Armenië wijst kritiek radicaal van de hand

Karabach en Bosnië: er zijn parallellen tussen de twee oorlogen. Maar de Armeniërs zien dat anders: de Azeri zijn de oorlog begonnen, en de Turken zijn zich er mee gaan bemoeien.

AMSTERDAM, 16 APRIL. In Nagorny Karabach, ver weg in de Kaukasus, vertoont de vijf jaar geleden begonnen oorlog tussen Armeniërs en Azeri steeds meer parallellen met de oorlog in Bosnië. In beide gevallen strijdt een minderheid - in Bosnië de Serviërs, in en rond Karabach de Armeniërs - om onafhankelijkheid; in beide gevallen speelt die strijd zich af buiten het "moederland' van die minderheid, Servië respectievelijk Armenië. In beide gevallen beweren de autoriteiten in dat moederland geen greep te hebben op die vechtende minderheid en de strijd niet te kunnen beëindigen. In beide gevallen klinkt dat argument ongeloofwaardig. In beide gevallen zijn talrijke bestandsovereenkomsten direct verbroken, in beide gevallen proberen de strijders met militaire middelen faits accomplis af te dwingen, en in beide gevallen is de burgerbevolking de dupe, want zoals ze in Bosnië het slachtoffer wordt van grove schendingen van de mensenrechten als moord, foltering en "etnische zuivering', zo worden zulke schendingen ook op het Kaukasische strijdtoneel geleverd. En tenslotte: in beide gevallen maakt de internationale gemeenschap, het omringende buitenland in het bijzonder, zich grote zorgen over de kans op een verdere escalatie van de strijd; in beide gevallen behoort actieve interventie tot de mogelijkheden.

De escalatie van de strijd in en rond Nagorny Karabach is de afgelopen weken razendsnel verlopen. Vijf jaar geleden begon de oorlog, toen de door een Armeense meerderheid bewoonde, maar tot Azerbajdzjan behorende enclave in opstand kwam en een speciale status eiste. Toen de Azeri die weigerden begon een oorlog, die tot dusverre aan zeker drieduizend mensen het leven heeft gekost en waarin honderdduizenden mensen op de vlucht zijn gedreven. Sinds twee weken heeft het zwaartepunt van de strijd zich van Karabach zelf naar Azerbajdzjaans gebied buiten de enclave verplaatst: er wordt nu vooral gevochten in de smalle strook land tussen Nagorny Karabach en Armenië zelf, in een duidelijke poging - precies zoals de Serviërs in Bosnië doen - landcorridors te bevechten. Er zijn nu twee of drie van zulke corridors. Duizenden Azeri zijn uit het gebied verdreven, honderden zijn op hun vlucht door het gebergte doodgevoren.

De escalatie is Armenië deze week op forse kritiek van de VS, Engeland en de NAVO te staan gekomen. Iran is bezorgd. Turkije is meer: het heeft zich vierkant achter de Azeri geschaard. President Özal heeft gewaarschuwd dat Turkijes geduld op is, dat Turkije de Armeniërs “zijn tanden moet laten zien”.

Armenië van zijn kant wast bij dit alles - net zoals de Serviërs in Belgrado waar het het optreden van hun volksgenoten in Bosnië betreft - de handen in onschuld, want, zo zegt Jerevan, de strijd is een zaak tussen de inwoners van Nagorny Karabach en Azerbajdzjan, de Armeniërs in Armenië hebben er niets mee te maken.

Hrant Bagratian is premier van Armenië. Hij trad in februari aan, nadat zijn voorganger wegens “incompetentie” was ontslagen. Hij is even in Nederland. Eigenlijk had hij in Moskou moeten zijn, waar hij dinsdag zijn Azerbajdzjaanse collega had moeten ontmoeten, voor vredesoverleg. Maar dat ging gezien de recente escalatie niet door. Nu is hij even hier, een sombere man die zijn gesprekspartner niet aankijkt, zijn gezicht soms achter zijn hand verbergt en beurtelings naar zijn tolk en zijn mineraalwater kijkt.

Bagratian: “U schildert parallellen met Joegoslavië. Ik zie die parallellen niet. Ik wil me niet over Joegoslavië uitlaten, maar ik denk dat de verschillen groter zijn dan de overeenkomsten. Het belangrijkste verschil: de oorlog begon vijf jaar geleden met een aanval van de Azeri op Nagorny Karabach. Vorige zomer nog vielen ze het noorden van Nagorny Karabach binnen, ze hebben daar 80.000 Armeniërs vermoord of verdreven. U hebt het over kritiek. Maar al die landen die nu kritiek leveren zwegen vorig jaar, toen dat gebeurde. Nu hebben ze opeens een mening.”

