Effectenbeurs wil parallelmarkt per 1 januari opheffen

AMSTERDAM, 15 APRIL. Het bestuur van de Amsterdamse effectenbeurs wil dat de parallelmarkt, een secundaire markt met minder strenge voorwaarden, samen gaat met de officiële markt. De samenvoeging zou op 1 januari 1994 voltooid moeten zijn.

Een woordvoerder van de Amsterdamse effectenbeurs zei vanmorgen dat het slechte imago van de parallelmarkt, de afgelopen jaren het toneel van een aantal financiële schandalen, een belangrijke reden is voor opheffing. De Vopaf, de Vereniging voor Officiële Parallelmarkt Fondsen, pleitte eerder deze week al voor samenvoeging. Op de parallelmarkt staan 57 fondsen genoteerd, waarvan 30 ondernemingen.

Institutionele beleggers (pensioenfondsen, verzekeraars) gingen de parallelmarkt als gevolg van de vele financiële schandalen in toenemende mate mijden. Om grote beleggers toch de gelegenheid te geven in kleinere bedrijven te participeren heeft de beurs inmiddels de Stichting Participatiebeurs opgezet, een concurrent van de parallelmarkt die niet toegankelijk is voor particulier beleggers.

De omzet om de parallelmarkt, die in 1982 werd opgericht, bereikte een hoogtepunt van meer dan vijf miljard gulden in 1986, maar nam daarna sterk af. Vorig jaar resteerde een omzet van 1,5 miljard gulden.

De parallelmarkt werd opgericht als een kweekvijver voor ondernemingen die de overstap naar de officiële markt nog niet meteen wilden maken. Een aantal genoteerde bedrijven raakte in financiële problemen. Zo ging het vleesconcern Homburg, in 1987 op de parallelmarkt geïntroduceerd, in februari dit jaar failliet. Text Lite (lichtkranten, zaktelexen) ging failliet in oktober 1990. Boze aandeelhouders trachten nog steeds uit te vinden wat bij Text Lite mis ging.

De parallelmarkt-index daalde in 1992 15 procent als gevolg van de problemen bij verschillende parallelmarktfondsen. De CBS-stemmingsindex voor de officiële markt steeg daarentegen drie procent.

Sommige parallelmarktfondsen hebben de overstap naar de officiële markt wel kunnen maken. Zo kreeg uitzendbureau Content in 1989 een officiële notering nadat het bedrijf in 1986 op de parallelmarkt was genoteerd. Maar concurrent Randstad stootte meteen door naar de officiële markt toen de eerste notering in 1990 werd opgemaakt.

Het beursbestuur start binnenkort overleg met de Vopaf, de betrokken hoeklieden en de individuele fondsen. Een aantal bedrijven zal kunnen voldoen aan de eisen (ondermeer een eigen vermogen van 50 miljoen) die de officiële markt stelt. De bedrijven die niet voldoen zouden op de incourante markt terecht kunnen.