Tussen de oren

Nu ook de jonge eiken, beuken en haagbeuken binnenkort hun oude blad zullen laten vallen is het een goed moment even terug te komen op een herfstobservatie die hier op 19 november werd behandeld. Een lezer in Arnhem had waargenomen dat veel versgevallen boomblad ondersteboven op straat ligt. Het viel makkelijk te verifiëren en werd na wat experimenteel veldwerk vooral toegeschreven aan het feit dat verdorrend blad een holle bovenkant en een bolle onderkant ontwikkelt.

Blad dat met de holle bovenkant boven op straat lag bleek veel gevoeliger voor de wind dan blad dat met bol boven lag. Een lezer in Krimpen a/d IJssel wijst op het boekje "100 leuke en spannende proeven' uit 1967 dat dit effect besprak voor hol of bol gevouwen ansichtkaarten. Bladen vallen bij voorkeur bovensteboven op de grond en worden pas later door de wind ondersteboven gedraaid, concludeert Krimpen.

(Het is opvallend hoe vaak lezers oplossingen voor behandelde problemen geven die al bij de eerste behandeling van dat probleem expliciet in de krant stonden. Stukje gelezen, weggegooid, en dan toch opeens in de pen geklommen. ""De verklaring daarvoor is simpel...'', komt er dan en er volgt een exposé dat zó uit de krant overgeschreven lijkt. Het is van weinig belang maar toont aan hoe makkelijk men zich - volkomen te goeder trouw - andermans gedachtengoed eigen maakt en hoe snel plagiaat gepleegd is.)

Met het naderen van de zomer neemt ook de belangstelling voor de koelkast weer toe. Terug daarom naar de brief van mevrouw D.V. in Den H. (15 oktober) die in haar Erres-koelkast aangebroken flessen Spa en Cola zag bevriezen bij drie graden boven nul. Het lukte niet die waarneming te bevestigen, integendeel: nader onderzoek wees uit dat veel flessen frisdrank in de koelkast juist tot enige graden onder nul zijn te onderkoelen (zonder te bevriezen) zolang ze maar onaangebroken blijven. Aangebroken flessen, waarin een continue stroom koolzuurbelletjes opstijgt, bevriezen veel eerder, zij het niet "boven nul'. De conclusie was dat mevrouw D.V. een interessante waarneming had gedaan maar toch een betere thermometer moest kopen. Cola en Spa bevriezen niet boven nul.

Lezer F.M. in Rijnsburg wees erop dat water "bij aanwezigheid van gas' in een ander kristalrooster kan bevriezen dan gebruikelijk en dat dat wel degelijk boven nul kan gebeuren, afhankelijk van de soort gas en de gasdruk. Hij kreeg gelijk van de AW-redactie maar niet voldoende gelijk. Dus schreef hij nòg een brief. En nog een.

Het begrip waarop M. al in de eerste brief bleek te hebben gedoeld heet "gas-hydraat' of "clathraat', dat is een los netwerk van waterkristallen dat gasmoleculen omsluit. Het hydraat van kooldioxyde is, heeft M. nagegaan, stabiel bij nul graden Celsius en 12 bar CO2-druk of 1 graad en 14 bar, enzovoort, zodat, geeft hij toe, het niet waarschijnlijk is dat in Spa en Cola CO2-hydraat ontstaat. Anderzijds zijn de hydraten van lagere koolwaterstoffen (isobutaan, propaan) bij nog lagere drukken stabiel boven nul graden. We houden het erop dat de Rijnsburgse eer is gered en laten in het midden of Cola en Spa moerasgas bevatten.

Het verschil in geluid tussen stromend warm en koud water blijkt toch ook anderen te zijn opgevallen. De waarneming is in deze rubriek nu twee keer ter sprake gekomen en kreeg al wel een verklaring (warm water heeft een lagere viscositeit en bevat meer luchtbellen) maar nog weinig erkenning. ""Wij horen geen enkel verschil'', zeiden geraadpleegde TNO-onderzoekers. Een lezeres in Leiden schrijft dat zij het verschijnsel al jaren kent. Zij kan water tappen van een geiser die zich een verdieping hoger bevindt dan het tappunt en hoort wanneer het warme water arriveert. Ook heeft zij altijd al gedacht dat het aan de grote hoeveelheid luchtbelletjes in warm water lag, omdat ze die zag. De crux van het AW-stukje van 18/2 was dat het onder verhitting uitgedreven gas vaak ook onzichtbaar is. Dat neemt niet weg dat Leiden een aardige weg heeft gewezen om het fenomeen makkelijk hoorbaar te maken. Met een geiser die direct boven de gootsteen hangt lukt het niet.

Veel lezers heben zich uitgesproken over het ijselijk gepiep dat een krijtje op een schoolbord of een mes op een ontbijtbord soms opwekt (25/2). Hoe het geluid ontstaat is redelijk bekend (krijtje en mes raken soms aan het oscilleren), maar waarom zovelen er kippevel van krijgen niet. Diverse psychologische en ethologische hypothesen kwamen al aan bod (er was ook een lezer die het gepiep in verband bracht met de kreet van een oervrouw die verkracht wordt) en inmiddels zijn er ook meer fysiologische. Een lezer in Enschede sluit niet uit dat het krijt-gepiep (en verwant horror-geluid) ultrasone tonen bevat die niet worden gehoord maar wel worden waargenomen. Een vriend had vroeger een toongenerator waarmee het onaangename effect van ultrasoon geluid overtuigend werd aangetoond.

Erg interessant was de brief van een lezeres in Brussel die het horror-effect toeschrijft aan combinatie-tonen. Combinatie-tonen ontstaan (zie de naslagwerken) uit twee voldoende luide, zuivere tonen waarvan de frequenties dicht bij elkaar liggen. Meestal hoort men de zogeheten verschiltoon, met een frequentie die het verschil is van die van de andere twee tonen. Van belang is dat de combinatie-toon een subjectieve toon is, hij ontstaat in het oor uit zekere vervormende eigenschappen van het slakkenhuis en lijkt daarom altijd van heel dichtbij te komen. Omdat er grote individuele verschillen bestaan tussen de vervormingen in het oor nemen sommigen combinatie-tonen waar als anderen niets bijzonders opmerken.