Omstreden Baalhoekkanaal terug in Scheldeberaad; Zeeuws-Vlaanderen is ongerust

BAALHOEK, 16 APRIL. Als Nederland en Vlaanderen straks gaan onderhandelen over het schoonmaken van de Schelde en het uitdiepen van de Westerschelde, dreigt een oude twistappel op te duiken: de aanleg van het omstreden Baalhoekkanaal door de oostpunt van Zeeuws-Vlaanderen om de vaarweg naar Antwerpen te bekorten. J. Strubbe, een hoge ambtenaar van de Vlaamse deelregering, zei kort geleden op een symposium in Vlissingen dat dit onderwerp op de agenda moet terugkeren. Aan Nederlandse kant bestaat hiervoor echter “geen belangstelling”, zoals een woordvoerster van Rijkswaterstaat laat weten.

Niet bekend

Volgens de waterverdragen zoals die in de jaren zeventig werden opgesteld, zou België twee voorzieningen mogen treffen om Antwerpen beter bereikbaar te maken voor de scheepvaart: aanleg van het Baalhoekkanaal en afsnijding van de Bocht van Bath. Later zagen de Belgen af van bochtafsnijding. In plaats daarvan wilden ze in de Westerschelde vier drempels, die de scheepvaart belemmeren, laten wegbaggeren. Het Baalhoekkanaal, door België te betalen, bleef in het onderhandelingspakket zitten, maar nadrukkelijk op de tweede plaats.

Zowel minister Maij als haar voorgangster Smit-Kroes hebben bij herhaling verklaard dat kanaal ongewenst te vinden, maar een glashard nee richting Vlaanderen hebben ze nooit laten horen. In het Structuurschema Verkeer en Vervoer staat deze vaarweg zelfs met een stippellijn aangeduid als “mogelijk aan te leggen”. In het Kamerdebat over het structuurschema ontlokte die mogelijkheid van diverse kanten kritiek. Maij zei daarop: “Bij mij is evenveel gebrek aan sympathie voor het Baalhoekkanaal als bij de leden.”

De provincie Zeeland is falikant tegen, omdat dit kanaal het landelijk-agrarische karakter van Oost-Zeeuws-Vlaanderen zou aantasten en op termijn te veel industrie zou aantrekken. Zeeland wil zijn economische bedrijvigheid concentreren langs het kanaal Gent-Terneuzen en in het Sloegebied bij Vlissingen. Daarom is het Baalhoekkanaal ook niet in het provinciale streekplan opgenomen.

Ook de milieubeweging heeft zich van het begin af aan met hand en tand tegen de aanleg verzet, vooral omdat het kanaal rakelings langs het Verdronken Land van Saeftinghe zou komen te lopen. Dit 3.000 hectare grote natuurgebied staat te boek als het grootste brakwaterschor van Europa. Bovendien zouden drie gehuchten - Baalhoek, Paal en Emmahaven - door het graafwerk praktisch van de aardbodem verdwijnen.

Die bezwaren staan nog recht overeind, ook al wordt nu van Vlaamse zijde een ander, iets zuidelijker tracé voorgesteld. Strubbe van de Vlaamse deelregering liet in Vlissingen kaarten zien waarbij een strook land overblijft tussen het Baalhoekkanaal en Saeftinghe. Die strook zou via het systeem van natuurontwikkeling aan de schorren kunnen worden toegevoegd. Of in de woorden van Strubbe: “We willen de oude plannen in een nieuw, ecologisch verantwoord jasje steken.”

Th. Kramer van de Zeeuwse Milieufederatie noemt dit maar een zeer gedeeltelijke tegemoetkoming aan de grieven van de milieubeweging: “Saeftinghe mag dan wellicht gespaard blijven, vast staat dat zo'n kanaal een geweldige inbreuk pleegt op het Zeeuwsvlaamse landschap. En als zo'n verbinding er eenmaal ligt, zijn fabrieken niet meer te vermijden. Het zou de eerste stap worden naar industrialisering van een nog ongerept gebied en daar willen we, net als de provincie, niets van weten. Dus wat ons betreft wordt het Baalhoekkanaal voorgoed van de onderhandelingsagenda afgevoerd.”

Tegelijk hoopt hij vurig dat een eventueel Scheldeverdrag met Vlaanderen de nieuwste inzichten over uitdiepen bevat. Verwijzend naar ideeën van dr. H. Saeijs, hoofdingenieur-directeur van Rijkswaterstaat Zeeland, zegt Kramer: “Het gaat erom dat er voldoende water door de Westerschelde blijft stromen, zodat de vaargeul op diepte blijft. Dat impliceert de aanleg van overstromingsgebieden, waardoor de rivier meer water kan bevatten. De drempels waar de Belgen over klagen, hoeven dan meer één keer te worden weggebaggerd.”

Of Vlaanderen voor deze mogelijkheid voelt, moet straks uit het nieuwe overleg blijken. Feit is dat de Schelde, in het bijzonder de verbinding tussen Antwerpen en de Noordzee, al vele decennia een rol van gewicht speelt in de bilaterale contacten. Vóór de oorlog ging het om twee kwesties: de zeggenschap over de Wielingen (een geul voor de kust van Zeeuws-Vlaanderen) en het Belgische streven naar een kanaal tussen Schelde en Rijn. Die laatste affaire heeft minister Van Karnebeek in 1927 nog de politieke kop gekost.

Na de oorlog veranderden de Belgen van koers in de Scheldekwestie. Ze haden het niet meer over de Wielingen en de Schelde-Rijnverbinding (die later trouwens toch tot stand kwam in het kader van de Deltawerken), maar richtten hun aandacht op verbetering van de vaarroute naar Antwerpen. Dit Belgische belang werd vervolgens, eind jaren zestig, gekoppeld aan het Nederlandse verlangen naar meer en schoner Maaswater.