Wet maakt muzak duurder

DEN HAAG, 15 APRIL. Het draaien van muziek in bijvoorbeeld café's of winkelcentra wordt binnenkort duurder.

Exploitanten zoals een café-eigenaar moeten behalve auteursrechten ook naburige rechten gaan betalen. Naburige rechten geven de uitvoerend kunstenaar en producent recht op een vergoeding voor in het openbaar afgespeelde muziek. De Eerste Kamer heeft onlangs de Wet op de naburige rechten aangenomen, die waarschijnlijk in juli in werking zal treden. Met de wet sluit Nederland zich als een van de laatste landen in Europa aan bij het Verdrag van Rome uit 1961, waarin die rechten geregeld worden. De nieuwe heffing dient uitsluitend betaald te worden over muziek die geproduceerd is in landen die dit verdrag hebben ondertekend. Een aantal landen in Azië en een groot muziekproducerend land als de Verenigde Staten vallen daar buiten. Naar verwachting zullen bedrijven zich op muziek uit deze landen gaan richten om de kosten te drukken. De nieuwe wet heeft verstrekkende gevolgen. Het muziekje voor de wachtende telefoneerder, de platen op de radio, de radio op de werkvloer, de achtergrondmuziek in het winkelcentrum (muzak), de muziek in de sportkantine: alle muziek die niet bestemd is voor privé-gebruik wordt extra belast. Over de hoogte van de vergoeding moet nog worden onderhandeld. Namens de betalingsplichtigen gaat het Overlegplatform Auteursrecht en Naburige Rechten onderhandelen. In dit platform zijn onder andere Horeca Nederland, de Raad voor het Filiaal en Grootwinkelbedrijf en de Koninklijke Nederlands Ondernemers Verbond vertegenwoordigd. De belangenbehartiger van de artiesten en producenten wordt aangewezen door de minister van justitie. Waarschijnlijk wordt dat de in september opgerichte SENA (Stichting ter Exploitatie van Naburige Rechten). H. van Berkel, directeur van SENA, kan nog niets zeggen over de hoogte van het te betalen bedrag. Van Berkel vindt het “niet meer dan normaal” dat er wordt betaald voor naburige rechten. “Wanneer een commercieel produkt weer commercieel wordt gebruikt is het toch logisch dat daar een vergoeding tegenover staat.” De artiest kan met de nieuwe wet ook beter optreden tegen piraterij. Tot nu toe kon hij de makers van illegale platen met zijn muziek (bootlegs) moeilijk aanpakken. Nu in de wet is vastgelegd dat voor het opnemen en reproduceren van zijn muziek uitdrukkelijk toestemming nodig is, kan hij stappen ondernemen wanneer dit toch buiten zijn medeweten gebeurd. De rechten van de uitvoerder en producent zijn vijftig jaar beschermd. Daarna vervalt het naburige recht. P. van de Schaft, secretaris van het overlegplatform van betalingsplichtigen, is bang dat straks een veel te hoge vergoeding moet worden betaald. “Ik baseer die vrees op eerder gemaakte afspraken over de heffing op lege cassette- en videobanden. Destijds is besloten dat bij het ingaan van de nieuwe wet 56 procent van de heffing op lege banden bestemd is voor de naburige rechten. Dit percentage zal ook wel het uitgangspunt worden van onze onderhandelingspartner voor de vergoeding aan de artiest. Een dergelijke verhoging zou een drama voor de kleine ondernemer betekenen.”