Wat dacht u tijdens de beving?

Om 3 uur 22 in de morgen van 13 april 1992 beefde de aarde bij St.-Odiliënberg, een dorp onder Roermond. Tot ver buiten Limburg werden duizenden uit hun slaap gewekt.

Iedereen die de schokken heeft gevoeld, was alleen of in een kleine groep. Toch bestond al bij het eerste radiojournaal van 13 april tussen miljoenen mensen overeenstemming over het feit dat hier sprake was geweest van een aardbeving. Maar wat dachten de mensen zelf toen ze wakker werden?

De verhalen die ik hoorde over de eerste gedachten die men had bij het voelen van de schokken, waren zo divers en vond ik zo boeiend, dat ik op 24 april 1992 een oproep plaatste in een aantal dagbladen. De tekst luidde:

Als u de aardbeving heeft ge- voeld, wat waren dan uw eer- ste gedachten? Voor onder- zoek. Br.nr. 100-32684 blad.

Ik kreeg zestien brieven binnen, meestal met verhalen van man, vrouw en andere huisbewoners. Met veel respondenten heb ik kort daarna een gesprek gevoerd. Bekijken we drie van de in totaal 49 verhalen nader.

De 31-jarige heer Kooijman uit Wageningen werd uit zijn slaap gewekt door trillingen. Eerst meende hij dat ze veroorzaakt waren door een bom, maar omdat hij geen knal had gehoord, verwierp hij deze gedachte. ""Lag ik zelf te trillen?'', vroeg hij zich vervolgens af. Niet dat hij dat al eens eerder had meegemaakt, maar het zou zowel het trillen als het uitblijven van een knal verklaren. Vervolgens hoorde hij op de verdieping onder zich dat er dingen vielen en dat de benedenburen foeterden over hun verstoorde nachtrust.

""Nee'', flitste het door hem, ""ik lag niet te trillen; ik kan nooit zo heftig hebben bewogen dat ik het opstaande souvenirbord van mijn buren aan het wankelen heb gebracht.'' Binnen een paar tellen was het weer rustig. ""Dan moet het een aardbeving zijn geweest'', meende hij nu. Hij hervatte spoedig de slaap en 's morgens hoorde hij op de radio dat er die nacht rond half vier een aardbeving was geweest, bij Roermond.

Kerktoren

De toren van de kerk in Herkenbosch, een dorp op 20 kilometer van Roermond, stond al enige tijd in de steigers voor renovatie. De wakker geworden mevrouw Boonen van 39, die niet ver van de kerk woont, riep: ""Oh, de kerktoren stort in!'' Maar haar man meende meteen dat het een aardbeving was. Temeer daar de vloer ondertussen aan het golven was, leek haar die gedachte aannemelijker dan die aan een omvallende kerktoren.

Mevrouw Van der Vis, een Amsterdamse van 24, slaapt in een bed op een twee meter hoge stellage. Ze voelde haar bed trillen. Haar eerste gedachte was ""De bovenburen zijn een dikke wip aan het maken.'' Omdat deze vrijpartij haar wel wat erg onstuimig leek en omdat ze de schuifdeuren van de kast naast zich hoorde rammelen, meende ze dat haar kat daarin opgesloten zat en eruit wilde. Ze klom naar beneden en zag dat de schuifdeuren open stonden. Onderaan de ladder voelde ze de vloer trillen. Ook hoorde ze de ramen aan de achterkant rammelen. Waren inbrekers een raam aan het forceren? Ze deed het licht aan. Omdat het daarop stil werd, dacht ze ""Gelukkig, ze zijn weg.'' Terug in bed vroeg ze zich af of het een nachttrein of een vliegtuig was geweest in plaats van inbrekers. Dat leek haar beide weinig aannemelijk: normaliter waren treinen erg op de achtergrond en een vliegtuig had ze niet gehoord. Pas rond 10 uur vernam ze van de aardbeving.

Vliegtuigongeluk

Voor ik aan dit onderzoek begon, had ik geen idee dat mensen één en hetzelfde fysische verschijnsel op zoveel verschillende manieren zouden duiden. Een kleine greep. Een Amsterdamse vrouw die bij Schiphol woont, dacht onder meer aan een vliegtuigongeluk, en de heer Roos uit Alkmaar aan een ondergrondse explosie van de NAM in de duinen bij Schoorl.

We hebben in een paar voorbeelden al gezien dat niet iedereen onmiddellijk aan een natuurkundig verschijnsel dacht, maar aan een mens of een dier. Een ander voorbeeld is een vrouw van 27 die op dat moment in Keulen verbleef in een wijk waar veel Turken wonen, en zich afvroeg of dit een terroristische aanslag was. Niet weinig echtgenoten dachten dat hun wederhelft aan bed stond te schudden. Ook dachten velen aan een hond of een kat onder bed, die tegen het matras stond te springen.

Zo schrijft een mevrouw van 83 uit Utrecht: ""Een levend wezen. Ik was verontrust, boos. Eén tel dacht ik: ""Een mens, een man? Nee, een dier.'' Bij de tweede schok: ""Een groot dier dat zijn rug opzet.'' Ik stelde me het voor als groot, vet, met mooie bruine vacht bekleed, een zwarte halsband of tuig.''

