Aandeelhouders Daf blazen stoom af

EINDHOVEN, 16 APRIL. Verbitterd, kritisch en naarmate het einde naderde toenemend grimmig. Tijdens de ruim zes uur die de aandeelhouders van het oude DAF gisteren nodig hadden om stoom af te blazen over de déconfiture van de vrachtwagenonderneming, maar toch kregen emoties slechts af en toe de overhand. Kritiek op leden van de raad van bestuur en op de commissarissen was er daarentegen in alle toonaarden.

Kritiek op het gebrek aan informatie over de gang van zaken aan de aandeelhouders, op het gevoerde beleid in de afgelopen jaren en op Cor Baan. Woedend waren de aandeelhouders op Baan omdat hij gewoon bij het nieuwe DAF Trucks in de directie plaats heeft genomen terwijl de helft van de werknemers zonder enig sociaal plan op straat kwam te staan en kleine aandeelhouders plus een flink deel van de schuldeisers naar hun geld kunnen fluiten.

De razendsnelle ondergang van het bij de beursintroductie in 1989 nog zo bejubelde DAF had de gemiddelde aandeelhouder verbijsterd. Tamelijk gelaten luisterden zij eerst een uur lang naar de op onbewogen toon voorgelezen “verantwoording” van topman Baan. Die veegde bij voorbaat alle beschuldigingen over falend management en ongefundeerd optimisme van hetDAF-bestuur van tafel. Baan zocht de oorzaken van het DAF-debâcle bij externe factoren (vooral de desastreuze marktontwikkeling op de Britse en later de hele Westeuropese markt) en bij de financiers. Vooral van het afketsen van de samenwerking met Mercedes-Benz afgelopen najaar gaf Baan de banken de schuld.

“De harde eis die de banken stelden ten aanzien van de samenwerking met Mercedes-Benz dat deze mede gebaseerd moest zijn op een participatie in het vermogen van DAF, is door de ondernemingsleiding niet als de meest gelukkige ervaren, omdat daarmee de vrijheid om alternatieve scenario's te ontwikkelen werd beperkt”. Die eis van een minderheidsparticipatie was volgens Baan alleen te realiseren geweest indien de noodzakelijke herstructurering van het bedrijf zou worden gefinancierd door de aandeelhouders, de banken en wellicht de betrokken overheden. En juist dat bleek enkele maanden later onmogelijk. Toen ketste een dergelijk plan af op de onwil van enkele Britse banken, een mislukking die de directe aanleiding vormde voor het aandragen van surséance van betaling op 2 februari.

Verklaring topman Baan werkt op de lachspieren

Slechts op een enkel punt gaf Baan toe dat “achteraf bezien” zaken misschien anders en beter aangepakt hadden kunnen worden. Zo vroeg hij zich af of de ontwikkelingskosten van de nieuwe truckseries toch niet een te zware wissel op DAF's financieringsruimte hebben getrokken, of DAF misschien maar beter de bestelwagens van Leyland niet had kunnen overnemen bij de fusie in 1987 en of er, toen het slechter ging, niet sneller en harder ingegrepen had moeten worden. Desondanks was zijn conclusie: “Wij hebben alles gedaan om DAF door de slechte periode heen te leiden”, een opmerking die bij een groot deel van de 435 aanwezige aandeelhouders op de lachspieren werkte.

De bewindvoerders F. Meeter en A. Deterink onthouden zich in hun eerste verslag over de toestand van de boedel nog van definitieve oordelen over de oorzaken van DAF's ondergang. Zij vinden het te simpel om te stellen dat de fusie met Leyland dé oorzaak is geweest. Er waren naar hun mening aan die fusie duidelijke (schaal)voordelen verbonden.

Wel vinden zij de vraag gewettigd “of Leyland in verhouding tot de toenmalige omvang van DAF niet een maatje te groot was”. Een andere voorlopige conclusie is dat de produktie en het personeelsbestand weliswaar in de jaren '90 telkens zijn ingekrompen “maar achteraf beschouwd waren nog drastischer ingrepen in een vroegtijdiger stadium - zo al mogelijk - geïndiceerd geweest”.

Bewindvoerders zegden een van de aandeelhouders “hun volledige medewerking toe” in het geval ze een officiële enquête naar het DAF-debâcle zouden wensen. Of zo'n enquête er ook komt, is nog niet duidelijk. Dat zal vermoedelijk afhangen van het eindoordeel van de bewindvoerders.

De surseánce van de oude holding DAF NV zal, als het aan de bewindvoerders ligt, binnenkort worden omgezet in een faillissement. Enkele aandeelhouders poogden dat tegen het eind van de vergadering te verhinderen. In de hoop dat uit de boedel toch nog opbrengsten gegenereerd kunnen worden waaruit de kapitaalverschaffers enige schadeloosstelling tegemoet kunnen zien. Zij wilden het gevraagde uitstel voor het uitbrengen van de definitieve jaarstukken over '92 koppelen aan een verlenging van de surséance. Even laaiden de emoties nog hoog op.

