Geld voor Rusland......en voor Jacques Attali

DE GROEP VAN zeven machtigste industrielanden heeft deze week in Tokio ondubbelzinnig haar financiële macht ingezet ter politieke ondersteuning van president Boris Jeltsin in de aanloop naar het referendum van 25 april.

Op papier ziet het aanbod van 43,4 miljard dollar voor hulp aan Rusland er indrukwekkend uit. Al bestaat het voor een deel uit een herhaling van oude toezeggingen, het is meer dan waarop werd gerekend en het bevat ook nieuw, snel beschikbaar geld. Het is, ook in vergelijking met de internationale steun voor ontwikkelingslanden tijdens het hoogtepunt van de schuldencrisis in de jaren tachtig, in ieder geval het grootste hulppakket voor economische hervormingen in één land dat sinds het Amerikaanse Marshallplan in 1948 is opgesteld.

Nu het hulppakket op tafel ligt, rijst opnieuw de vraag: zal het helpen? De 24 miljard dollar die de G-7 vorig jaar toezegde, is voor de helft ongebruikt gebleven omdat Rusland zijn deel van de afspraken niet nakwam. Ook nu zijn aan de toezeggingen voorwaarden verbonden en het is onzeker of Rusland die zal naleven. Om te beginnen moet de hindernis van 25 april worden genomen. Als Jeltsin het referendum verliest en het streven naar hervormingen spaak loopt, is financiële steun zinloos. Het referendum werpt nu al zijn schaduwen over het hervormingsprogramma, want om kiezers te paaien en belangengroepen aan zich te binden heeft Jeltsin toezeggingen gedaan die zijn hervormingsmodel in gevaar brengen, alleen maar geld kosten en nog meer roebels in omloop zullen brengen.

DE HERVORMINGEN staan of vallen op korte termijn met de stabilisatie van de roebel. Zolang de inflatie één procent per dag en cumulatief 2.500 procent per jaar bedraagt, is het uitgesloten dat de beoogde macro-economische stabilisatie zal worden bereikt. De uitkomst van het conflict tussen de hervormingsgezinde minister van financiën, Boris Fjodorov, en de president van de centrale bank, Grigori Gerasjtsjenko, over beheersing van de geldgroei is daarom van even groot belang voor de toekomstige overlevingskansen van de Russische hervormingen als het gevecht om de politieke macht tussen Jeltsin en het parlement.

In het optimistische scenario waarvan de G-7, het IMF en de Wereldbank uitgaan, slaagt Fjodorov in de beteugeling van de centrale bank. Wat dan? Dan valt de kredietverlening aan de staatsconglomeraten terug, dan zijn er minder roebels om lonen uit te betalen, om grondstoffen en onderdelen te kopen. Dan daalt de inflatie. Maar dan komen ook de raderen van de oude planeconomie tot stilstand en kan een begin worden gemaakt met de opbouw van een markteconomie. Op dat moment kan buitenlandse hulp zorgen voor de noodzakelijke smering van het overgangsproces en voor een sociaal vangnet.

DIT IS DE THEORIE, de vraag is hoe het in de praktijk zal gaan. Vorig jaar liep de poging van de toenmalige premier Jegor Gaidar om de geldschepping af te knijpen stuk op de macht van de gevestigde kaders. Die macht is nog altijd niet gebroken, ondanks een aanzet tot privatiseringen. Rusland staat dus nog steeds aan het begin van de hervormingen. Het weet zich verzekerd van een financiële reddingsboei maar dat maakt de sprong in het diepe niet minder riskant.

...en voor Jacques Attali

DE VERWACHTINGEN waren hooggespannen toen in 1990 de Europese bank voor wederopbouw en ontwikkeling, de EBRD, met een kapitaal van 10 miljard ecu (22 miljard gulden) werd opgericht. Artikel één van de statuten bevestigde het einde van de Koude Oorlog: de EBRD kreeg tot taak om de overgang naar open markt-economieën en particulier initiatief te bevorderen in landen die de beginselen van democratie onderschreven. In 1991 startte de bank in Londen onder leiding van de Fransman Jacques Attali.

Twee jaar later heeft de EBRD haar intrek genomen in wat vermoedelijk het meest luxueuze kantoorgebouw (ontworpen door een Franse architect) in dit deel van de wereld is. De gangen zijn van marmer in alle stadia van bewerking, van ruw tot gepolijst. De inrichting doet denken aan een futuristisch filmdecor, met overvloedige mogelijkheden voor elektronische communicatie maar zonder stopcontacten. De president van de EBRD eiste bij zijn aanstelling zo'n hoog belastingvrij salaris, dat de (eveneens Franse) directeur van het IMF in Washington een verhoging van zijn beloning wenste om op gelijke voet te blijven. Voor de jaarvergadering in Boedapest in 1992 liet Attali een Franse chef-kok, Franse wijnen en Frans kristal overvliegen. En er doen nog veel meer anekdotes de ronde over de bevlogenheid van de president van de "European Bank', zoals de EBRD zich op last van Attali noemt in het logo op documenten en faxen en bij het opnemen van de telefoon.

ATTALI WUIFT kritiek op de extravagante uitgaven van tweehonderd miljoen pond in twee jaar voor bureaukosten, inrichting en verhuizing, voor een kerstfeest en het gebruik van een privé-vliegtuig door de president van de bank weg als irrelevante oprispingen van jaloezie. Hij is een man met weinig tijd, van geniale ideeën en van grote ambities. Bovendien is Londen een dure locatie en als de bank het beste van het beste wil, kost dat geld. Aan deze redenering zit een Nederlands staartje: de EBRD had in 1990 in goedkoop Amsterdam kunnen worden gevestigd, als premier Lubbers dat aanbod van Kohl en Mitterrand toen niet had laten lopen.

Van meet af aan zijn de betrekkingen tussen Attali en de raad van bestuur van de EBRD, waarin de 53 lidstaten zijn vertegenwoordigd, doortrokken van wederzijdse argwaan. Dat komt de besluitvorming van de bank niet ten goede. Toch moeten de EBRD en haar president uiteindelijk op de projecten in Oost-Europa en de ex-Sovjet-Unie beoordeeld worden. De portefeuille is nog niet dik gevuld. Op zichzelf is het niet verwonderlijk dat het tijd kost voordat projecten van de grond komen, ook de Wereldbank kampt met dat probleem. Maar gevreesd moet worden dat de EBRD, begonnen als symbool van Europese dadendrang na de val van de Muur, zal moeten worden bijgeschreven in het boek van grandioze zelfoverschattingen.