Een dwaze haas

Imme Dros en Katrien Holland: Roekel. Uitg. Querido. Prijs ƒ 25,-. Vanaf ca. 5 jaar.

Harrie Geelen: Herman het kind en de dingen. Uitg. Van Goor. Prijs ƒ 24,50. Vanaf 5 jaar.

Imme Dros heeft, zo lezen wij op het omslag van haar boek Roekel, "een zwak voor wortels'. Vanuit die voorliefde schreef ze, bij prenten van Katrien Holland, een verhaal met een moraal over een jongen die niet van wortels hield. De slotzin luidt: "Wortels hebben altijd het laatste woord.' En zo wordt in Roekel een ongebruikelijke strijd beslecht: de titelfiguur ontwikkelt zich van wortelhater tot een echte liefhebber.

Dros is er de schrijfster niet naar om haar Roekel via wijze opvoedkundige ingrepen tot inkeer te laten komen. Het initiatief ligt geheel en al bij de versmade groentesoort, die wraak neemt zonder dat er wat voor krijgsmethoden dan ook aan te pas komen. Daarvoor zijn wortels te geraffineerd, aldus Dros: "Aan de buitenkant lijkt het rustig, tralala, niks aan de hand. Maar pas op, er rommelt iets in het donker onder grond.' En dus ontvangt Roekel op zekere dag een anonieme zending, een toverdoos. Na enig proberen ziet Roekel zich genoodzaakt er letterlijk "als een haas' vandoor te gaan: niet omdat hij zijn vader per ongeluk in een oude sok heeft veranderd - dat doet in dit verhaal verder niet terzake - maar omdat de kat waar zijn moeder zo aan gehecht is opeens een hond is geworden.

Als haas ontdekt Roekel, die uit angst voor zijn moeder niet meer naar huis durft, de nieuwe kanten van het leven. De voormalige stijve hark springt en buitelt naar hartelust totdat de honger toeslaat en hij alleen nog maar aan "oranje hoeheetdatten' kan denken. In zijn strijd tegen de honger raakt "Roekelhaas' ook nog eens in strijd met zichzelf en in het bijzonder met zijn hazegedaante verwikkeld. Er volgt een uitvoerig relaas over Roekels geworstel met diverse haze-onderdelen dat het allemaal nodeloos ingewikkeld maakt, want wie een beetje heeft opgelet heeft al lang gezien dat Roekel buitengewoon slobberig in zijn vel steekt, met andere woorden, het past hem niet.

Zowel inhoudelijk als wat de uitvoering betreft doet Roekel denken aan Een heel lief konijn, dat Dros een jaar geleden publiceerde en waarvan de illustraties - van Jaap Lamberton - begin maart bekroond werden met de Libris Woutertje Pieterse prijs. De tekeningen van Katrien Holland zijn speelser en geestiger dan die van Lamberton; haar Roekel dartelt in veelvoud en in alle mogelijke houdingen over de pagina's en als het zo uitkomt zelfs van de pagina's af. En Dros' geraffineerd-kinderlijke stijl levert het kostelijke proza op dat we van haar gewend zijn. Maar omdat Roekel in de eerste plaats een dwaas verhaal met een dwaze moraal wil zijn, mist het de warmte van Een heel lief konijn: tegen de eenvoud, de argeloosheid en vooral de aandoenlijkheid van dat verhaal kan Roekel in de verste verte niet op.

Dezer dagen komt van Imme Dros alweer een nieuw kinderboek uit, De jongen met de kip, met illustraties van haar levensgezel Harrie Geelen. Van Geelen verscheen onlangs Herman het kind en de dingen, een prentenboek over het geheime verbond tussen een jongetje en de dingen om hem heen. De prenten, simpele, felgekleurde schilderijtjes, laten nooit alles zien, of liever, ze tonen details: een achter een fles verborgen wekker, de zitting van een stoel (met daarop een opengeslagen boek: we zien de eerste twee plaatjes uit Herman het kind en de dingen), de klink van een deur, de voeten van het jongetje Herman.

Als Herman 's avonds in bed ligt, komen het lichtknopje, een vaasje, een brandweerauto en nog een handvol andere dingen tot leven en als vanzelf raken ze aan de hand van alledaagse situaties - onweer, ziekte, een logeerpartij - in gesprek over de Grote(re) Dingen des Levens zoals dood en geboorte. De kleine Herman beschikt inmiddels al over een hoop levenservaring en -wijsheid en daardoor is hij in staat de onwetende dingen antwoord te geven op hun vragen. Ondanks de eenvoud van de vaak geestige dialogen geen eenvoudig prentenboek, alleen al omdat het in feite uit een aantal afzonderlijke verhaaltjes bestaat terwijl het er uitziet als één doorlopend verhaal. Bij eerste lezing ontging mij dit volledig, zodat ik mij halverwege afvroeg waarom Herman opeens ònder zijn bed lag in plaats van erin.