De geschiedenis van een dagboek; Dubbel detective-verhaal van Ruth Rendell

Barbara Vine: Asta's Book. Uitg. Viking, 437 blz. Prijs ƒ 56,35.

Asta's Book, de zesde roman die misdaadschrijfster Ruth Rendell onder de naam Barbara Vine laat verschijnen, is opnieuw een mystery novel. Op een subtiele manier worden omtrekkende bewegingen gemaakt rond een raadselachtige gebeurtenis uit het verleden, die zich langzaam, heel langzaam voor het oog van de lezer begint af te tekenen. Net als in A Dark-Adapted Eye en A Fatal Inversion krijgt hij ook nu weer voortdurend intrigerende details van een groter geheel te zien, maar blijft de samenhang tergend lang, namelijk tot de laatste bladzijden, verborgen. In de minder geslaagde "Vine'-romans, zoals bijvoorbeeld King Solomon's Carpet, kwam zo'n nadrukkelijke surprise aan het eind nogal geforceerd over, omdat de geloofwaardigheid van de personages daar dan plotseling plaats moest maken voor melodramatisch vuurwerk.

In Asta's Book weet Rendell de opwindende intrige echter op een vrijwel vanzelfsprekende manier samen te laten gaan met het menselijk drama. De roman is opgebouwd uit drie aparte verhalen, die elkaar aanvankelijk becommentariëren en vervolgens geleidelijk in elkaar overlopen. Allereerst is er het dagboek van Asta Westerby, een Deense emigrante, die in 1905 alleen in Engeland arriveert en wachtend op haar man in de Londense wijk Hackney een geheim dagboek begint, dat zij tot 1967 bijhoudt. Fragmenten uit dat dagboek vol intieme mededelingen over Asta's gevoelsleven, zogenaamd vertaald uit het Deens, worden afgewisseld met het contemporaine verhaal van Asta's kleindochter Ann; zij ontvouwt beetje bij beetje de geschiedenis van Asta's nakomelingen en de spectaculaire postume geschiedenis van het Deense dagboek, dat wordt uitgegeven en uitgroeit tot een internationale bestseller.

Een derde component is het verhaal van Alfred Roper en zijn gezin: een makke huisvader die in 1905 enkele straten van waar Asta woont, wordt gearresteerd op verdenking zijn overspelige vrouw de keel te hebben doorgesneden. Die zaak laat Rendell tot de lezer komen door middel van een geslaagde, zij het op den duur wat vermoeiende pastiche op het true crime genre: authentiek aandoende rechtbankverslagen en sociologische en demografische gegevens over Hackney aan het begin van deze eeuw, zoals die in de oude Famous Trials reeks van Penguin Books te vinden zijn, maken van Roper bijna een historische moordenaar als Dr Crippen. Al deze documenten worden zogenaamd door Ann Westerby geredigeerd en gepresenteerd onder de titel Asta's Book.

Redactrice

Ruth Rendell als Barbara Vine is het nooit om spanning alleen te doen; in deze roman minder dan ooit, lijkt het. In haar "voorwoord' bij de verzameling papieren waarin het geheim van Asta begraven ligt, noemt Ann Westerby het verhaal "a double detective story', een zoektocht naar een identiteit èn naar een verdwenen kind. De vrouw die haar afkomst probeert te doorgronden is Swanny, Asta's dochter en de gevierde redactrice van haar dagboek. Op middelbare leeftijd ontvangt zij plotseling een anonieme brief waarin ze een onecht kind wordt genoemd. Asta zelf weigert uitsluitsel te geven over Swanny's afkomst en ook haar dagboeken suggeren meer dan ze verklaren; hoewel Swanny als dochter van de beroemde Asta een nationale beroemdheid wordt, splijt de twijfel over haar afkomst aan het einde van haar lange leven letterlijk haar persoonlijkheid. Het is Ann Westerby die na haar dood moeizaam alle stukjes van de gecompliceerde legpuzzel verzamelt en in elkaar past.

Het verdwenen kind is Edith Roper, die op de dag dat haar moeder Lizzie wordt vermoord spoorloos verdwijnt en nooit meer wordt gevonden; zij maakt deel uit van het andere verhaal, dat van een gezin op de rand van de zelfkant in het Londen van 1905. Vanaf het eerste begin suggereert Rendell allerlei verbanden tussen de zaak Roper en de mysterieuze geboorte van Asta's baby, altijd zo behendig, dat je als lezer niet weet of je slimmer bent dan zij denkt òf de hele tijd keurig aan haar hand loopt.

Wat enkele van de "Barbara Vine'-romans bijzonder maakt, is de manier waarop de personages stevig in hun tijd worden geplaatst; de jaren zestig in The House of Stairs, de zomer van 1976 in A Fatal Inversion, de verstikkende jaren vijftig in A Dark-Adapted Eye. Ook in Asta's Book is het volmaakt geschilderde tijdsbeeld dat het boek tot zoveel meer maakt dan alleen een slimme misdaadroman; alleen het pastiche-element doet een beetje gewild aan. Het leven van een immigrantenvrouw aan het begin van deze eeuw, het pijnlijke verhaal van een huwelijk zonder liefde, de breekbare relaties binnen een gezin en knellende, maar onontkoombare familiebanden: Rendell kan dat alles haarscherp en met veel empathie beschrijven, zonder bang te hoeven voor de kleffe sentimenten van een relatieroman - de strakke vorm van mystery novel zorgt voor de nodige afstand. Niet eerder voegde het genre zich zo gewillig naar wat de schrijfster wilde vertellen.