Gehele bestuur Productiefonds film stapt op

AMSTERDAM, 16 APRIL. Het voltallige bestuur van het Productiefonds voor Nederlandse Films beëindigt op 1 juli zijn werkzaamheden. Dit blijkt uit een brief die secretaris J.Th. van Taalingen vorige week aan minister d'Ancona (WVC) schreef.

De bestuursleden volgen het besluit van hun voorzitter J.A. Blokker, die twee weken geleden zijn vertrek aankondigde uit woede over de wijze waarop het ministerie de voorbereiding van het nieuw op te richten Filmproduktiefonds coördineerde.

Gisteren heeft een volgens WVC "verhelderend' gesprek plaatsgevonden tussen de minister enerzijds en de heren Blokker en M.J. Haks (voorzitter van het Fonds voor de Nederlandse Film) anderzijds. Daarin werd vastgesteld dat het interim-bestuur van het nieuwe Filmproduktiefonds onder voorzitterschap van mr.L. Spigt zich bij zijn werkzaamheden uitsluitend zal baseren op de Cultuurnota van de minister, het rapport van Blokker en Haks en het advies van de Raad voor de Kunst. De door Blokker gewraakte notitie van interim-bestuurslid E. Fallaux staat bij hun overleg dus officieel niet op de agenda.

De voorzitters van de bestaande fondsen zullen alles doen wat een ordentelijke en tijdige overdracht van zaken aan het nieuwe fonds nodig maakt. Haks is beschikbaar als adviseur van het interim-bestuur, zijn collega Blokker kan worden geconsulteerd over het door hem geschreven rapport.

Om geruchten over een eventuele overgang van de afdeling film naar de directie Media en Letteren van het departement te ontzenuwen, stelde de minister nadrukkelijk dat het filmbeleid, inclusief de relatie film-televisie, onderdeel uitmaakt van haar kunstbeleid en dat ook in organisatorisch opzicht geen veranderingen worden aangebracht. Het interim-bestuur-Spigt treedt uiterlijk per 1 november weer af om plaats te maken voor een nieuw operationeel bestuur. Blokker drong er bij de minister op aan wat meer haast te maken, omdat er anders tussen 1 juli en 1 november een administratief vacuüm zou ontstaan.

Ook bij sommige bestuursleden van het Fonds voor de Nederlandse Film zou de neiging bestaan om vervroegd tot liquidatie over te willen gaan c.q. voorzitter Haks op te dragen zich terug te trekken uit de adviesprocedure.

In een brief, ondertekend door drie filmfestivals (Rotterdam, de Nederlandse Filmdagen en het International Documentary Festival Amsterdam) en het Nederlands Filmmuseum, en gedateerd op 15 maart (twee weken voordat Blokker zijn vertrek aankondigde) wordt aan filmmakers en andere betrokkenen gevraagd adhesie te betuigen aan de notitie-Fallaux, vooral aan diens opvatting dat “automatische subsidies aan producenten eigenlijk niet thuishoren in een filmfonds dat geacht wordt een instrument van kunst- en cultuurbeleid te zijn”.