Bowie te slim af

Q. Mei 1993. Prijs ƒ11,95.

Een nieuwe plaat van David Bowie is voor elk zichzelf respecterend poptijdschrift aanleiding om aan te schuiven in de lange rij van interviewers. In ruil voor een omslagartikel krijgt elke gegadigde een half uurtje alleen met de ster, die overigens berucht is om de geringe hoeveelheid persoonlijke informatie die hij bij zo'n gelegenheid los laat. De artistieke kameleon die Bowie was in zijn hoogtijdagen, is een doortrapte marketingmanager van zijn eigen produkt geworden.

Het Engelse maandblad Q is hem dit keer te slim af. Terwijl praktisch alle andere tijdschriften akkoord gingen met het voorgekauwde fotografische concept dat bij de cd Black Tie White Noise hoort - Bowie met hoed en das kijkt met stuurse blik in de lens - prijkt hij op het omslag van Q met het de bliksemschicht van de elpee Aladdin Sane uit 1973 op zijn nu twintig jaar oudere gezicht gemonteerd.

Journalist Adrian Deevoy gebruikte de hem toegewezen interviewtijd inventief door Bowie een stapel foto's uit het Q-archief onder de neus te duwen. Door simpelweg het commentaar van de ster op zijn oude kiekjes onder de betreffende foto af te drukken, werd het een onbevangen en openhartig verhaal zoals Bowie ze eigenlijk nooit laat optekenen. Hoofdschuddend blikt hij terug op de vele wisselingen van imago die hij in de loop der jaren onderging, van beatmuzikant tot mimespeler en van Ziggy Stardust tot Thin White Duke. Uit de eerste hand komt de waarheid aan het licht over de jurk die hij droeg op de hoes van The Man Who Sold The World, de Hitlergroet die hij bij aankomst op het Victoria Station in Londen zou hebben gebracht en het excessieve druggebruik uit de creatief vruchtbare jaren van Low en Heroes. Na Bowie's laatste goede plaat Let's Dance uit 1983 werden in het Q-archief kennelijk niet veel interessante beelden meer verzameld. De jammerlijk geflopte rockgroep Tin Machine schittert door afwezigheid en de jaren tachtig worden in een enkele pagina afgedaan.

Zonder de gebruikelijke dweperigheid kiest Q de enige vorm die bij zo'n artiest werkelijk hout snijdt, namelijk die van een terugblik. Wie de sfeermuziek van Low nog eens in de recente orkestbewerking van minimal-componist Philip Glass wil horen, krijgt een gratis bij het tijdschrift gevoegde cd met onder meer een uittreksel uit deze Low Symphony. Alleen de journaliste van Oor prikte op een even bewonderenswaardige manier door Bowie's deftige imago, door haar interview te beginnen met de woorden: “Dag meneer, u bent twee jaar jonger dan mijn moeder!”