Mooie meiden

Een Nederlandse dichter schreef eens: ik zag een vrouw die liep alsof zij nooit zou sterven!

Ik vermoed dat hij die vrouw in het zuiden van Spanje heeft gezien. Want zo lopen ze hier, vrouwen en meisjes: met de kin in de lucht, rechte schouders en draaiend met de heupen. Ook die een dik achterwerk hebben of rare kromme benen, die met een grote neus of met een wipneusje.

In Granada wonen de mooiste meisjes van heel Spanje. Een jongen uit Drente, die in het centrum van de stad op een saxofoon speelt om zijn brood te verdienen, vertelde me dat. “Soms hou ik opeens op met spelen”, zei hij. “Dan komt er eentje voorbij dat je denkt... nou ja, je begrijpt me wel. Wat een schoonheden zie je hier!”

Maar hoe komt het dat ook de lelijkerds - want die zijn er ook - er net zo fier en zwierig bij lopen? Dat komt heel eenvoudig doordat ze hun hele leven nooit iets anders gehoord hebben dan: “O, wat ben je mooi! Wat een mooi meisje! Wat een prachtig haar! Wat een ogen!” Dat begint al op de dag dat ze geboren zijn. Moeder, oma, tantes en buurvrouwen roepen om het hardst hoe mooi het kindje is. En dat gaat zo door, jarenlang. Je kunt gerust zeggen: hun hele leven lang.

Als meisjes naar school gaan, dragen ze gewoon een spijkerbroek of een veelkleurig sportpak. Maar als het feest is, krijgen de kleine meisjes een lange wijde jurk aan, met kraagjes en strikjes en kant. En gebloemde of witte kousjes en lakschoenentjes. Ze zien er ouderwets en lief uit. En het geroep van “O, wat ben je mooi!” houdt dan helemaal niet meer op.

Toen onze Rosa hier was, begreep ik opeens hoe belangrijk dit is. Ze was toen tien jaar, en ze had dik blond haar, een gaaf gezicht, en een lijf dat gemaakt leek om te zwemmen en te dansen. We gingen een keer op bezoek bij een vriendin. Het is daar een huis vol vrouwen, en allemaal riepen die om het hardst: “Que guapa! Es guapsima!” Ik vroeg aan Rosa: “Weet je wat ze zeggen? Dat je zo knap bent. Ze vinden je zo'n geweldig mooi meisje!” Rosa keek stomverbaasd. “Maar ik heb toch een dikke kont?!” zei ze.

In de oude Moorse wijk van Granada woont een vrouw met een wrat. Niet zo maar een wrat, maar een die als een dikke bruine druppel aan haar neus hangt. Bovendien heeft ze een geweldig dikke buik. Maar ook zij loopt op straat met een gezicht van: heb-ik-soms-wat-van-je-an? Want ook zij heeft haar hele leven horen roepen dat ze een schoonheid is.

Soms zou ik willen dat alle meisjes uit Nederland die zichzelf lelijk vinden, een tijd hier konden wonen. Dan zouden ze na een poos ook zo verend en heupwiegend gaan lopen, en hun haren laten zwieren. En op hun gezicht zou je kunnen lezen: Ik? Een grote neus? Kleine tieten? Nou en? Ammereet!