De offering van het volmaakte paar; Othello, het vreselijkste stuk van Shakespeare

Als één stuk van Shakespeare gaat over het idee dat mensen zijn wie we denken dat ze zijn, dan is het Othello. Desdemona blijft het hele drama door dezelfde, maar ze verandert in Othello's ogen volledig. Andersom ziet Desdemona hoe haar man verandert in een soort krankzinnige. “De grootste ellende begint met woorden.”

Er gaat over enkele dagen een Othello in première, bij Toneelgroep Amsterdam. Dat vooruitzicht is opwindend. Dit is het stuk waar geen speld tussen te krijgen is, nu al driehonderd en drieënnegentig jaar lang. Je weet dat het zal eindigen met de moord van Othello op zijn vrouw Desdemona, en ook weet je dat zij absoluut het bedrog niet heeft gepleegd waarvan haar man haar beticht. Zij is niet de clandestiene minnares van Cassio en, wat belangrijker is, zij heeft nimmer gelogen. Dat Othello denkt dat zij liegt is het ergste. Tegelijkertijd is het volkomen logisch, want op zeker moment krijgt hij het tastbare bewijs van haar bedrog in handen. Het geniale zakdoekje. Toch blijft zijn vrouw ontkennen dat zij een ander heeft. Voor Othello's ogen verandert zij van de liefste op aarde in de verraderlijkste en leugenachtigste. Toch weten wij dat zij volkomen oprecht is. Zij is zich van geen kwaad bewust.

Het hele stuk draait om gebakken lucht, om iets wat alleen uit woorden en fantasie bestaat. Toch eindigt het in de moord op de liefste. Na afloop weet je: de grootste ellende begint met woorden. En dan herinner je je: maar ook de liefde tussen Othello en Desdemona was een kwestie van woorden. Zij werd verliefd op hem toen hij het verhaal van zijn exotische leven vertelde. En hij op haar toen ze zei: "als God mij als man had geschapen, dan had ik een man als jij willen zijn'.

Als één stuk van Shakespeare gaat over het idee dat mensen zijn wie we denken dat ze zijn, dan dit. Desdemona blijft het hele drama door dezelfde, maar ze verandert in Othello's ogen volledig. En andersom ziet Desdemona hoe een man, die algemeen als de betrouwbaarste en loyaalste van iedereen wordt beschouwd, verandert in een soort krankzinnige. Hij begint dingen te beweren die volslagen uit de lucht gegrepen zijn, en wordt gedreven door krachten die van buiten lijken te komen.

Als je het stuk leest (het is even spannend en leesbaar als een roman) is het 't moeilijkst om je het Desdemona-perspectief voor te stellen. We weten waarom Othello haar is gaan verdenken van bedrog. Daarom kost het enige verbeelding om van Desdemona te peilen hoe schokkend de metamorfose is die haar man, schijnbaar zonder enige aankondiging, ondergaat. Ze blijft hem bovendien tot het bittere eind vertrouwen. Dat maakt haar tot een soort heilige. Ze maakt een van de vreselijkste dingen mee die ik me voor kan stellen - de waanzin van een geliefde - maar ze geeft haar liefde niet op. Op het einde krijg je zelfs de indruk dat ze liever door hem vermoord wordt dan dat zij toegeeft dat hij een ander is geworden dan de Othello waar het mee begonnen is. Ze neemt zelfs alle schuld op zich. Als haar kamenierster vraagt: "Wie heeft dit gedaan', dan zegt Desdemona de hartverscheurendste woorden van het stuk: "Niemand. Ik zelf. Vaarwel'.

Jaloezie

Mensen zijn wie we denken dat ze zijn en Desdemona verkiest het om het oorspronkelijke beeld van Othello intact te laten. "Groet mijn geliefde man.' Ze heeft gelijk, op de wijze waarop mensen met een krachtig geloof gelijk hebben. De wereld moet in de grond goed zijn, anders kan ik niet bestaan.

Maar ook Othello heeft gelijk, en daarom is dit het vreselijkste stuk dat ik ken. Dat dit zo is merkte ik pas goed toen ik het een jaar geleden herlas om, zoals dat heet, "iets over jaloezie te lezen'. Ik was bezig aan een roman over een personage dat tot geen prijs jaloezie wil veroorzaken en dat toch verliefd wordt op een ander. Mijn idee over de figuur van Othello was dan ook dat hij van nature, of door zijn maatschappelijke positie van vreemdeling, of door beiden, tot jaloezie geneigd was. Dat het iets was wat om zo te zeggen "in hem zat'. Maar dat bleek, toen ik het stuk nauwkeurig las, niet zo te zijn. Othello is vrij van de insinuerende bijgedachten die je associeert met een "jaloerse geest'. Hij stelt zich eigener beweging geen seconde voor dat zijn geliefde zou kunnen haken naar een ander. Integendeel, hij is een en al onwankelbaar vertrouwen, en helemaal de man niet die eigenlijk niet kan begrijpen waarom zijn geliefde hem wil. Daar begint jaloezie immers onveranderlijk mee - met het knagende gevoel dat een ander haar meer waard zou kunnen zijn dan ik, en met de daarbij behorende snerpende voorstelling van een ander die bij haar iets wakker zou kunnen kussen waar ik geen weet van heb.

