De grachtengordel als Bermudadriehoek

Voor de Amsterdamse grachtenvloot is het een zware winter geweest. Het is alsof de hoofdstad haar eigen Sargassozee heeft, de Bermudadriehoek waaruit alleen bij uitzondering een schip ontsnapt.

De foto's hier zijn onlangs genomen. Het wrak van het grote schip dat van dichtbij een beetje op een Ark van Noach lijkt, ligt aan de Ruysdaelkade, schuin tegenover de brandweerkazerne, niet ver van het Rijksmuseum. Zoals het briefje achter een van de patrijspoorten bewijst, heeft het deel uitgemaakt van de Amsterdamse handelsmarine. De drie volgelopen roeibootjes zijn te bezichtigen aan de Weesperzijde, ongeveer ter hoogte van de Grensstraat. Vier Amsterdamse wrakken uit een bestand van tientallen. Voor wie op een mooie zondagochtend eens wat anders wil zien is het een aangewezen wandeling (maar haast u, de gemeente gaat ze opruimen). Delen van de Lijnbaansgracht, die toch al berucht was om zijn verraderlijke klippen, maar ook de deftiger grachten, de Keizers en de Prinsen: overal wrakken en wrakjes, dikwijls van roeibootjes waarvan alleen de boeg aan gerafeld meertouw boven water wordt gehouden, maar ook kapitaler schepen waarvan de contouren bij helder water duidelijk zichtbaar zijn.

Als ik een wrak zie, groot of klein, denk ik altijd eerst aan Heemskerck en Barentsz, hun Tocht om de Noord, het Behouden Huys en Gerrit de Veer die van de verschrikkingen op Nova Zembla zijn historisch verslag heeft gemaakt. Ieder wrak, ook het kleinste in de gracht, heeft zijn eigen drama en zijn geheimen, omdat nu eenmaal in ieder schip, meer dan in een auto of een fiets, een zekere ondernemingslust is geïnvesteerd. Een autowrak kan de laatste rustplaats van verongelukte illusies zijn, maar je ziet het er niet aan. Als wrak is het de vervulling van wat het altijd in beginsel is geweest: oudroest en als zodanig opruimenswaardig. Met het wrak van een fiets - Amsterdam is de fietswrakkenrijkste stad op aarde - is het op deze manier nog duidelijker gesteld. De aanblik van een fietswrak brengt ons op geen enkele gedachte meer. Als je honderd uit het water opgeviste fietswrakken op een zolderschuit ziet liggen vind je dat al even gewoon als honderd rijdende fietsen op straat. Maar met een scheepswrak, ook in de gracht, is het nog altijd anders gesteld. Met een rijtuig ga je van A naar B; met een vaartuig onderneem je iets, je gaat de wereld van de andere kant bekijken al is het maar uit het midden van de sloot; je waagt je aan een ander element waar je benen niet op berekend zijn. Vandaar dat een vaartuig (en dat geldt natuurlijk ook voor een vliegtuig) principieel anders is. Je gaat er dan ook andere dingen mee doen: verkennen, ontdekken. Dit gaat gepaard met illusies die op het land niet gedijen.

Iedereen die heeft gevaren of op het water gewoond weet dat een vaartuig een persoonlijkheid heeft. Dat geldt zelfs voor een vlot, zoals de opvarenden van de Medusa zouden kunnen bevestigen. Aan die persoonlijkheid raak je gehecht; je leert haar geuren en geluiden kennen. Een roeiboot ruikt naar teer en laat zich horen door het gepiep van de riemen in de dollen en het klis-klis van de golfjes tegen de boeg. Een zeeschip ruikt altijd licht bedompt in zijn ingewanden waar het dreunt als het vaart of zacht zoemt als het in de haven ligt. Een vaartuig in zijn element ligt ook nooit stil en doet onverwachte dingen, en ieder vaartuig doet weer andere. 't Is dus niet overdreven er een persoonlijkheid aan toe te kennen.

Des te merkwaardiger is het dat er in de Amsterdamse grachten nu zoveel tot wrak zijn vergaan. Hoe komt het? Ik geef vier oorzaken. Ten eerste is het varen in de gracht een rage aan het worden. De boeren in Noord-Holland verkopen hun schuiten met binnenboordmotor en die zien we dan aan de stadskade gemeerd. Het onderhoud van zo'n open bootje is niet ieders werk, 's winters hebben de eigenaren iets anders te doen, op de eerste mooie vaardag ontdekken ze dat het motortje het niet meer doet, verliezen de belangstelling. Wrak. Ten tweede vergt zelfs de eenvoudigste roeiboot regelmaat in het onderhoud en is daarbij, eenmaal volgeregend, moeilijk te lichten. De problemen stapelen zich op, het groeit de eigenaar boven het hoofd. Wrak. Ten derde kan een groter scheepje op allerlei manieren lek raken. Als dat het geval is wordt van de eigenaar al veel meer energie geëist dan van de autobezitter die na een aanrijding de uitdeuker belt. Een auto kan zelfs na een middelbare aanrijding vaak nog rijden en er zijn tientallen instanties die gereed staan het ding weg te slepen. Een bootje dat lek is kan niet meer varen en is daardoor veel moeilijker verplaatsbaar dan een auto die niet meer kan rijden. De bootbezitter capituleert. Wrak.

Als het gereedschap onbruikbaar is geworden, sterven de illusies. Dat is, dunkt mij, de belangrijkste oorzaak. Je kunt je natuurlijk ook het omgekeerde voorstellen: zolang de illusies niet zijn gestorven zal men zijn best doen het gereedschap bruikbaar te houden. Maar zo werkt het in de consumptiemaatschappij niet. Ik stel voor dat we het zo uitdrukken: ook een grachtenwrak is de laatste fase in de gedaanteverwisselingen van een wegwerpartikel. Fietsen, televisies, radio's, allemaal als "duurzame verbruiksgoederen' vermomde wegwerpartikelen. Met de auto is het nu ook zo ver. Het bootje in de gracht was er tot nu toe aan ontsnapt, maar afgelopen winter is het zover gekomen. Maakt uw wandeling en ziet.