De bewindvoerders wezen er echter op dat de twee dingen geheel los van elkaar stonden. Wettelijk gezien hebben zij geen alternatief voor een faillissement omdat er geen enkel zicht is op een redelijke voldoening van de schulden. “Alle nog resterende activa in DAF NV zijn zeer onbetrouwbaar. Zij bestaan uitsluitend uit aandelen in onder ander de Britse deelnemingen en die kunnen niet anders dan op nul worden gewaardeerd”, zei mr. Meeter. “Er resteert niets anders dan de handdoek in de ring te gooien. Aandeelhouders moeten zich vandaag in wezen slechts neerleggen bij de realiteit”, gaf de bewindvoerder de uitzicht- en machteloze positie van de kleine aandeelhouders kernachtig weer. Een meerderheid van de nog aanwezige aandeelhouders stemde vervolgens tegen het bestuursvoorstel. Maar qua aantal stemmen legden zij het af tegen het 'ja' van de gemachtigde van enkele grootaandeelhouders.

Als doekje voor het bloeden meldde Baan dat in kringen van aandeelhouders van het nieuwe DAF Trucks wordt bestudeerd of de aandeelhouders van het oude DAF op een of andere manier bij de nieuwe NV betrokken kunnen worden. Een toezegging kon hij evenwel niet doen.

De aandeelhouders beklaagden zich over het gebrek aan informatie. Ze richtten hun kritiek ook op de banken en op de overheid die niet genoeg geld in de redding van DAF hebben willen pompen. Maar met name de raad van bestuur en de commissarissen kwamen onder vuur te liggen. Topman Baan kreeg de scherpste verwijten. Hij zou informatie hebben achtergehouden en werd voor leugenaar uitgemaakt. Volgens een vertegenwoordiger van de Vereniging Effectenbezitters moet Baan van dag tot dag op de hoogte zijn geweest van de gang van zaken en moeten hij en zijn collega's al eind oktober hebben geweten hoe slecht de financiële situatie was “of het is bij DAF een troep geweest”.

Baan werd zelfs beschuldigd van druk op werknemers om voor de buitenwereld te zwijgen op straffe van outplacement. Baan, nòch president-commissaris Martien van Doorne die de vergadering voorzat, nòch de overige bestuursleden en commissarissen reageerden inhoudelijk op de soms forse beschuldigingen van mismanagement en falend toezicht.

Juist die kille, zakelijke houding irriteerde menige aandeelhouder. “Ik erger mij mateloos aan de manier waarop u zich distantieert van de vertrouwensrelatie tussen aandeelhouders en onderneming”, verzuchtte een aanwezige. Het meest emotioneel waren de reacties van enkele ontslagen werknemers waarvan sommigen behalve hun arbeidsplaats ook hun in DAF-aandelen belegde spaarcentjes zijn kwijtgeraakt. Een van hen tegen Baan: “Voor mij is DAF pas failliet als u en de raad van commissarissen weggaan. Waarom gaat u niet weg? Wie doet er nog zaken met iemand die de boel oplicht? Wij hebben onze beste jaren aan DAF gegeven maar we worden afgedankt. Bedankt, meneer Baan. Slaapt u nog wel lekker?”

Ook kregen bewindvoerders en DAF-leiding van diverse kanten voor de voeten geworpen dat zij de belangen van de kleine aandeelhouders hebben genegeerd, dat in een onderonsje met de financiers en grootaanhouders te snel is gegrepen naar de sterfhuisconstructie, dat DAF met huid en haar is overgeleverd aan de banken. “Een vies spelletje”, aldus een gedupeerde kapitaalverschaffer.

Bewindvoerder Meeter verdedigde de forse ingreep door de sterfhuisconstructie. Wij voelen ons er niet gemakkelijk bij. Maar het kon niet anders; beter een half ei dan een lege dop. Het is absoluut zeker dat anders het hele bedrijf naar de knoppen was gegaan. Wij hopen en verwachten dat nu iets op de been is gezet dat levenskansen en viability heeft.''

Na de vergadering zei een duidelijk opgeluchte Cor Baan desgevraagd dat hij zich niet geroepen had gevoeld op de heftige kritiek in te gaan. “Het is niet aan mij om te oordelen of de geuite kritiek terecht is.” Hij vond de emoties bij aandeelhouders en ex-werknemers begrijpelijk. “Dat kan je verwachten als je aan het roer staat.” Over de uitkomst van het onderzoek naar de oorzaken van het DAF-debâcle of over een eventuele officiële enquête maakt de DAF-topman zich “geen enkele zorg”. “Ik hoef mijn straatje niet schoon te vegen.” Toch heeft hij naar zijn zeggen wel geaarzeld toen hem werd gevraagd “de kar van het nieuwe DAF te trekken”.