Kwart slachtvee behandeld met verboden middel

DEN HAAG, 16 APRIL. Een kwart van het Nederlandse slachtvee is behandeld met het groeibevorderende anti-hoestmiddel Clenbuterol. Dat concludeert veterinair hoofdinspecteur J.H.G. Goebbels op grond van een recente steekproef bij kleine slachterijen en slagers die zelf slachten. Het eten van veel met het middel behandelde vlees kan leiden tot klachten als hoge bloeddruk en hartritmestoornissen.

Bij een onderzoek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne (RIVM), gehouden tussen oktober en januari bij kleine slachterijen en slagers die zelf slachten, werd bij negen van de 76 slachtrunderen (twaalf procent) Clenbuterol aangetroffen. Bij deze groep dieren bestond het vermoeden dat ze met het middel waren behandeld. Bij een steekproef van het RIVM op 29 maart bij niet-verdachte runderen waren dat er zeven van de 93. Omdat het middel na enkele dagen niet meer te traceren is, ligt het werkelijke aantal met Clenbuterol behandelde mestrunderen op ongeveer 25 procent, aldus Goebbels. Volgens de secretaris van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde, Tj. Jorna, wordt het middel bij de helft van alle slachtvee gebruikt.

Clenbuterol, ontwikkeld als een krachtig menselijk geneesmiddel maar in Nederland in die toepassing verboden, mag uitsluitend als diergeneesmiddel worden gebruikt. Nu het kalvervlees grotendeels door de bedrijfstak zelf aan strenge controle wordt onderworpen en kalvermesters hun bedrijf op het spel zetten als ze bij illegale toepassing worden betrapt, wordt Clenbuterol kennelijk op grote schaal toegepast bij volwassen mestrunderen. Het anti-hoestmiddel, doorgaans toegediend via veevoer en/of drinkwater, heeft als bijkomstig voordeel dat het de eiwitproduktie en daarmee de groei van het dier bevordert, waardoor ze eerder kunnen worden verkocht.

Niet bekend

Pag.3: "Gebruik van Clenbuterol diep treurig'

Staatssecretaris Simons (volksgezondheid) wil dat strenger wordt opgetreden tegen de handel in en het gebruik van Clenbuterol. Veterinair hoofdinspecteur J.H.G. Goebbels vindt dat als in een veestapel enkele met het middel behandelde dieren gevonden worden, de gehele veestapel moet worden afgekeurd.

Strengere controle is volgens Landbouw moeilijk te realiseren. Ongeveer vijftig ambtenaren van de Algemene Inspectiedienst (AID) controleren bij boeren, maar niet uitsluitend op de toepassing van Clenbuterol. “We kunnen moeilijk op elke boerderij een AID'er zetten. Het is in het belang van de boeren dat ze zelf de zaak schoon houden”, zegt een woordvoerder.

Gevolgen voor de export zullen deze nieuwe gegevens niet hebben, verwacht het Produktschap voor Vee en Vlees, dat de belangen van de sector behartigt. Hoewel sprake is van nieuwe onderzoeksresultaten is er niks nieuws onder de zon, aldus zegt een woordvoerder van het schap. “Dit was al bekend, er is niets spectaculairs aan de hand.” Het produktschap noemt de resultaten van het onderzoek "diep treurig' maar vindt wel dat er een maatschappelijke discussie moet komen over het vrijgeven van ongevaarlijke en natuurlijke groeibevorderende middelen, “waar Clenbuterol waarschijnlijk niet onder gerangschikt kan worden”. De woordvoerder wijst naar de Verenigde Staten, waar legale groeibevorderaars op grote schaal worden toegepast.