Gekkenhuis

Onlangs is het huis verkocht waarin mijn vrouw haar jeugd heeft doorgebracht. Van het bedrag schrokken wij nogal, dat was meer iets voor welgestelde mensen. Het huis staat op het terrein van de psychiatrische inrichting Dennendal, waar de vader van mijn vrouw als arts werkzaam was.

Door die omstandigheid is mijn vrouw opgegroeid tussen de gekken en zwakzinnigen. Als kind behoorde voor haar het dagelijks contact met geestelijk gestoorden tot de normale gang van zaken. Mijn vrouw kan opgewekt vertellen over patiënten die plotseling uit een bosje te voorschijn sprongen, bekken trekkend en “whoeah!” roepend. Of die in bomen klommen, waarin zij koppig bleven zitten, ondanks smeekbeden van het verplegend personeel. Als ik haar goed beluister, heeft mijn vrouw een zekere heimwee naar die tijd. In ieder geval heeft zij zich als kind nooit bedreigd gevoeld door haar ongewone omgeving.

Een paar weken geleden zijn wij naar het vroegere huis van mijn vrouw gaan kijken. Hoewel verscheidene gebouwen leeg staan en andere ernstig verwaarloosd zijn, functioneert Dennendal nog steeds als een psychiatrische inrichting. Tijdens onze wandeling kwamen wij Jantje tegen. Mijn vrouw herkende hem onmiddellijk. Dertig jaar geleden zat hij hier ook al. Toen wipte hij nog als een kikker in het rond, maar dat deed hij helaas niet meer.

Ook het huis was er nog, evenals het vijvertje achter het huis, waarin mijn vrouw destijds een grote vis ontdekte. Zij holde naar huis om haar ouders te halen, maar in het water was niets te zien, zodat men de vis toeschreef aan haar kinderlijke fantasie. Tot de winter kwam en men een goudkarper aantrof, vastgevroren in het ijs. Zij had gelijk, maar de vis was dood.

Het bos van Dennendal is romantisch, bijna idyllisch. Er zijn machtige eiken en gulle kastanjes. Er is een dicht kreupelhout en in de herfst kun je hier volop paddestoelen vinden. Langs het kleine mortuarium voert een pad door het struikgewas. Aan het einde van het pad ligt de kruidentuin, waar de bewoners vroeger radijs en spinazie verbouwden. Hier werd ook hout gehakt, en even verderop kun je nog de resten vinden van de kippen- en konijnehokken. Vandaar reikt een ongeploegd stuk land tot aan de horizon. In de zomer hielden de bewoners hier hardloopwedstrijden en in de winter werd de grond opgespoten, zodat er kon worden geschaatst. Het is hier rustig en aangenaam. Er zijn zelfs plekken die immuun zijn gebleven voor het geluid van het verkeer. Een klein Arcadië, omzoomd door snelwegen.

Een tijdje terug zag ik staatssecretaris Simons van volksgezondheid op de televisie. Hij had zojuist een "woonunit' voor psychiatrische patiënten geopend. In het jargon van de politieke handelsreiziger sprak hij daar heel opgetogen over. Patiënten worden uit de inrichtingen gehaald en overgeplaatst naar aangepaste woningen in de stad. Onder toezicht van deskundige hulp moeten groepjes patiënten bij elkaar leven. Zij mogen naar buiten, wanneer zij dat zelf willen. Zij worden, kortom, geïntegreerd.

Nadat de staatssecretaris aan het woord was geweest, zwenkte de camera en toonde het meubilair van het nieuwe onderkomen: eigentijds formica, modern en strak, gebouwd volgens de maten van een schraapzuchtige architectuur. Vervolgens zwenkte de camera naar het raam. Wij zien een buitenwijk van flats en rechte straten. Wij zien trappenhuizen en een betonnen parkeergarage. Op het trottoir is keurig om de twintig meter een boom gepland. Wat zal het geweest zijn? In ieder geval een slaapstad, want er is geen mens op straat.

In Het Parool van gisteren schrijft psychiater E.M. van Ewijk dat veel patiënten in de vrees verkeren een eigen woonunit toegewezen te krijgen. Sommige patiënten raken daardoor zo overstuur dat zij juist naar de gesloten afdeling moeten worden afgevoerd. Het is Van Ewijk ook opgevallen dat het aantal zwervers in Amsterdam de laatste tijd aanmerkelijk is toegenomen en het is voor hem geen raadsel waar die vandaan komen.

In de toekomst zal de grond van de psychiatrische inrichtingen door de overheid worden verkocht. Daar wordt dik op verdiend. Onder het mom van integratie zal verder worden bezuinigd. Het beleid ten aanzien van de psychisch gestoorde mens is een grote leugen.