Nooit een minuut voor zichzelf; Biografie van Elizabeth Gaskell

Jenny Uglow: Elizabeth Gaskell, a habit of stories. Uitg. Faber, 600 blz. Prijs ƒ 65,50.

In juni 1865 had Elizabeth Gaskell zo genoeg van de vuile lucht van Manchester waar zij sinds haar huwelijk in 1832 woonde dat zij op eigen gezag een huis kocht bij Alton in Hampshire. Haar echtgenoot, de dominee Gaskell, vertelde zij er niet meteen van; zij moest zelf de financiering regelen met een lening van haar uitgever, en wilde het huis eerst drie jaar lang verhuren om de schuld af te betalen. Van tevoren moest het opgeknapt worden en opnieuw gemeubileerd.

In de drukkend warme zomermaanden was zij tegelijk in Manchester bezig haar roman Wives and Daughters af te maken, in een hoog tempo dat voorgeschreven werd door de publikatie als feuilleton, in Cornhil Magazine. Het huis van de familie had rioolproblemen en stonk; er werden voortdurend oplossingen geprobeerd, en intussen werden alle bewoners om beurten ziek. Toch kwamen er telkens gasten over de vloer: “Judges, Marshals, Mrs Borter & Edith, Mr & Mrs Lowe...”, en vele anderen wier namen zij opsomde in haar talrijke brieven.

In oktober toen het boek voltooid was ging zij met vakantie naar Dieppe; zij hield van Frankrijk en van veel goed eten. In november kwam zij met haar dochters naar het nieuwe huis dat bijna klaar was voor een huurder, en iedereen zei dat zij er weer goed uitzag. Aan het eind van de middag van 12 november stopte zij midden in een zin, viel voorover en was dood, op haar vijfenvijftigste.

Jenny Uglow lijkt haast even energiek als Mrs Gaskell, in de zeshonderd pagina's die zij gevuld heeft over de schrijfster, haar levensgevoel, haar boeken en haar reizen. De biografie is in al de bekendste Engelse bladen geloofd en geprezen, tot overschattens toe. Uglow schrijft zoals sommige mensen praten, alsof ieder woord weer tien volgende losmaakt. Als zij niets bijzonders te melden heeft zijn er altijd bijkomstigheden te vertellen: bij welke verre familieleden de dochters gingen logeren, welke onbekenden op bezoek kwamen in Manchester, hoe druk het was en wie zich hoeveel dagen niet lekker voelde zodat het tijd werd voor een korte vakantie.

Op deze manier komen niet alle vragen van de lezer aan beantwoording toe. De omgang van de onvermoeibare romanschrijfster en gastvrouw met haar echtgenoot, de even onvermoeibare maar lang niet zo spraakzame dominee, had meer belichting verdiend, en sommige van haar vriendschappen en ontmoetingen hadden nader onderzocht kunnen worden in plaats van de bijkomstigheden. De romans krijgen veel ruimte: Mary Barton, North and South, Cranford, Wives and Daughters hebben ieder een hoofdstuk voor zichzelf, en veel van de korte verhalen worden even grondig besproken; maar de schrijfster krijgen wij voor ogen als iemand die ze geschreven heeft, niet als iemand die eraan bezig is.

Hoewel Mrs Gaskell als onderwerp dus niet uitgeput wordt en volgende biografen met goede moed aan het werk kunnen, heeft Jenny Uglow een waarschijnlijk goed gelijkend beeld van haar op een afstand gegeven, en ook haar status in de literatuurgeschiedenis verhoogd. Haar werk is vaak behandeld alsof het niet helemaal voor vol aangezien hoefde te worden, maar hier lijkt zij een van de grote persoonlijkheden van haar eeuw: als vertelster, als pleitbezorgster voor de achtergestelde vrouw en de kansloze arbeider, en als kenner van de komedie van het alledaagse leven. Geen wonder dat Dickens haar werk graag had voor zijn tijdschriften, dat George Eliot bewonderend over haar sprak en dat Charlotte Brontë met haar bevriend raakte.

Van Charlotte Brontë heeft zij zelf een biografie geschreven, die tegenwoordig misschien meer algemene bekendheid heeft dan haar romans, al is het boek sinds lang op verscheidene punten overtroffen. Dat boek bracht haar in verwikkelingen: met de oude dominee Brontë, met Charlottes weduwnaar en met een vrouw die zich beschuldigd voelde van een liefdesrelatie met Charlottes broer. Altijd werd het leven weer overstelpend druk van de familieplichten, het schrijven en de genoegens. Het beeld dat uit Uglows boek van Elizabeth Gaskell opkomt is van een enthousiaste vrouw die nooit een minuut voor zichzelf had.

In dat beeld is haar bekoorlijkheid herkenbaar. Zij was volgens vele tijdgenoten een charmant en onderhoudend mens. George Eliot was van de negentiende-eeuwse schrijfsters de intellectueelste, en Charlotte Brontë had een hartstochtelijker natuur: maar Mrs Gaskell was de meest aantrekkelijke en aanspreekbare. Wat er in haar omgeving omging moet nog verder verduidelijkt worden. Hoe zij deed en hoe zij klonk kan ik mij voortaan ongeveer voorstellen, en de drukte van haar leven begint in de loop van dit boek zo te wennen dat zij na al die jaren nog een gemis achterlaat als zij opnieuw sterft, in het schemeruur in november 1865.