Een sneeuwbal met persoonlijkheid

Tentoonstelling: Minimal Relics. Tien fotografen. Natuurmuseum Rotterdam. 11 april t/m 11 juli. Di t/m vr 10-17u, zo13-17u. Catalogus ƒ 22,50.

IJzer en steen, dat zijn de meest gefotografeerde stoffen op de tentoonstelling Minimal Relics in het Natuurmuseum in Rotterdam. Tien fotografen, een Spanjaard, een Fin, een Amerikaanse, een Jemenitische, een Portugees, een Duitse, een Engelsman, een Fransman en twee Nederlanders exposeren hier uitsluitend zwart-wit afdrukken. Anders dan de lokatie doet verwachten, gaat het niet om foto's van dieren of planten. Het ministerie van WVC gaf subsidie voor de tentoonstelling, die eerder in het Zoölgisch museum in Artis te zien was, om de bezoekers van educatieve tentoonstellingen en dierentuinen met kunst in contact te brengen. Alleen de Portugees, Jorge Molder, toont donkere prints van vogels en herten, die werden opgezet in een zoölogisch museum in zijn geboorteland.

Veel fotografen hebben plekken opgezocht die in een eerdere fase van de industriële revolutie hebben gebloeid, zoals nu verlaten steenkoolmijnen in België en metaalfabrieken in het noorden van Spanje. Maar als je dat niet weet, is het niet te zien: in België isoleert Paul den Hollander een pijp en een droog, gebarsten stuk grond; Jose Ferrero Villares zoomt in Spanje in op een gekraste stalen huid van een container.

In de beste gevallen doen de fotografen op deze tentoonstelling als de vader in de dierentuin die tegen zijn dochter, vol aandacht voor de zwemmende ijsberen, zei: “Kijk, een mus”. Informatie verschaffen, standpunten innemen, daar gaat het ze niet om. Ze proberen de schoonheid te betrappen op plaatsen waar men haar niet verwacht, in een oude fabriek, met een afgebrokkelde steen, op armetierige aarde. Soms lijkt het of een van de fotografen zich op de borst slaat. Hij heeft de schoonheid niet gevonden, maar gecreëerd. De Fin Timo Kelaranta moet zeer tevreden zijn geweest met het licht dat hij langs een cirkelzaag laat vonken. Deze aanpak levert vaak fraaie, zij het ijzige en ernstige foto's op.

Soms schiet een fotograaf door. In plaats van aandacht voor het onderwerp, voor de compositie of de lichtval, wekt een foto dan ergernis. De Jemenietse Verdi Yahooda wijst ons op de "nederige elegantie' van klein en oud gereedschap als een lineaal en een schroevedraaier. Maar de achtergrond is zo rijk, zo barok, daar kunnen deze arme voorwerpjes het nooit tegen opnemen. Pretentie kenmerkt ook de "Digiphales' die de Fransman Patrick Bailly-Maitre Grand hier presenteert. Het zijn zes tot manshoog vergrote foto's van duimen. Waarom? “Omdat een duim van twee meter hoog geen duim meer is, maar een soort symbool', schrijft de fotograaf in de catalogus. Waarvoor de duim dan een symbool wordt, vertelt hij er natuurlijk niet bij. Nergens van, denk ik, hoe groot je hem ook maakt en hoe mooi je hem ook isoleert.

Het spannendste werk op de expositie zijn de negen foto's van een sneeuwbal op een handpalm van de Duitse Dörte Eisfeldt. De foto's verschillen vrijwel alleen door de belichting en door Eisfeldts ingrepen in de donkere kamer. Eisfeldt weet van haar sneeuwbal een persoon te maken, een individu, een vrouw. Hij is helemaal niet rond, deze sneeuwbal, en hij heeft een ruggegraat. Soms is de sneeuwbal zwart. Het is de eerste sneeuwbal die ik me zal herinneren.