Het is niet waar, zegt Hrant Bagratian, dat Armenië de Armeense "zelfverdedigingseenheden' die in Azerbajdzjan vechten, helpt, met wapens, logistieke steun, met militairen zelfs, zoals alom wordt beweerd. “We hebben geen geheimen. Laat iedereen die ons niet gelooft zelf maar komen kijken, kijk zelf maar wie daar vechten. We helpen Nagorny Karabach wel, maar alleen met voedsel, energie en geneesmiddelen. Niet met militairen. Er vecht niet één Armeense soldaat mee, er vechten alleen vrijwilligers uit Nagorny Karabach en reguliere soldaten van het Karabachse leger.”

Dat die strijders nu vechten om een corridor tussen hun enclave en Armenië, zegt Bagratian, is waar, maar dat mag niet tot de conclusie leiden dat Armenië erbij is betrokken: “Die corridor zegt niets. Toen de oorlog uitbrak, werden alle verbindingen tussen Nagorny Karabach en Armenië verbroken, die worden nu hersteld. Bovendien hebben de Azeri Karabach vanuit het westen, dus vanuit het gebied waar nu die corridors lopen, aangevallen. De Armeniërs willen gewoon een herhaling van zulke aanvallen uit het westen voorkomen.” Het is ook niet waar, zegt Bagratian, dat de Armeniërs, zoals sommigen beweren, bloedbaden hebben aangericht onder de Azeri in het gebied, of Azeri heeft verdreven: “Veel Azeri zijn gevlucht, maar veel anderen zijn gebleven. Niemand heeft gezegd dat de Azeri daar weg moeten, wie gevlucht is mag terugkomen.”

Als het aan Armenië ligt, wordt de kwestie opgelost in vredesbesprekingen tussen de Azeri en de vertegenwoordigers van Nagorny Karabach zelf. “De Azeri moeten begrijpen dat ze met de vertegenwoordigers van Karabach moeten praten. Dat doen ze niet en hebben ze nooit gedaan. Ze willen met ons praten, ze stellen de oorlog voor als een oorlog tussen Azerbajdzjan en ons. Maar Armenië kàn niets oplossen. Armenië kan akkoorden ondertekenen, maar die zijn waardeloos zolang de handtekening van Nagorny Karabach er niet onder staat.” En dat, zegt Bagratian, zou hij zijn Azerbajdzjaanse collega ook in Moskou hebben verteld als de vredesbesprekingen van dinsdag waren doorgegaan. “En als die twee partijen een bestand hebben gesloten moet over de status van Karabach worden gepraat. De bevolking heeft zich in een referendum voor onafhankelijkheid uitgesproken. Ik wil niet uitsluiten dat, áls er een regeling komt, dat referendum onder internationaal toezicht nog eens wordt overgedaan. Maar hoe dan ook moet Nagorny Karabach in besprekingen partij zijn.”

Voorlopig gaat het niet de kant van besprekingen uit. Integendeel: de oorlog escaleert, Armenië wordt steeds algemener als alleen- of mede-verantwoordelijk voor die escalatie gezien, Iran wordt steeds nerveuzer en Turkije rammelt steeds harder met zijn wapens.

“Het is waar. Het is triest,” zegt Hrant Bagratian. Maar de Turken hebben boter op het hoofd, want “Turkije bemoeit zich al enige tijd actief met de strijd: het stuurt vrijwilligers naar Azerbajdzjan, in feite zijn dat gewoon reguliere soldaten.” Nee, details kan Hrant Bagratian niet geven, die heeft hij niet, “maar het zijn er niet weinig, anders zou ik er niet over praten.” Het is gevaarlijk, zegt hij: “Turkije is hard bezig zich aan te sluiten bij de zeven miljoen Azeri.” En wat de Azeri willen weten we maar al te goed: “Die willen maar één ding, die willen de 200.000 inwoners in Nagorny Karabach met geweld het recht ontzeggen voor hun rechten op te komen.” Dat vergeten de critici nog wel eens, zegt Hrant Batratian: “De bevolking van Nagorny Karabach voelt zich in een hoek gedrukt. Ze vecht voor haar rechten. Ze vecht zelfs voor haar leven.”