Shakespeare voert Othello in diens eerste scène op als een man met een rijke verbeelding, maar hij zorgt er ook voor dat we begrijpen dat Desdemona juist op die verbeelding verliefd wordt - en dat ook Othello dat begrijpt. Ze vormen een volmaakt paar, een verbond van rotsvast vertrouwen. Dat is natuurlijk de grote ironie van het stuk, de duivelse poppenkastkracht. Want er loert iemand op Othello. Dat is Jago. Hij zal Othello doen twijfelen aan Desdemona. Jago is natuurlijk de ware jaloerse van het stuk - de man met talent, maar zonder verbeelding; de naarstige, vindingrijke geest die andermans creativiteit nodig heeft om te voelen dat ook hij macht bezit - de macht die alleen maar destructief kan zijn.

De vreselijkste scène van het stuk - de zogenaamde "temptation-scene', waarin Jago Othello begint te bespelen, is uitgerekend die waar je je het meest op verheugt. Je wil meemaken dat er geen speld tussen te krijgen is. Dat Othello moet gaan geloven in de diabolische en tegelijkertijd bijna wiskundige influisteringen van Jago. Othello is de liefde van zo'n oprecht iemand als Desdemona volledig waard. Hij heeft geen enkele reden om haar te wantrouwen. Toch wil je meemaken hoe hij stap voor stap, en dikwijls eigener beweging (want Jago laat het cruciale denkwerk aan Othello over, dat is Shakespeare's toneelschrijvers-genie) verandert in iemand die uiteindelijk maar één uitweg uit zijn sensatie van volslagen verraad weet, en dat is: alles moet kapot.

Verraad

Het tegenovergestelde van liefde is niet haat, maar verraad. Othello kan zich te enen male niet voorstellen dat hij ooit verraden zou worden, niet door Desdemona, niet door zijn vrienden. Jago is zijn vriend. Ook dat is als je het stuk leest of ziet soms onvoorstelbaar. Dit stuk is de hogeschool van de inleving, van het denken in perspectieven. Wij weten namelijk ogenblikkelijk hoe door en door onbetrouwbaar Jago is. En dat is natuurlijk de clou van Othello als personage. Hij is te weinig jaloers. Hij is te goed van vertrouwen. Het ontbreekt hem te enen male aan het vermogen om zich voor te stellen dat iemand het slecht met hem voor zou kunnen hebben. Hij heeft geen enkel talent voor verraad. Daarom is Desdemona ook zo dol op hem. En dus kan Othello zich, per definitie, niet voorstellen dat een vriend, puur voor de kick van de destructie, zijn vrouw verdacht zou maken. Als Jago met zijn eerste aarzelende insinuaties begint moet Othello hem dus wel geloven. Met de grootste tegenzin weliswaar, maar toch, - er is immers geen enkele reden om aan te nemen dat zijn beste vriend het mooiste op aarde, Desdemona, zomaar in een kwaad daglicht zou stellen.

Jago gebruikt de kracht waarmee Othello in de wereld gelooft om die kracht in zijn tegendeel te laten omslaan. Jago wil het schijnbaar onmogelijke: een rivier naar boven laten stromen, en van deze "Umwertung' de auteur zijn. Hij wil iets faustisch. Mensen maken, een godje zijn. In de praktijk betekent dit dat hij mensen breekt. En exact op deze destructie verheug ik me.

Barbaars

Toen een paar weken geleden in deze rubriek de Elektra van Sophokles ter sprake kwam vroeg ik me af hoe barbaars theaterpubliek eigenlijk is, dat het zich eeuwenlang wil inleven in een personage dat tranen stort omdat ze denkt dat haar broer gestorven is, terwijl het tegelijkertijd weet dat die broer in levende lijve naast haar staat. Ik vroeg me af of de aanzuigingskracht van een tragedie niet eigenlijk gelegen was in het feit dat zij een verkapt mensenoffer is.

Er steekt iets onmiskenbaar kannibalistisch in je te verheugen op de systematische, onomkeerbare teloorgang van Othello. Kennelijk zijn we banger voor de reuzenkracht van de jaloezie, en haar zusje de rancune, dan we in het leven van alledag kunnen erkennen. Eens in de zoveel tijd willen we het aartsjaloerse personage, de verpersoonlijking van de wrok, Jago, zijn misselijke overwinning zien boeken. Dat doen we door te kijken naar een stuk dat werkelijker is dan de werkelijkheid, want het denkt het botte bestaan van de jaloezie, die het begin is van alle kwaad, tot een onontkoombaar einde. We hebben de man met het rotsvaste geloof in de vrouw die in geen ander gelooft dan in hem nodig; we offeren het volmaakte paar dat zij vormen op om te weten: alles is drijfzand. Deze gedachte moet bezworen worden; Othello's teloorgang bijwonen is een akte van bezwering.

Othello van Toneelgroep Amsterdam onder regie van Johan Simons is van 21 t/m 24 april te zien in de Stadsschouwburg in Amsterdam. Aanvang 20u15.