het is niet alleen borrelpraat. De ervaring van enquêteurs van InterView is dat bedrijven goed in staat zijn om ook positieve zaken van de overheid te noemen. Lagere overheden doen het beter dan het Rijk, Rotterdam scoort weer beter dan Amsterdam”.

Behalve de overheid speelt ook de sterke gulden Nederland parten in de concurrentie-slag met het buitenland. In totaal denkt 58 procent van de bedrijven dat hun positie is verslechterd, terwijl 37 procent zelfs meent orders te zijn kwijtgeraakt. Van deze laatste bedrijven schat bijna driekwart het omzetverlies op lager dan 10 procent. De belangrijkste concurrent is Duitsland in vrijwel alle sectoren en vooral in de chemie. De tuinbouw heeft zijn grootste rivaal in Spanje.

De managers zelf spelen hierbij een dubbelzinnige rol. In zijn visie op de toekomst geeft vrijwel elke directeur aan meer op kwaliteit en dienstverlening te zullen letten, terwijl bij nadere analyse blijkt dat bedrijven zich vooral om kosten bekommeren. Van Mechelen: “Ik hoop dat dit een gevolg is van de lage conjunctuur, maar ik vrees van niet. Nederland kan niet meer concurreren op kosten met de landen in Oost-Europa. Wij hopen dat ondernemers inderdaad kiezen voor kwaliteit - ook al omdat wij daaraan verdienen in ons advieswerk”.

De kwaliteit van het management in de eigen sector beoordelen de directeuren positief. De beoordeling van de leiding in de voedings- en genotsmiddelenindustrie is bovengemiddeld positief. De grafische industrie komt er slechter vanaf met een beoordeling onder het gemiddelde.