Het EMS dood? Leve het EMS!

Aan het Europees Monetair Stelsel (EMS) hoeft ook na de ernstige valutacrisis van september vorig jaar niets te worden veranderd. Alleen moeten de spelregels beter worden toegepast. Het Monetair Comité van de EG had er deze week in Brussel weliswaar een marathonvergadering voor nodig, maar de conclusie is in elk geval helder.

Hebben de financiële topambtenaren uit de EG-lidstaten het ook bij het rechte eind? In kringen van bankwezen en valutahandel plaatst men de nodige kanttekeningen bij het vertrouwelijke rapport, waarvan alleen de algemene strekking naar buiten is gekomen.

De conclusie van het Monetair Comité was weinig verrassend. In een gremium van lidstaten zijn de geluiden vanzelf nogal politiek gekleurd. Bovendien kon men moeilijk zeggen dat het EMS niet deugt. Niet alleen zouden alle landen zichzelf een brevet van onvermogen opspelden, valutaspeculanten zouden zich uitgenodigd kunnen voelen de roulette opnieuw te laten draaien. Het lag dus voor de hand dat het Verenigd Koninkrijk van de meeste andere lidstaten de zwarte piet kreeg toegeschoven. Het Monetair Comité onderstreept namelijk dat het EMS “vaste doch aanpasbare” wisselkoersverhoudngen kent. En het was immers de Britse regering die vorig jaar halsstarrig weigerde het pond tijdig te devalueren. Het Britse munt viel daarop uit het EMS en daalde fors, net als de Italiaanse lire. In de chaos die volgde, moesten het Ierse punt, de Spaanse peseta en de Portugese escudo worden gedevalueerd. De Franse franc kon ternauwernood worden gered door renteverhogingen en de schijnbaar onbeperkte steun van de Bundesbank.

Ofschoon de rust aan het valutafront, zeker na de recente Franse verkiezingen, ogenschijnlijk is weergekeerd, heerst in de markten toch nog onzekerheid. Dat de ING Bank onlangs in het blad van haar economisch bureau zelfs een scenario schetste waarin het EMS volledig uiteenvalt, mag opmerkelijk heten. In dit scenario wordt de Frans-Duitse as van franc en mark verbroken.

Of het werkelijk ook werkelijk zover komt? Niet op korte termijn. De markten hebben vertrouwen in de nieuwe rechtse regering in Frankrijk getuige de recente renteverlaging en de desondanks zeer vaste franc. Bovendien wordt de Banque de France door wetswijziging snel onafhankelijk, wat het vertrouwen verder zal vergroten.

Toch is bij de lage inflatie van krap 2 procent de reële rente in Frankrijk nog altijd erg hoog. Hetzelfde geldt voor de werkloosheid van 10,6 procent (drie miljoen personen). Als dit laatste zo blijft kan de Franse regering uiteindelijk toch de neiging krijgen de politiek van de "franc fort' te verlaten, zeker als de presidentsverkiezingen van 1995 in zicht komen. Met een zachte franc kan een economische crisis via exportvergroting immers tijdelijk worden bezworen. Aan de "gijzeling' van de franc door een hoge Duitse rente komt dan een eind.

Voorlopig zijn dit nog slechts bespiegelingen. Premier Edouard Balladur en de Duitse bondskanselier Helmut Kohl zullen tijdens hun eerste ontmoeting volgende week het belang van de Frans-Duitse monetaire as ongetwijfeld onderstrepen. Voor beide landen is de totstandkoming van een Europese Monetaire Unie aan het eind van de eeuw ook in politieke zin een belangrijk project.

Een verdere verlaging van de rente door de Bundesbank zou het er natuurlijk allemaal gemakkelijker op maken. Maar "Frankfurt' vindt de inflatie in Duitsland (ruim 4 procent) veel te hoog. En al zou de Bundesbank de rente opnieuw iets verlagen, het beroep van de Duitse overheid op de kapitaalmarkt zal door de grote uitgaven (vooral voor Oost-Duitsland) nog lange tijd hoog blijven. De rente in Duitsland kan dus op termijn best weer eens omhoog gaan, in aanmerking genomen dat de huidige rentedaling op de Duitse financiële markten vooral het gevolg is van de verslechterde economische conjunctuur.

Dit alles had voor het Monetair Comité voldoende aanleiding kunnen zijn om over "systeemverbetering' voor het EMS na te denken. Zeker waar het door de nog altijd sterk divergerende economieën niet denkbeeldig is dat munten van "zwakke' landen als Spanje en Portugal uit het EMS vallen, waarna andere munten doelwit van speculanten kunnen worden. In de Europese bancaire discussiefora is dan ook wel nagedacht over verbeteringen van het stelsel.

Volgens deskundigen zouden er duidelijker criteria en afspraken moeten komen over tijdige wijziging van onderlinge spilkoersen c.q. de devaluatie van een munt. Ook kan volgens hen worden gedacht aan een tweezijdig rente-signaal aan de markten in tijden van crisis. Dat wil zeggen dat niet alleen het "zwakke' land zijn rente verhoogt, maar dat het "sterke' land gelijktijdig zijn rente verlaagt. Daar is wat voor te zeggen, omdat de sterke landen nu toch al valutarisico lopen door de verplichte steunaankopen van de zwakke munt. Iets om over na te denken voor de EG-ministers van financiën volgende maand in Kopenhagen.

En als het EMS uiteindelijk toch explodeert? Dit scenario van de ING Bank is, afgezien van de politieke schade, niet eens zo rampzalig. Na een korte periode van chaos komt er een nieuw natuurlijk evenwicht, waarbij er "de facto' toch weer een EMS zou ontstaan. Het EMS dood? Leve het EMS!