Een laatste categorie wordt gevormd door bovennatuurlijke verklaringen. Geheel tot zijn eigen verbazing dacht een heer van 67 uit Heerlen onder meer aan een aardbeving en... aan een geest. Hij schrijft: ""Eenmaal weer in bed kwam het idee dat zich in mijn slaapkamer een spirituele séance had voorgedaan, weer terug. En ik was bang dat die zich nog eens zou herhalen. ""Een onzichtbaar iemand houdt zich met mij bezig'', dacht ik en een paar keer trokken er huiveringen over mijn hele lichaam. Suggestibel ben ik eigenlijk niet en het viel me erg tegen van mezelf dat ik zo in de ban raakte van het occulte.''

Verklaringsprocessen

Bij iedereen die wakker werd traden verklaringsprocessen in werking. Vandaar dat de aardbeving van Roermond een verhelderend licht werpt op kennisverwerving in het algemeen. Na het wakker worden zien we telkens eenzelfde patroon.

Laten we Kooijmans gedachtengang volgen. Om te beginnen had Kooijman een aantal achtergrondgedachten, zoals ""Mijn bed trilt niet'' en ""In huis heerst 's nachts stilte''. Ten opzichte van zulke achtergrondgedachten raakte hij verrast door een trillend bed en door een rommelend huis. Let wel: zonder een achtergrondkader kan men domweg niet verrast zijn.

Kooijmans eerste verklaringspoging voor zijn verrassing luidde: ""Er is een bom ontploft''. Deze gedachte leek hem meteen onhoudbaar: de knal die nu eenmaal bij een bom hoort, ontbrak. Het idee aan zelf trillen was zijn tweede verklaringspoging. Pas zijn vermoeden ""Een aardbeving'' bleek aanvaard te kunnen worden, want het radionieuws meldde dat er een aardbeving was geweest. De verrassing was nu op bevredigende wijze verklaard.

Alles bij elkaar ziet het patroon er dus uit als: achtergrond - verrassing - verklaringspoging die verworpen en aanvaard kan worden - nagetrokken verklaring.

De lezer kan voor zichzelf nagaan dat dat patroon ook in de overige verhalen zit. Men zou kunnen tegenwerpen dat mijn proefpersonen een coherenter verslag hebben gegeven dan hun eerste indrukken en gedachten waren. Feit is echter dat de meeste mensen met wie ik los van de oproep over de aardbeving heb gesproken, in eerste instantie zeiden dat ze aan een aardbeving hadden gedacht. Pas nadat ik erop aandrong bij zichzelf na te gaan of dat ook werkelijk hun allereerste gedachte was geweest, herinnerden de meesten zich dat daar wat aan vooraf was gegaan.

Het lijkt nu alsof er lijntjes lopen van een achtergrond naar nagetrokken verklaringen. Dat klopt niet, want wat aanvankelijk een nagetrokken verklaring is, wordt vroeg of laat een achtergrond voor een nieuw verrassend verschijnsel. Zo vroeg mevrouw Van der Vis zich af toen ze rond 10 uur hoorde dat er een aardbeving bij Roermond was geweest: ""Goh, gek dat je het ook in Amsterdam voelt.'' Het algehele patroon is dus dat kennisverwerving in een cyclus verloopt. We spreken dan ook van de onderzoekscyclus die uit drie stappen bestaat: ... achtergrondgedachte (A) verrassing (B) verklaringspoging (C) nagetrokken verklaring die de nieuwe achtergrondgedachte wordt (A') verrassing (B') ...

Uit de voorbeelden blijkt dat de verschillende verklaringspogingen niet uit de buitenwereld komen, maar eerst in iemand opkomen en daarna in de buitenwereld worden getoetst. Dat geldt ook voor het idee aan een aardbeving. Men ziet, hoort en voel uiteindelijk alleen maar getril en gerammel. Hoe komen verklaringspogingen in iemand op?

In de meeste gevallen past men kennis toe waar men al over beschikt. In de psychologie noemen we dit assimilatie. Zo dacht mijn veertienjarige neef Norbert in Hulst in derde instantie aan een aardbeving. Een half jaar daarvoor had hij een spreekbeurt over vulkanen gehouden en bij het voorbereiden daarvan had hij ook over aardbevingen gelezen. En de heer Boonen had al eerder, rond 1978 en rond 1983, een aardbeving meegemaakt.

Ook de meeste andere gedachtes zijn via assimilatie tot stand gekomen. Zo trilt het bed van mevrouw Van der Vis wel eens als ze haar bovenburen hoort lopen. En de heer Roos in Alkmaar had een paar weken voor de aardbeving bij Roermond een huis-aan-huis-schrijven van de NAM in de bus gekregen, waarin werd aangekondigd dat er onderaardse explosies op komst waren.

Slechts bij een minderheid van de ideeën bij de aardbeving van Roermond is niet assimilatie het onderliggende proces, maar accommodatie. Bij accommodatie komt men op een verband waar men nog niet eerder aan had gedacht. De man uit Heerlen die even vreesde dat hij in de ban was geraakt van het occulte, is daar een goed voorbeeld van.

Hoe de verschillende verklaringspogingen in die bewuste morgen van april 1992 ook waren, men is als volwaardig onderzoeker te werk gegaan. Want de drie stappen in de onderzoekscyclus vormen de kern van elk onderzoek. Een belangrijk verschil met wetenschappelijk onderzoek is dat het veelkleurige verklaargedrag omtrent de aardbeving van Roermond binnen een etmaal tot overeenstemming voerde. Misschien niet schokkend, maar wel bijzonder.